# ruggenmerg
# hersentam:
Blz: 115 sportmassage>
De hersenstam of truncus cerebri verbindt het prosencephalon (de
grote hersenen= cerebrum, en de tussenhersenen) met de kleine
hersenen en het ruggenmerg.
Het bestaat uit het verlengde merg (medulla oblongata), de pons (of
brug) en de middenhersenen (mesencephalon).
Over de hele lengte van de hersenstam (vanuit het ruggenmerg door de
medulla oblongata en de pons tot aan het mesencephalon) bevindt zich
de formatio reticularis, een netwerk van afferente cellen van het
ruggenmerg, dat medeverantwoordelijk is voor het bewustzijn(waak en
slaap ritme).
Tien van de twaalf paar hersenzenuwen vinden hun oorsprong in de hersenstam die verantwoordelijk
zijn voor de zintuiglijke waarneming van de huid en de gewrichten van de nek, het gezicht en het
hoofd, en voor speciale zintuigen zoals horen, smaak en evenwicht. Tevens geven zij de opdrachten
door aan de spieren van het aangezicht en de nek. Zij hebben hier dan ook kernen (nuclei).
De hersenstam bevat ook de vierde ventrikel, gevuld met hersen-ruggenmergvloeistof (liquor
cerebrospinalis).
De hersenstam heeft onder andere de volgende taken: het reguleren van de
slaapwaakcyclus(bewustzijn), het maken van reflexmatige en willekeurige oogbewegingen, het
controleren van de pupilgrootte, het sturen van meer reflexmatige lichaamsbewegingen en -
houdingen, het voelen van beweging en zwaartekracht, huilen, proeven, plassen, kauwen en slikken,
vormen van speeksel, overgeven, reguleren van spijsvertering en hongergevoelens, ademhalen,
sturen van de bloedsomloop en basale vormen van horen.
, - Primaire motorische schors: ligt voor de centrale groeve (deze groeve loopt aan de bovenkant
van de hersenen globaal van het ene naar het andere oor. Hier wordt de uitvoering van
bewegingen geregeld.
De rechterhelft van de hersenen zorgt voor prikkeling van de linkerzijde van het lichaam en
vice versa. Op de motorische schors heeft elke skeletspier een eigen plekje van waaruit
prikkels naar de betreffende spier worden gestuurd. Het aantal contacten tussen de hersenen
en de spier is afhankelijk van de nauwkeurigheid waarmee de spier kan bewegen. (De vingers
kunnen heel nauwkeurig bewegen en nemen dus ook een groot deel in beslag van de
primaire motorische schors.)
- Secundair motorische schors: ligt voor de primair motorische schors. In deze schors ligt
opgeslagen hoe bewegingen uitgevoerd moeten worden (lopen, fietsen etc.). Deze
bewegingen kunnen uitgevoerd worden als zij naar de primaire motorische schors worden
gestuurd. In deze schors ligt onder andere het spraakcentrum en het centrum voor
gecoördineerde oog- en hoofdbewegingen.
# cerebellum:
Het cerebellum; De kleine hersenen liggen aan de onderzijde van het brein die via verschillende
bundels intensief met de hersenstam word verbonden. Het cerebellum weegt niet meer dan 10% van
het totale breingewicht, maar bevat meer neuronen dan de hele rest van het brein.
Het cerebellum is opgebouwd uit een schors, hierin bevinden zich de neuronnetwerken. Daarbinnen
gelegen ligt de witte stof die de af-en aanvoerende vezels bevat. Diep gelegen in het cerebellum
liggen de cerebrale kernen die het output-station van het cerebellum vormen.
Het cerebellum kan onderverdeelt worden in:
1,- Archi-cerebellum: zorgt voor evenwicht(vestibulaircerebellum).
, Bestaat uit lobus flocculonodularis en de vermis. De input komt via vestibulaire kernen uit het
evenwichtsorgaan. De output schakelt in de nucleus fastigius de (diepere cerebellaire kernen).
De evenwichtsregulatie komt tot stand door afdalende
vestibulospinale banen die de spieren beïnvloeden
Ook speelt het een grote rol bij oogebewegingen in relatie tot
hoofdbewegingen; bij het nee schudden worden
tegengestelde oogbewegingen opgewekt zodat
netvliesbeelden stabiel blijven, en je de persoon niet ziet
schudden.
2,- Paleocerebellum= spinocerebellum:
zorgt voor locomotie: dit gedeelte werkt als feedback manier;
een afwijking of verstoring van de bewegingen word
waargenomen en vervolgens bijgestuurd.
Bestaat uit: pars intermediaan lijn o.a. de frontale kwab.
Input; Werkt vooral op geleide van proproceptieve en
exteroceptieve informatie (spierspoelen, pees en gewrichtssensoren, tactiele en visuele akoestische
informatie(gehoor).
Het zorgt voor sensorische feedback die het gevolg is van bewegingen.
Een efferente kopie van het motorische opdrachtsignaal(hersenschors) bereikt het cerebellum en word
hier enige tijd vastgehouden. Wanneer de bewegingen(ruggenmerg) heeft plaatsgevonden bereikt de
sensorische feedback het cerebellum. Het cerebellum vergelijkt het opdrachtsignaal met de feedback,
komt dit niet overeen dan word er een correctiesignaal gecorrigeerd.
