Samenvatting boek Organisatiekunde
H1 Organisatiekunde in historisch perspectief:
Scientific management:
Organisatie zonder mensen
Stroming in het managementdenken die is gebaseerd op een rationeel wetenschappelijke
analyse van de werkzaamheden
Humanrelations benadering:
Mensen zonder organisatie
Managementtheorie met aandacht voor sociale aspecten,
Revisionisme: (= herziening)
Mensen en organisatie
School uit het managementdenken die het scientific management en de human relations
trachtte te integreren
Gesloten systemen: Systeem dat niet in contact staat met de buitenwereld
Interdisciplinair: Benadering van problemen vanuit meerdere bedrijfskundige domeinen
Delegatie: is het overdragen van taken aan een of meer andere functionarissen door een functionaris
die bevoegd is om taken over te dragen
Systeemtheotrie en contingentiebenadering:
Organisaties sterk afhankelijk van ontwikkelingen in de omgeving zoals democratisering,
automatisering en globalisering
Interdisciplinair
Organisatiestructuur en managementstijl passen zich aan de omgeving aan
Joint Venture: De samenwerkende organisaties blijven zelfstandig
Bolwijn & Kumpe, 1994
,Organisatie-evenwicht: Zowel interne als externe stakeholders gemotiveerd houden door middel
van een juiste beloningsbalans
Missie: wat doen we voor wie en waarom?
Visie: welke richting gaan we uit?
Doelen: welke gewenste situatie willen we binnenkort realiseren?
Strategie: hoe gaan we het beleid uitvoeren?
H2 Strategy:
Strategie: de route die organisatie of een onderdeel daarbinnen moeten volgen om de doelstellingen
te bereiken
Planning, situatie analyse, missie en visie
Businessdefinitionmodel van Abell: Omschrijving van welke klanten met welke producten worden
bediend in hun behoefte
, SWOT-analyse: Analyse van een organisatie op microniveau
Sterkten
Zwakten
Kansen
Bedreigingen
BCG-model (Boston Consulting Group): Model om product-marktcombinaties te positioneren
Macroanalyse: Analyse van ‘de pest’-omgevingsfactoren (dus demografische, ecologische, politiek-
juridische, economische, sociaal-culturele en technologische), doorgaans voor een individuele
organisatie niet beïnvloedbaar
Demografische factoren: veranderingen die zich voordoen in de omvang en de structuur
(vergrijzing en ontgroening) van de bevolking, met name statistieken van het CBS.
Ecologische factoren: Ontwikkelingen in natuur en milieu
Politiek-juridische factoren: De houding van de politiek en de wetgever ten opzichte van
organisaties
Economische factoren: hebben betrekking op beleid en op ontwikkelingen die uiteindelijk
invloed hebben op de koopkracht.
Sociaal-culturele factoren: factoren die betrekking hebben op veranderingen op het gebied
van waarden en normen in de samenleving
Technologische factoren: aspecten met betrekking tot technische veranderingen en
ontwikkelingen
Mesoanalyse: Verzamelen van gegevens op brancheniveau
Participanten in de bedrijfskolom
Afnemers
H1 Organisatiekunde in historisch perspectief:
Scientific management:
Organisatie zonder mensen
Stroming in het managementdenken die is gebaseerd op een rationeel wetenschappelijke
analyse van de werkzaamheden
Humanrelations benadering:
Mensen zonder organisatie
Managementtheorie met aandacht voor sociale aspecten,
Revisionisme: (= herziening)
Mensen en organisatie
School uit het managementdenken die het scientific management en de human relations
trachtte te integreren
Gesloten systemen: Systeem dat niet in contact staat met de buitenwereld
Interdisciplinair: Benadering van problemen vanuit meerdere bedrijfskundige domeinen
Delegatie: is het overdragen van taken aan een of meer andere functionarissen door een functionaris
die bevoegd is om taken over te dragen
Systeemtheotrie en contingentiebenadering:
Organisaties sterk afhankelijk van ontwikkelingen in de omgeving zoals democratisering,
automatisering en globalisering
Interdisciplinair
Organisatiestructuur en managementstijl passen zich aan de omgeving aan
Joint Venture: De samenwerkende organisaties blijven zelfstandig
Bolwijn & Kumpe, 1994
,Organisatie-evenwicht: Zowel interne als externe stakeholders gemotiveerd houden door middel
van een juiste beloningsbalans
Missie: wat doen we voor wie en waarom?
Visie: welke richting gaan we uit?
Doelen: welke gewenste situatie willen we binnenkort realiseren?
Strategie: hoe gaan we het beleid uitvoeren?
H2 Strategy:
Strategie: de route die organisatie of een onderdeel daarbinnen moeten volgen om de doelstellingen
te bereiken
Planning, situatie analyse, missie en visie
Businessdefinitionmodel van Abell: Omschrijving van welke klanten met welke producten worden
bediend in hun behoefte
, SWOT-analyse: Analyse van een organisatie op microniveau
Sterkten
Zwakten
Kansen
Bedreigingen
BCG-model (Boston Consulting Group): Model om product-marktcombinaties te positioneren
Macroanalyse: Analyse van ‘de pest’-omgevingsfactoren (dus demografische, ecologische, politiek-
juridische, economische, sociaal-culturele en technologische), doorgaans voor een individuele
organisatie niet beïnvloedbaar
Demografische factoren: veranderingen die zich voordoen in de omvang en de structuur
(vergrijzing en ontgroening) van de bevolking, met name statistieken van het CBS.
Ecologische factoren: Ontwikkelingen in natuur en milieu
Politiek-juridische factoren: De houding van de politiek en de wetgever ten opzichte van
organisaties
Economische factoren: hebben betrekking op beleid en op ontwikkelingen die uiteindelijk
invloed hebben op de koopkracht.
Sociaal-culturele factoren: factoren die betrekking hebben op veranderingen op het gebied
van waarden en normen in de samenleving
Technologische factoren: aspecten met betrekking tot technische veranderingen en
ontwikkelingen
Mesoanalyse: Verzamelen van gegevens op brancheniveau
Participanten in de bedrijfskolom
Afnemers