Het geneeskundig proces:
1. Voorkennis (epidemiologie)
2. Anamnese (gesprek)
3. Onderzoek (diagnostiek)
Lichamelijk onderzoek
Aanvullend onderzoek
4. Differentiaal diagnose en de waarschijnlijkheidsdiagnose
5. Prognose
Mogelijke gevolgen in de toekomst
6. Behandelings-en/beleidsmogelijkheid
Verpleegkundig
Medisch
Gemeenschappelijk
7. Follow-up in de tijd
Prevalentie = hoeveel mensen hebben de ziekte in een jaar
Incidentie = aantal nieuwe gevallen over een bepaalde tijd
3. Onderzoek
Lichamelijk onderzoek
o Algemeen:
o Inspectie (kijken)
o Palpatie (voelen)
o Percussie (kloppen)
o Auscultatie (luisteren)
o Buik:
o Inspectie (kijken)
o Auscultatie (luisteren)
o Percussie (kloppen)
o Palpatie (voelen)
Aanvullend onderzoek
o Bloedonderzoek
o Beeldvormend (X-thorax, Echo, CT, MRI, scopie)
o Functioneel (longfunctie, ecg)
o Pathologie (cytologie = cel en Histologie = weefselonderzoek,
verkregen door o.a. een biopt)
o Combinaties (PET-CT)
4. Niveau van diagnose (diepgang):
o Symptoom diagnose:
, 1 keer hoofdpijn, verkouden etc.
Geen alarmsymptomen
o Syndroom diagnose:
aantal klachten en lichamelijke bevindingen bij elkaar
klinisch beelden (hartfalen, depressie)
o Verklarende diagnose:
etiologische rij (infectie, genetisch etc.)
verklaringsmodellen (biopsychociaal model, kwetsbaarheidsmodel in
psychiatrie)
multifactorieel model
o endogeen + exogeen + onbekend + toeval
o genetisch +gedrag/leefstijl + omgeving + onbekend + toeval
5. Prognose:
Op welke gebieden kun je kijken naar mogelijke gevolgen/toekomst?
Somatisch (lichamelijk)
Psychisch
Sociaal (gezin, werk, omgeving)
Financieel
Existentieel (geloof, kernwaarden)
Maatschappelijk
6. Doelen van de behandeling:
Curatief (genezend)
Symptomatisch (klachten verminderen)
Preventief (primair, secundair, tertiair)
Palliatief (gericht op het welzijn en het comfort, kwaliteit van verloop)
Primair = vaccinatie
Secundair = vroeg opsporen ziekte
Tertiair = erger voorkomen
Week 2:
Hartvaatstelsel:
Het hart bestaat uit 3 lagen
- Pericard, buitenste
- Myocard, middelste
1. Voorkennis (epidemiologie)
2. Anamnese (gesprek)
3. Onderzoek (diagnostiek)
Lichamelijk onderzoek
Aanvullend onderzoek
4. Differentiaal diagnose en de waarschijnlijkheidsdiagnose
5. Prognose
Mogelijke gevolgen in de toekomst
6. Behandelings-en/beleidsmogelijkheid
Verpleegkundig
Medisch
Gemeenschappelijk
7. Follow-up in de tijd
Prevalentie = hoeveel mensen hebben de ziekte in een jaar
Incidentie = aantal nieuwe gevallen over een bepaalde tijd
3. Onderzoek
Lichamelijk onderzoek
o Algemeen:
o Inspectie (kijken)
o Palpatie (voelen)
o Percussie (kloppen)
o Auscultatie (luisteren)
o Buik:
o Inspectie (kijken)
o Auscultatie (luisteren)
o Percussie (kloppen)
o Palpatie (voelen)
Aanvullend onderzoek
o Bloedonderzoek
o Beeldvormend (X-thorax, Echo, CT, MRI, scopie)
o Functioneel (longfunctie, ecg)
o Pathologie (cytologie = cel en Histologie = weefselonderzoek,
verkregen door o.a. een biopt)
o Combinaties (PET-CT)
4. Niveau van diagnose (diepgang):
o Symptoom diagnose:
, 1 keer hoofdpijn, verkouden etc.
Geen alarmsymptomen
o Syndroom diagnose:
aantal klachten en lichamelijke bevindingen bij elkaar
klinisch beelden (hartfalen, depressie)
o Verklarende diagnose:
etiologische rij (infectie, genetisch etc.)
verklaringsmodellen (biopsychociaal model, kwetsbaarheidsmodel in
psychiatrie)
multifactorieel model
o endogeen + exogeen + onbekend + toeval
o genetisch +gedrag/leefstijl + omgeving + onbekend + toeval
5. Prognose:
Op welke gebieden kun je kijken naar mogelijke gevolgen/toekomst?
Somatisch (lichamelijk)
Psychisch
Sociaal (gezin, werk, omgeving)
Financieel
Existentieel (geloof, kernwaarden)
Maatschappelijk
6. Doelen van de behandeling:
Curatief (genezend)
Symptomatisch (klachten verminderen)
Preventief (primair, secundair, tertiair)
Palliatief (gericht op het welzijn en het comfort, kwaliteit van verloop)
Primair = vaccinatie
Secundair = vroeg opsporen ziekte
Tertiair = erger voorkomen
Week 2:
Hartvaatstelsel:
Het hart bestaat uit 3 lagen
- Pericard, buitenste
- Myocard, middelste