Week 2
Hoorcollege 2A
Samenvatting H12 en H13 (Compendium)
Arrest Benoeming bijzondere curator
Arrest Gelijkwaardig ouderschap
Hoofdstuk 12 Minderjarigen en het over hen uitgeoefende gezag (titel 13 en 14)
Het in art. 8 EVRM neergelegde recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven omvat
de uitoefening van ouderlijk gezag.
Minderjarig is degene die nog geen achttien jaren is, en niet gehuwd (geweest) is dan wel
meerderjarig verklaard, zie art. 1:233 BW. Het gevolg van minderjarigheid is
handelingsonbekwaamheid: onbekwaam zichzelf bindende rechtshandelingen te verrichten.
Uitzonderingen op de handelingsonbekwaamheid van minderjarigen staan in art. 1:234.
Hierin staat dat met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger voor bepaalde
rechtshandelingen de minderjarige handelingsbekwaam is, zie art. 1:234 leden 1 en 2 BW.
Toestemming mag verondersteld zijn als het in het maatschappelijk verkeer normaal is dat
een kind een bepaalde handeling verricht, zie art. 1:234 lid 3 BW.
Andere uitzonderingen:
1. Dispensatie van Minister van Justitie en toestemming ouders voor het sluiten van een
huwelijk, zie art. 1:31, 1:35 en art. 1:117 BW.
2. Minderjarige die zestien jaar of ouder is, kan een testament maken, zie art. 4:55 lid 1
BW.
3. Minderjarige die zestien jaar of ouder is, kan zelfstandig een arbeidsovereenkomst
aangaan, zie art. 7:612 BW.
4. Minderjarige die zestien jaar of ouder is, is bekwaam een overeenkomst inzake
geneeskundige behandeling te sluiten, zie art. 7:447 lid 1 BW.
Voor zelfstandig uitoefenen van beroep of bedrijf kan handlichting worden verleend op
verzoek van de minderjarige (16) door de kantonrechter, zie art. 1:235 BW. Een verleende
handrichting kan ingetrokken worden, indien de minderjarige misbruik maakt, of er
gegronde vrees bestaat dat hij dit zal doen, zie art. 1:236 BW. En moet gepubliceerd worden
(tegen derden te goeder trouw), zie art. 1:237 BW.
Op het gebied van het gezag over minderjarigen, is een belangrijke taak opgedragen aan de
raad voor de kinderbescherming, zie art. 1:238 t/m 1:243 BW.
Minderjarigen staan onder gezag; algemene uitgangspunten:
1. Er is ouderlijk gezag of voogdij, zie art. 1:245 lid 2 BW.
2. Ouderlijk gezag wordt door….. uitgeoefend (zie artikel).
3. Rechterlijke beslissingen inzake het gezag zijn vatbaar voor wijziging, zie art. 253n en
253o BW.
4. Onbevoegd tot het gezag zijn minderjarigen, onder curatele gestelden en personen
met geestelijke stoornis, zie art. 1:2531 en art. 1:324 BW.
5. Gezag kan van rechtswege verkregen worden, via een testamentaire bepaling, door
middel van een aantekening in het gezagsregister of door de rechter opgedragen
worden.
Het gezag heeft op drie aspecten betrekking: gezag over de persoon van de minderjarige,
het bewind om zijn vermogen en de vertegenwoordiging in en buiten rechte, zie art. 1:245
lid 4 BW.
Hoorcollege 2A
Samenvatting H12 en H13 (Compendium)
Arrest Benoeming bijzondere curator
Arrest Gelijkwaardig ouderschap
Hoofdstuk 12 Minderjarigen en het over hen uitgeoefende gezag (titel 13 en 14)
Het in art. 8 EVRM neergelegde recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven omvat
de uitoefening van ouderlijk gezag.
Minderjarig is degene die nog geen achttien jaren is, en niet gehuwd (geweest) is dan wel
meerderjarig verklaard, zie art. 1:233 BW. Het gevolg van minderjarigheid is
handelingsonbekwaamheid: onbekwaam zichzelf bindende rechtshandelingen te verrichten.
Uitzonderingen op de handelingsonbekwaamheid van minderjarigen staan in art. 1:234.
Hierin staat dat met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger voor bepaalde
rechtshandelingen de minderjarige handelingsbekwaam is, zie art. 1:234 leden 1 en 2 BW.
Toestemming mag verondersteld zijn als het in het maatschappelijk verkeer normaal is dat
een kind een bepaalde handeling verricht, zie art. 1:234 lid 3 BW.
Andere uitzonderingen:
1. Dispensatie van Minister van Justitie en toestemming ouders voor het sluiten van een
huwelijk, zie art. 1:31, 1:35 en art. 1:117 BW.
2. Minderjarige die zestien jaar of ouder is, kan een testament maken, zie art. 4:55 lid 1
BW.
3. Minderjarige die zestien jaar of ouder is, kan zelfstandig een arbeidsovereenkomst
aangaan, zie art. 7:612 BW.
4. Minderjarige die zestien jaar of ouder is, is bekwaam een overeenkomst inzake
geneeskundige behandeling te sluiten, zie art. 7:447 lid 1 BW.
Voor zelfstandig uitoefenen van beroep of bedrijf kan handlichting worden verleend op
verzoek van de minderjarige (16) door de kantonrechter, zie art. 1:235 BW. Een verleende
handrichting kan ingetrokken worden, indien de minderjarige misbruik maakt, of er
gegronde vrees bestaat dat hij dit zal doen, zie art. 1:236 BW. En moet gepubliceerd worden
(tegen derden te goeder trouw), zie art. 1:237 BW.
Op het gebied van het gezag over minderjarigen, is een belangrijke taak opgedragen aan de
raad voor de kinderbescherming, zie art. 1:238 t/m 1:243 BW.
Minderjarigen staan onder gezag; algemene uitgangspunten:
1. Er is ouderlijk gezag of voogdij, zie art. 1:245 lid 2 BW.
2. Ouderlijk gezag wordt door….. uitgeoefend (zie artikel).
3. Rechterlijke beslissingen inzake het gezag zijn vatbaar voor wijziging, zie art. 253n en
253o BW.
4. Onbevoegd tot het gezag zijn minderjarigen, onder curatele gestelden en personen
met geestelijke stoornis, zie art. 1:2531 en art. 1:324 BW.
5. Gezag kan van rechtswege verkregen worden, via een testamentaire bepaling, door
middel van een aantekening in het gezagsregister of door de rechter opgedragen
worden.
Het gezag heeft op drie aspecten betrekking: gezag over de persoon van de minderjarige,
het bewind om zijn vermogen en de vertegenwoordiging in en buiten rechte, zie art. 1:245
lid 4 BW.