2022
Werkboek
Consumentenrecht en
burgerlijk procesrecht
Studentexemplaar
Hogeschool Inholland
Cluster Recht/SJD
Studiejaar 2021– 2022
,Inhoudsopgave
Lesweek 1........................................................................................................ 3
Lesweek 2........................................................................................................ 5
Lesweek 3........................................................................................................ 8
Lesweek 4...................................................................................................... 11
Lesweek 5...................................................................................................... 13
Lesweek 6...................................................................................................... 16
BURGERLIJK PROCESRECHT............................................................................19
Week I:...................................................................................................................................... 19
Week I............................................................................................................ 19
Rechtsmacht en bevoegdheid van de rechter................................................19
....................................................................................................................... 19
Week IV:......................................................................................................... 29
Rechtsmiddelen.............................................................................................. 29
Week V:.......................................................................................................... 33
Vonnis en Kosten............................................................................................ 33
Week VI:......................................................................................................... 36
Alternatieve geschillenbeslechting en conservatoir beslag............................36
Week VII:........................................................................................................ 40
Oefententamen.............................................................................................. 40
2
,Lesweek 1
Onderwerp: Inleiding, algemene voorwaarden
Stof: hoofdstuk 1,2 en 13
1. Case zwembad.
In een openbaar zwembad hangt bij de ingang een goed zichtbaar bord met
daarop de tekst:
“De Directie stelt zich niet aansprakelijk voor beschadiging of vermissing
van in bewaring gegeven goederen”.
Anton wil gaan zwemmen en geeft daarom zijn portemonnee, autopapieren en
sleutels in bewaring aan de medewerker van het zwembad.
Na ongeveer 1,5 uur wil Anton weer weg. Dan blijkt echter dat zijn portemonnee
is verdwenen. Als Anton daarop verhaal wil gaan halen bij de directie, wordt hij
op het bovenstaande bordje gewezen.
Vragen:
1. Is hier sprake van een zogeheten algemene voorwaarde?
- Kijkend naar art. 6:231 sub a BW gaat het om een beding opgesteld om in
een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van de
kernbedingen: elementen uit het artikel toegepast op de casus.
-bordje met tekst: opgesteld
- tekst is een beding (voorwaarde)
- bedoeld voor iedereen die binnenkomst en in die zin een overeenkomst
aangaat.
- betreft niet de kern van de prestatie
2. Waarom is de gebruikte tekst juridisch onjuist?
- De directie stelt zich natuurlijk nooit zelf aansprakelijk: zij wordt
aansprakelijk gesteld door een bezoeker.
3. Hoe had de tekst wel moeten luiden, gelet op de directie wil bereiken?
- ‘De directie sluit elke aansprakelijkheid uit’.
Uitgaande van de juridisch juiste tekst:
- Alg. voorwaarde kader
1. Begripsbepaling: art. 6:231 sub a BW
2. Art. 6:232 BW de snelle gebondenheid
3. Hiertegenover mogelijkheid vernietigen art. 6:233 BW
- Kenbaar onredelijk bezwaar
3
, - Inhoud
4. Toetsing grijze/zwarte lijst
4. Gesteld dat hier sprake is van een algemene voorwaarde, is Anton hieraan in
principe dan ook gebonden, is het voor hem een in principe geldende
voorwaarde?
- De A.V. is in principe heel snel van toepassing (art. 6:232 BW): ook als de
wederpartij deze niet kende. Voldoende is dat hij weet dat er A.V. zijn. De
A.V. is wel vernietigbaar (maar dus geldend, zolang niet vernietigd wordt):
5. Als Anton er in principe aan gebonden is, kan hij dan met succes een beroep op
de vernietigbaarheid doen?
Art. 6:233 BW:
- Vanwege de kenbaarheid: bordje was duidelijk zichtbaar, dus aan te nemen is
dat er gemakkelijk kennis van kan worden genomen
- Vanwege de inhoud o.g.v. onredelijk bezwarend zijn: dat kan zijn volgens de
open norm (6:233) of evt. volgens de zwarte of grijze lijst (art. 6:236 resp. 237
BW)
Het is van belang om de voorwaarde te ‘duiden’: wat is de context van de A.V.?
Twee uitersten
1. Als er sprake zou zijn van een verplicht en tegen betaling achterlaten van
spullen, betreft het al snel een (aparte) bewaarnemingsovereenkomst, waarbij
de verplichting nu juist is dat de spullen in goede orde teruggevend worden. In
dat geval zou uitsluiten van de aansprakelijkheid al snel onredelijk zijn (evt. ook
onder art 6:236 sub a kunnen vallen, omdat de wederpartij het recht wordt
ontzegd om de prestatie op te eisen.
Praktijkvoorbeeld: bezoek aan schouwburg en verplicht gebruik van betaalde
garderobe.
2. Als sprake zou zijn van het beschikbaar stellen van een faciliteit, zonder
verplichting om er gebruik van te maken en zonder aparte betaling, is moeilijk
aan te nemen dat er een (aparte) overeenkomst van bewaarneming is afgesloten
-eerder is sprake van een extra service gekoppeld aan een andere overeenkomst.
Praktijkvoorbeeld: ‘bruine café’ waar langs de wand een kapstok is, waar
bezoekers desgewenst hun jas kunnen ophangen.
Conclusie: de casus geeft weinig detail. Het geit dat hij geen keuze had, lijkt het
me sterk dat het zwembad de aansprakelijkheid uitsluit
4