Metaal
• In natuurlijke staat beschikbaar:
- koper
- goud
- platina
- ijzer / nikkelhoudend meteorietgesteente
• Veerkracht
Bij staalsoorten geldt; hoe kouder hoe brosser en hoe warmer hoe sterker.
Goud heeft de grootste rekbaarheid.
• Behandelingen (voor structuur aanpassingen)
Gloeien; verwarmen en daarna langzaam laten afkoelen. Hierdoor ontstaan nieuwe
spanningen en wordt het beter vormbaar.
Afschrikharden; verwarmen waarna abrupt afgekoeld. Hierdoor wordt het materiaal hard
en bros.
Tempreren na het harden wordt het opnieuw verwarmd om de brosheid te
minimaliseren.
• Corrosie
Kwetsbaar: gietijzer en staal
Redelijk: koper, messing en brons
Zeer tolerant: aluminium en zink
Heel goed: zilver, chroom, titanium en goud
1
, Om roestvrijstaal te vormen wordt er chroom gecombineerd met staal, dit helpt ook
tegen corrosie.
Bij gebruik van verschillende metalen naast elkaar wordt corrosie voorkomen door er
stukken zink over te plaatsen.
• Onderscheid
Ijzer
Erts komt uit mijnen, dit gesteente wordt gesmolten in de oven. Hieruit ontstaat ijzer.
Deze erts is een mineraal en bevat metaal. Dit geldt voor bijna alle metaalsoorten.
Ijzer wordt vooral gewonnen in China, Brazilië en Australië.
Smeedijzer is vormbaar en wordt vooral gebruikt voor hekwerken en meubels.
Metalen
1. Ferro*-metalen — menging van metalen
2. Non-ferrometalen — alle metalen die geen ijzer bevatten; zink, koper, aluminium.
* ferro = ijzer
1. Edel — wordt nauwelijks aangetast; goud en platina
2. Non-edel — verkleurd; ijzer, koper en zink
1. Legering — menging van verschillende materialen
2. Puur — ijzer, koper, chroom, aluminium, nikkel, lood, zink, tin, goud en zilver.
2