Scientific management door Frederick Taylor = gaat over wetenschappelijke
werkzaamheden(tijdmetingen) taakverdeling en arbeiders.
- Humanrelationsbenadering = reactie op scientific management
Revisionisme = probeerden scientific management en humanrelations te integreren.
(taakroulatie,- verruiming-, verrijking)
- Hawthorne-expiriment: bleek uit dat zowel rationele overwegingen, als sociale aspecten
belangrijk.
1. General management theory door Henry Fayol en Max Weber = geeft benodigde
vaardigheden om een organisatie te leiden. Mensen geselecteerd op basis van hun kennis.
Managementtaken kunnen verdeeld worden tot drie functies:
1. Beleidsvorming
Vindt op verschillende managementniveaus plaats
o koersbepaling en structurering (top)
o ondernemingsbeleid uitgewerkt + strategie (marketingafdeling)
Constitueren: het scheppen van een kader waarbinnen de daadwerkelijke uitvoering
kan plaatsvinden.
o Enerzijds door analyse doelstellingen en strategieën
o Anderzijds om voorwaarden en omstandigheden te scheppen om
doelstellingen waar te maken.
2. Structurering
Duidt op verdeling functies, toekenning bevoegdheid en verantwoordelijkheden en
de vaststelling van communicatiestructuur
o Constituerende beslissing: beleidsintensief(vooral top)
o Dirigerende beslissing: beleidsuitvoerend, opdrachten geven. (vooral in
managementniveau)
3. Uitvoering
- Niveau uitvoering betreft het doen uitvoeren, heersen en bijsturen van processen.
- Volgens Peter Drucker is westerse wereld na Eerste Industriële Revolutie, heeft een
kennisrevolutie plaatsgevonden.
- Henry Mintzberg heeft basisconfiguraties ontwikkeld à ideaaltypen van de beste manier
leidinggeven en structureren.
- 1. Eenvoudige structuur (direct toezicht)
- 2. Machinebureaucratie
- 3. Professionele bureaucratie (fiscaal advies,
ziekenhuizen)
- 4. Divisiestructuur (grote organisatie met veel
producten)
o Contractmanagement à als de
divisieleider de doelstellingen niet haalt,
hoeven de verplichtingen van contract niet
worden voldaan
- 5. Adhocratie (bij complexe omgeving die veel/snel
veranderd) (veel in projecten werken
, Kenmerk adhocratie kennen veel tijdelijke activiteiten die zij in een project
georganiseerd hebben.
- 6? Zendingsorganisatie: kenmerk door een ideële grondslag waarbij ideaal door de
medewerkers gedeeld wordt
- 7? Politieke organisatie (zelfde als zending)?
LEES KADER 3.6
Volgens Henry contigentietheorie is dat er geen beste manier van leidinggeven is.
- Michael Porter heeft vijfkrachtigmodel bedacht, wat handig bij analyseren van de markt
en concurrentie.
Vijfkrachtenmodel: hierin
onderscheidt naast directe
concurrenten ook potentiële
toetreders, aanbieders,
substituut artikelen, handel en
leveranciers,
tegen de achtergrond van
toetredings- en
uittredingsbelemmeringen.
1. Bestaande concurrenten
2. Nieuwe toetreders Toetredingsbarriéres kunnen
3. Aanbieders van substituten ontstaan als productieproces
4. Afnemers zeer kapitaalintensief is
5. Leveranciers Uittredingsbarriéres is vooral
bij strategische, economische
of emotionele overwegingen
- Concurrentiestrategieën van Porter, hij stelt dat de onderneming zich moet
onderscheiden van concurrentie door te kiezen voor
1. Costleadership: producten zo laag mogelijk verkoopprijs aanbieden
2. Differentiatie: onderscheiden van concurrentie
3. Focus: focussen op kleine segmenten(niches) in de markt, die tot interessante
segmenten uitgroeien.
- Het Value-chainmodel door
Porter
Uitganspunt is dat gehele
organisatie kan worden gezien
als verzameling van processen,
leidend tot creëren van
meerwaarde
- Vijf primaire processen te
onderscheiden:
1. Ingaande logistiek:
alle processen die verband houden met ontvangen, opslaan en verspreiden input
2. productie
processen verband met omzetten grondstoffen in eindproduct(ook onderhoud)
3. uitgaande logistiek: