Week 1
Casus
om een provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie Zuid-Holland
verschillende instrumenten, waaraan de provinciale verordening er een is. De
Verordening Ruimte, vastgesteld op 2 juli 2010, stelt regels aan gemeentelijke
bestemmingsplannen. De provincie Zuid-Holland heeft in de Verordening Ruimte
daarom regels opgenomen over bebouwingscontouren, agrarische bedrijven,
kantoren, bedrijventerreinen, detailhandel, waterkeringen en luchthavens.
Geef gemotiveerd aan wie deze verordening heeft vastgesteld en geef
gemotiveerd aan op welke wijze deze bevoegdheid om de verordening vast te
stellen is verkregen.
R: de bevoegdheid van de verordeningen staat vastgesteld in art. 143
provinciewet. Deze nieuwe bevoegdheid is verkregen door een formele dan wel
materiele wetgever (=rechtsregel voor attributie).
T: In de casus wordt gesproken over de provincie Zuid-Holland die een
verordening uitvaardigt. Deze bevoegdheid is toegekend aan de provinciale
staten zoals genoemd in art. 6 provinciewet. De provinciale staten is een a-
bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 lid 1 sub a Awb, het bezit dus
rechtspersoonlijkheid. In art 123 Gw staat vastgesteld dat provincies bij wet
kunnen worden ingesteld.
De nieuwe bevoegdheid is de verordende bevoegdheid op grond van art. 143 lid
1 provinciewet.
In de provinciewet gaat het om een formele wetgever want de bevoegdheid is
samengesteld door de regering en de Staten-Generaal.
C: provinciale staten heeft de verordende bevoegdheid op grond van art. 143
provinciewet. Deze bevoegdheid is verkregen via attributie.
OPERA wordt gebruikt bij derde belanghebbenden (dus geen aanvrager of
normadressaat want dat zijn directe belanghebbenden)
Objectief: het moet meetbaar zijn dus niet subjectief
Persoonlijk: de positie van de belanghebbende moet duidelijk te onderscheiden
zijn voor die van anderen.
Eigen: iemand kan bijvoorbeeld niet zonder machtiging opkomen voor het belang
van zijn buurman.
Rechtstreeks: er moet een direct verband zijn tussen het besluit van een
bestuursorgaan en het belang. Afgeleide belangen, zoals die van een kind dat
ook de gevolgen zal ondervinden van een verlaging van de
werkloosheidsuitkering van zijn vader gelden niet.
Actueel: enkel de vrees dat toekomstige, onzekere belangen plaats zullen vinden
zijn onvoldoende.
Casus OPERA
, -Lidl casus over de vlag en dierenwelzijn
R: onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij
een besluit is betrokken art. 1:2 lid 1 Awb. Voor het vaststellen van een derde
belanghebbende, wordt de OPERA-criterium gebruikt.
T:
1. Objectief: aan deze voorwaarde is voldaan. De vlag staat in de achtertuin van
Marieke. Zij kijkt hier dag en nacht tegenaan.
2.Persoonlijk: Marieke heeft hierbij een persoonlijk belang gezien het
onderscheidende feit dat de vlag haar belemmert in haar zicht. Marieke stoort
zich hieraan. Ook voldoet Marieke aan het zicht- en nabijheidscriterium, de Lidl is
bij Marieke om de hoek.
3. Eigen belang: het is Marieke haar eigen belang gezien het feit dat Marieke de
eigenaar is van het huis waarbij het zicht belemmerd wordt door de vlag. Enkel
haar eigen zicht wordt belemmert en niet die van een ander.
4. Rechtstreeks: aan deze voorwaarde is voldaan. Door het genomen besluit van
het plaatsen van de vlag, is het rechtstreekse gevolg dat Marieke in haar zicht
belemmert wordt.
5. Actueel: het daadwerkelijke belang van Marieke om de vlag te verwijderen is
van actueel belang gezien het feit dat de vlag al op dit moment haar zicht
belemmert en het geen angst is dat in de toekomst ontstaat.
C: Marieke is een derde belanghebbende gezien het feit dat ze voldoet aan de
OPERA-criteria.
Casus delegatie
- APV
R: art. 10:13 jo. 10:14 Awb
1. Overdragen van een bevoegdheid;
2. Van een bestuursorgaan;
3. Naar een andere bestuursorgaan.
T:
De bevoegdheid betreft art. 2.19 lid 2 APV van de burgemeester om mensen van
aangewezen plekken te verwijderen. De burgemeester is een bestuursorgaan op
grond van art. 1:1 lid 1 sub a Awb, zij is onderdeel van de publiekrechtelijke
rechtspersoon, de gemeente (art. 6 Gemw) en is deze gemeente krachtens art.
123 lid 1 Gw in het leven geroepen. Een ambtenaar is geen bestuursorgaan en
erbij op grond van 10:14 Awb kan delegatie niet plaatsvinden, indien het een
ondergeschikte van het bestuursorgaan betret. In casu, is dat dus de ambtenaar
die onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester werkt op het gebied van
OVV (Openbare Orde en Veiligheid).
Een bestuursorgaan is een onderdeel van een rechtspersoon die krachtens
publiekrecht is ingesteld (art. 1:1 lid 1 sub a Awb).
C: delegatie is niet toegestaan aan de ambtenaar.