Hout
Algemene eigenschappen/feiten
- oudste bouwmateriaal (prehistorie)
- oneindige grondstof
- FSC keurmerk moet aanwezig zijn
Forrest Stewardship Council is een beschermd en geregistreerd logo dat alleen
gedragen mag worden door producten die zijn vervaardigd van hout uit goed beheerde
bossen.
- verweerd bij temperatuurveranderingen en vochtigheid —> door dichtheid, krimpen,
uitzetten en structuur
- het meest gebruikte hout van de stam is het kernhout
- Hoe meer vlammen, hoe sneller het gegroeid is —> minder sterk
- Jaarringen ontstaan door temperatuurverschillen. In de zomer groeit hout snel en in
de winter langzaam.
Boomstam
Schors: de afgestorven (verkurkte) bast.
Bast: dunne laag weefsel dat de voedingsstoffen (suikers) vervoeren.
Cambium of teeltlaag: slechts één cel laag dik "weefsel", celdeling en groei van het
hout (bast en spint) plaatsvindt.
Spint: levende deel, groeiringen, vervoert water van de wortels naar de kruin.
Kernhout: afgestorven spinthout, ruggengraat van de boom
1
, Soorten (10.000)
— Loofhout (loofbomen — hardhout)
Hoe zwaarder het hout, hoe duurzamer.
— Naaldhout (naaldbomen)
Zacht hout, hierdoor minder duurzaam.
Groeit sneller, hierdoor heeft de boom meer jaarringen en dit zorgt voor kleine dichtheid.
Voor hout geldt: hoe groter de dichtheid hoe beter. Naaldhout heeft veel noesten en
vlammen.
Manier van zagen
— Kwartiers gezaagd (kwarten, 4 delen)
Zorgt voor minder rek.
Te herkennen aan de lijnen/strepen.
Slijt en watervast.
— Dosse gezaagd (stam in de lengte)
Kan krom trekken.
Goedkoop.
— Kopshout (snijplank — blokjes)
Haaks op groeirichting gezaagd, jaarringen zijn zichtbaar
Sterk (blokjes zijn allemaal aan elkaar gelijmd)
— Langshout (slechte snijplank)
In groeirichting gezaagd, vlammen zichtbaar
Zelfde eigenschap als dosse; kan ook krom trekken
2