1
Kopregel: CORRELATIE ZELFVERTROUWEN FAALANGST GENDER
Correlatie tussen zelfvertrouwen en faalangst én tussen gender en faalangst
Marijke Sandburg
Vrije Universiteit Amsterdam
Psychologie
2721028
Thari Codrington
Werkgroep 20
Statistiek 1
19 december 2021
731 woorden
, 2
Kopregel: CORRELATIE ZELFVERTROUWEN FAALANGST GENDER
Correlatie tussen zelfvertrouwen en faalangst én tussen gender en faalangst
In dit onderzoek wordt de relatie onderzocht tussen zelfvertrouwen en faalangst onder 300
studenten die het vak Statistiek 1 volgen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De hypothese
is dat bij meer zelfvertrouwen er sprake zal zijn van minder faalangst. Er wordt dus een
negatief verband verwacht, omdat er bij eerder onderzoek ook is aangetoond dat bij mensen
met meer zelfvertrouwen faalangst minder sterk voorkomt (Sarı et al., 2017). Ook wordt er uit
gegaan van een correlatie. Het lijkt namelijk erg logisch dat zelfvertrouwen en faalangst met
elkaar correleren, omdat mensen vaak minder angstig zijn om te falen als ze geloven dat ze
iets kunnen.
In dit onderzoek wordt ook de relatie tussen gender en faalangst onderzocht. Hierbij is de
hypothese dat vrouwen meer faalangst hebben dan mannen. Deze verwachting is gebaseerd op
eerder onderzoek van Gao et al. (2020). Vrouwen maken zich over het algemeen ook gewoon
meer druk dan mannen, dat is gebleken uit het onderzoek van Robichaud et al. (2003).
Methode
Participanten
Alle participanten zijn studenten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgen het vak
Statistiek 1. In totaal zijn er 300 participanten. Tien participanten zijn niet verder
meegenomen in het onderzoek. De 290 overige participanten bestaan uit 72 mannen (24.8%)
en 218 vrouwen (75.2%). De gemiddelde leeftijd is 20.86 jaar (SD = 3.68) en heeft een range
van 17-49. De hoogst afgeronde studie onder de participanten is als volgt verdeeld: 5 WO
(1.7%), 180 VWO (62.1%), 43 HBO-propedeuse (14.8%), 29 HBO (10.0%) en 33 een
overige studie (11.4%). 95 studenten volgen de Engelstalige studiestroom (32.8%) en 195 de
Nederlandstalige (67.2%). Tot slot zijn er 235 psychologiestudenten (81.0%), 25
pedagogiekstudenten (8.6%), 21 PMC-studenten (pre-master) (7.2%) en 9 PA-
kwadraatstudenten (3.1%).
Kopregel: CORRELATIE ZELFVERTROUWEN FAALANGST GENDER
Correlatie tussen zelfvertrouwen en faalangst én tussen gender en faalangst
Marijke Sandburg
Vrije Universiteit Amsterdam
Psychologie
2721028
Thari Codrington
Werkgroep 20
Statistiek 1
19 december 2021
731 woorden
, 2
Kopregel: CORRELATIE ZELFVERTROUWEN FAALANGST GENDER
Correlatie tussen zelfvertrouwen en faalangst én tussen gender en faalangst
In dit onderzoek wordt de relatie onderzocht tussen zelfvertrouwen en faalangst onder 300
studenten die het vak Statistiek 1 volgen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De hypothese
is dat bij meer zelfvertrouwen er sprake zal zijn van minder faalangst. Er wordt dus een
negatief verband verwacht, omdat er bij eerder onderzoek ook is aangetoond dat bij mensen
met meer zelfvertrouwen faalangst minder sterk voorkomt (Sarı et al., 2017). Ook wordt er uit
gegaan van een correlatie. Het lijkt namelijk erg logisch dat zelfvertrouwen en faalangst met
elkaar correleren, omdat mensen vaak minder angstig zijn om te falen als ze geloven dat ze
iets kunnen.
In dit onderzoek wordt ook de relatie tussen gender en faalangst onderzocht. Hierbij is de
hypothese dat vrouwen meer faalangst hebben dan mannen. Deze verwachting is gebaseerd op
eerder onderzoek van Gao et al. (2020). Vrouwen maken zich over het algemeen ook gewoon
meer druk dan mannen, dat is gebleken uit het onderzoek van Robichaud et al. (2003).
Methode
Participanten
Alle participanten zijn studenten aan de Vrije Universiteit Amsterdam en volgen het vak
Statistiek 1. In totaal zijn er 300 participanten. Tien participanten zijn niet verder
meegenomen in het onderzoek. De 290 overige participanten bestaan uit 72 mannen (24.8%)
en 218 vrouwen (75.2%). De gemiddelde leeftijd is 20.86 jaar (SD = 3.68) en heeft een range
van 17-49. De hoogst afgeronde studie onder de participanten is als volgt verdeeld: 5 WO
(1.7%), 180 VWO (62.1%), 43 HBO-propedeuse (14.8%), 29 HBO (10.0%) en 33 een
overige studie (11.4%). 95 studenten volgen de Engelstalige studiestroom (32.8%) en 195 de
Nederlandstalige (67.2%). Tot slot zijn er 235 psychologiestudenten (81.0%), 25
pedagogiekstudenten (8.6%), 21 PMC-studenten (pre-master) (7.2%) en 9 PA-
kwadraatstudenten (3.1%).