1. Bij atherosclerose sluit een bloedvat meestal af doordat J
een stukje plaque losschiet van de vaatwand en als gevolg
daarvan een bloedstolsel het vat afsluit
2. Nitroglycerine heeft geen effect op angina pectoris O
klachten
3. 3 kenmerken van angina pectoris zijn: J
- Precordiale pijn
- Bij inspanning of bij stress
- Verdwijnt snel bij rust en nitroglycerine
4. Angina pectoris is een klinisch syndroom ten gevolge van J
ischemie van de hartspier welke meestal ten gevolge komt
van coronaire atherosclerose
5. Een angina pectoris is instabiel als pijn op de borst O
optreedt bij inspanning
6. Een myocard infarct is meestal het gevolg van een J
trombose in een atherosclerotische coronair arterie
7. a. dit is een vooraanzicht van het hart a) J
b. benoem de nummers 1 - 13 b)
1. Rechter
atrium
2. Linker
atrium
3. vena cava
superior
4. Aorta
5. A.
pulmonale
6. v. pulmonale
7. mitralisklep
8. aorta klep
9. linker
ventrikel
10. rechter
ventrikel
11. vena cava
inferior
12.
tricuspidalus
klep
13.
pulmonalisklep
, 8. benoem nummers 1,2 en 1. Arterie
3 coronari
sa
sinistra
2. Arteria
circumf
ex
3. 3.
Arteria
coronari
a dextra
9. Stunning is erger dan hibernation O
10. Als bij hibernation de perfusie wordt hersteld contraheren J
de myocyten weer
11. Een niet contraherende myocyt is een dode myocyt O
12. Afsluiting van een bloedvat leidt direct tot infarcering O
13. Infarcering betekent afsterven van (myocard) weefsel J
14. Ventrikelfibrillatie kan ontstaan na een acuut coronair J
syndroom
15. Onder atherosclerose wordt het volgende verstaan: het J
ophopen van vetten en het toenemen van bindweefsel in
de tunica intima van de wand van een arterie
16. Atherosclerose kan zowel in venen als in arterien O
voorkomen
17. Bij atherosclerose wordt de tunica intima dikker, verdwijnt J
de membrana elastica en wordt de tunica media dunner.
18. Een embolie is een klomp samengeklonterde bloedblaatjes O
met fibrine welke op de vaatwand zit.
19. Een ischemie is dat weefsel helemaal geen zuurstof meer O
krijgt
20. Hyperlipidemie, diabetes, hypertensie en roken zijn J
voorbeelden van atherosclerose bevorderende factoren
21. Een belangrijke functionele stoornis als gevolg van J
arteriosclerose is dat het vat niet meer goed kan dilateren
22. Arteriosclerose kan leiden tot angina pectoris klachten J
23. Uitstraling die bij angina pectoris kan optreden is geen O
referred pain
24. Inspanning zorgt voor angina pectoris op de volgende J
manier: als je gaat inspannen dan vraagt je lichaam meer
zuurstof en ook je hart. Er wordt dan een dilatatie van de
coronairvaten gevraagd. Deze vaten kunnen hier niet aan
voldoen door de atherosclerose. Dit leidt tot een gebrek
aan zuurstof in een deel van de hartspier waardoor angina
pectoris optreedt
25. Als je angina pectoris aanvallen op korte termijn toenemen O
bij steeds geringere inspanning dan duidt dit op een
afname van de vernauwing in de coronairvaten
26. Een myocardinfarct aan de voorwand wordt veroorzaakt O
door atherosclerose in de a. coronaria dextra