Hoorcolleges voorbereiden: Syllabus H6
Stof hoorcollege
Hoofdstuk 6 Inbreng in een personenvennootschap
De vennootschap onder firma is een contractuele samenwerkingsvorm waarin een bedrijf of
beroep (dan is er sprake van een maatschap) wordt uitgeoefend. De samenwerking is
gericht op het behalen van vermogensrechtelijk voordeel ten behoeve van alle vennoten
door middel van inbreng door ieder van de vennoten. De samenwerking kan openbaar zijn
of niet. Een vennootschap die niet openbaar is wordt aangeduid als een stille maatschap.
De inbreng. Ook de nieuwe partner moet wat inbrengen, zie art. 7:800 lid 1 BW. Ingebracht
kunnen worden geld, arbeid en vlijt, goederen of alleen het genot bij goederen, zie art.
7:805 lid 1 BW.
De inbreng van de onderneming. Inbreng kan op drie manieren plaatsvinden.
1. Overdacht en levering van de volle eigendom van zaken en/of vermogensrechten aan
de nieuwe partner.
2. Overdracht van economische eigendom van zaken en/of vermogensrechten aan de
nieuwe partner. De waardeveranderingen en risico’s gaan de gezamenlijke vennoten
aan.
3. Inbreng van slechts het genot van bepaalde zaken en/of vermogensrechten, de
waardeveranderingen en risico’s gaan alleen de inbrenger aan.
Overdrachtswinst. De inbrengende ondernemer staakt zijn onderneming gedeeltelijk voor
zover hij door de inbreng (het belang bij) zijn onderneming overdraagt aan de medevennoot.
Herwaarderingswinst. De ondernemer zal worden belast voor de herwaardering van zijn deel
in de bezittingen en schuld van het ingebrachte notariskantoor. Daarom ook afrekenen over
de stille reserves. De stille reserves zijn alleen nog niet gerealiseerd. De Hoge Raad gaat
om: Pas als de inbrenger er voor kiest om in zijn persoonlijke balans te herwaarderen is
sprake van belastingheffing over de vrijwillige herwaardering. Vervolgens kan de inbrenger
dan fiscaal ook gaan afschrijven over de geherwaardeerde waarde.
Inbreng tegen boekwaarden. Als de bezittingen en schulden worden ingebracht tegen
boekwaarden krijgt de (nieuwe) vennoot recht op de helft van de stille reserves. Om dat te
voorkomen worden in de praktijk de volgende oplossingen bedacht: zie aantekeningen nr 1
t/m 6.
A brengt tegen boekwaarde in. Dan brengt B contanten in. Aanwezige stille reserves.
Stille reserves niet inbrengen.
Inbreng van de boekwaarden met verrekening buiten de maatschap om. A brengt
alles in en B deelt in de winst. Daarom moet B aan A buiten de maatschap om de helft
van de stille reserves betalen. Persoonlijke balans maken.
Doorschuiven van een deel van de onderneming, zie art. 3:63 wet IB 2001.