3,- Neo: zorgt voor manipulatie
= is het grootste en jongste deel. Ook wel cerebro-cerebellum genoemd.
Bestaat uit: pars lateralis hemisferen o.a. posterior kwab.
Dit deel ontvangt input informatie uit de gehele hersenschors(cortex cerebri).
Het betreft hier ook
efferentekopieen van voorstadia van
opdrachtsignaal. Deze worden ook
opgeslagen in het brein en worden
op juistheid geëvalueerd. Gaat dus
niet op controle en bijsturing
achteraf maar om een planning en
programmering vooraf: feedforward.
Hierdoor word van de voren de
precisie van bewegingen in het
opdrachtsignaal verwerkt.
# diencephalon:
Diencephalon: of tussenhersenen, is
het deel van de hersenen, dat zich
middenin bevindt. Het ligt precies
tussen het telencephalon en het
mesencephalon.
De thalamus, de hypothalamus, de hypofyse, de epifyse en de derde ventrikel worden tot het
diencephalon gerekend.
, - De thalamus is een centraal schakel- en coördinatiecentrum. Het staat in dienst van
opstijgende sensibele en afdalende motorische banen. De thalamus is een
doorschakelstation, het geeft informatie van het ruggenmerg door aan de hersenschors en het
cerebellum (kleine hersenen). Maar ook een integratie en coördinatie systeem;
gewaarwordingen zoals pijn, warmte, kou word in de thalamus bewust. Door de motorische
banen speelt het ook een belangrijke rol bij expressieve bewegingen.
- De hypothalamus functioneert als endocrien controle en regelorgaan (vegetatieve functies)
het is een scheiding tussen de hersenen en het autonoom zenuwstelsel. De hypothalamus
controleert ademhaling, temp, bloedsomloop, de activiteiten van maag-darmtractus en het
seksuele leven.
- Hypofyse: De hypofyse, oftewel hersenaanhangsel, is een klier midden in het hoofd, onder de
hersenen, die vele hormonen afscheidt. De hypofyse vervult een belangrijke rol bij de
regulering van een groot aantal hormonen. De klier is ongeveer zo groot als een kikkererwt
en is gelegen in een holte in de schedelbasis, achter de neusrug.
- Epifyse: De epifyse of pijnappelklier is een endocriene klier in de hersenen. De epifyse bevindt
zich dorsaal van het corpus callosum (de hersenbalk) en aan de bovenkant van de derde
ventrikel. De epifyse produceert het hormoon melatonine. Dit heeft effecten op verschillende
lichaamsfuncties. Zo is melatonine de stof die je maakt bij een tekort aan daglicht en heeft het
mogelijk invloed op je seizoensgebonden gemoedsrust.
Mogelijk remt het de ontwikkeling van de geslachtsklieren af tot de puberteit begint.
Melatonine speelt een rol in het 'diurnaal ritme' van de mens.
- derde ventrikel: (Latijn: ventriculus tertius) is een
deel van het ventrikelstelsel van de hersenen. Deze
holte is gevuld met hersenvocht. In de holte van het
derde ventrikel bevinden zich de plexus choroidei
waar hersenvocht aangemaakt wordt. De derde
ventrikel is gelegen tussen de twee thalami in het
diencephalon.
# cerebrale hemisferen (cortex en basale ganglia):
Cerebrale hemisferen: hersenhelft is een van beide delen
van de hersenen, die verticaal in het midden gescheiden
zijn. Strikt genomen zijn er geen twee maar vier
hersenhelften. Zowel de grote hersenen (cerebrum) als de kleine hersenen (cerebellum) zijn in twee
helften te verdelen. Men zou dus beter kunnen spreken van de grote-hersenhelft (cerebrale
hemisfeer/hemisphaerium cerebri) en de kleine-hersenhelft (cerebellaire hemisfeer/hemisphaerium
cerebelli), in plaats van alleen 'hersenhelft'. Bij gebruik van de term 'hersenhelft' bedoelt men veelal de
grote-hersenhelft ofwel de cerebrale hemisfeer.
De cerebrale hemisferen; bestaat uit een sterk gerimpelde buitenlaag - de cortex cerebri - en drie
dieper gelegen structuren: de basale ganglia, de hippocampus en de amygdaloïde kernen (het
binnenbrein plaeoniveau).
De hersenschors (cortex cerebri) is het gebied in de hersenen, waar informatie uit de rest van het
lichaam ontvangen, geanalyseerd en geïnterpreteerd wordt. Vervolgens wordt deze geïnterpreteerde
informatie in de cortex weer omgezet in gedachten (innerlijke spraak en mentale beelden) en concrete
aansturingen van het lichaam (spreken en handelen). De cortex is de buitenste laag van de grote
hersenen.
De kleine hersenen (cerebellum) hebben ook een buitenste laag die men cortex kan noemen. Men
kan de schors van de kleine hersenen en die van de grote hersenen onderscheiden door voor de
eerste de term cortex cerebelli en de tweede de term cortex cerebri te gebruiken.
De hersenen zijn opgebouwd uit roze en witte stof. De eerste wordt grijze stof genoemd, omdat de
roze stof naar grijs verkleurt bij preparatie. Zij is samengesteld uit neuronen en hun dendrieten, de
witte stof bestaat uit axonen en is wit vanwege de isolerende gliacellen er omheen. De grijze stof dient
grofweg voor gegevensopslag, de witte voor de verbindingen tussen hersengebieden.