Enkel
Naam Simone Koopmans
Chronische laterale instabiliteit
Algemeen
Bij een chronische laterale instabiliteit zijn er verschillende factoren van belang. Als passieve factoren de
belangrijkste rol spelen, dan is er sprake van een mechanische instabiliteit. Als actieve factoren de
belangrijkste rol spelen, dan is er sprake van een functionele instabiliteit.
Een laxiteit van het lig. talofibulare anterius leidt tot een toegenomen mogelijkheid van de talus om vanuit de
enkelvork naar voren te schuiven (een anterior talar translation). Een laxiteit van het lig. calcaneofibulare leidt
tot een toegenomen inversiekanteling van de voet ten opzichte van het onderbeen (een talar tilt).
Bij een chronische laterale instabiliteit is een ligamentaire disfunctie vaak niet de enige oorzaak. Personen met
een posttraumatische of idiopathische gewrichtslaxiteit kunnen namelijk zonder klachten functioneren.
Daarentegen hebben veel patiënten met een chronische laterale instabiliteit een volkomen stabiele
achtervoet en bij hen speelt een functionele instabiliteit dus een grotere rol.
Het diagnostisch proces
Patroon • Pijn.
• Een zwelling.
• Gewrichtsstijfheid.
• Bewegingsangst.
• Instabiliteitsgevoel.
• Repeterende inversietrauma.
Analyse Eerst fysiotherapeutisch, dan medisch.
Het therapeutisch proces
Behandelplan Bij een chronische laterale instabiliteit wordt stabiliteitstraining van de enkel
voorgeschreven, eventueel met het dragen van een enkelbrace. Deze benadering is in de
meeste gevallen effectief. Bij aanhoudende instabiliteitsklachten volgt een verder onderzoek,
dat gericht is op het aantonen van een mechanische instabiliteit. In individuele gevallen
(onder andere afhankelijk van de leeftijd, het beroep en de sportactiviteiten) kan een
operatieve behandeling van het kapselbandapparaat worden uitgevoerd. Een anatomische
reconstructie van het kapselbandapparaat is in 80 tot 90 procent van de gevallen succesvol.
Naam Simone Koopmans
Chronische laterale instabiliteit
Algemeen
Bij een chronische laterale instabiliteit zijn er verschillende factoren van belang. Als passieve factoren de
belangrijkste rol spelen, dan is er sprake van een mechanische instabiliteit. Als actieve factoren de
belangrijkste rol spelen, dan is er sprake van een functionele instabiliteit.
Een laxiteit van het lig. talofibulare anterius leidt tot een toegenomen mogelijkheid van de talus om vanuit de
enkelvork naar voren te schuiven (een anterior talar translation). Een laxiteit van het lig. calcaneofibulare leidt
tot een toegenomen inversiekanteling van de voet ten opzichte van het onderbeen (een talar tilt).
Bij een chronische laterale instabiliteit is een ligamentaire disfunctie vaak niet de enige oorzaak. Personen met
een posttraumatische of idiopathische gewrichtslaxiteit kunnen namelijk zonder klachten functioneren.
Daarentegen hebben veel patiënten met een chronische laterale instabiliteit een volkomen stabiele
achtervoet en bij hen speelt een functionele instabiliteit dus een grotere rol.
Het diagnostisch proces
Patroon • Pijn.
• Een zwelling.
• Gewrichtsstijfheid.
• Bewegingsangst.
• Instabiliteitsgevoel.
• Repeterende inversietrauma.
Analyse Eerst fysiotherapeutisch, dan medisch.
Het therapeutisch proces
Behandelplan Bij een chronische laterale instabiliteit wordt stabiliteitstraining van de enkel
voorgeschreven, eventueel met het dragen van een enkelbrace. Deze benadering is in de
meeste gevallen effectief. Bij aanhoudende instabiliteitsklachten volgt een verder onderzoek,
dat gericht is op het aantonen van een mechanische instabiliteit. In individuele gevallen
(onder andere afhankelijk van de leeftijd, het beroep en de sportactiviteiten) kan een
operatieve behandeling van het kapselbandapparaat worden uitgevoerd. Een anatomische
reconstructie van het kapselbandapparaat is in 80 tot 90 procent van de gevallen succesvol.