Contexten
Hoofdstuk 1: De Republiek (1515-1648)
1.1 Het begin van de Opstand (1515-1572)
1515: Karel V wordt heer der Nederlanden. 1543: Karel V landsheer alle 17
Nederlandse gewesten. 1531: Karel V vormt 3 centrale adviesraden (Collaterale
Raden):
- Raad van State: Advies over alle grote en voornaamste zaken.
- Geheime Raad: wetten opstellen en toezicht houden op besturen. Bestond
uit rechtsgeleerden
- Raad van Financiën: Belastingen, toezicht op betaling
Door bloei handel en nijverheid 15e en 16e eeuw werd stedelijke burgerij sterk.
Privileges in ruil voor belastingen. 1519: Karel V wordt keizer Duitse Rijk, Luther is
net begonnen met Reformatie. Hij ergerde zich aan de rijkdom en macht van de
kerk en verwierp de zelfgemaakte kerkelijke wetten en regels. Bijbel moest
vertaald worden. Luthers opvattingen snel verspreid via boeken en pamfletten,
en steun Duitse vorsten. 1521: Karel V roept belangrijkste Duitse vorsten en
edelen bijeen in Worms om geloofseenheid te redden. Toespraak Luther leidt tot
definitieve scheuring van de kerk. Veroordeeld als ketter en verbod op lezen of
bezitten Luthers boeken. Luther beschermd door vorst van Saksen. Luther
vertaalt Bijbel. Karel V voert oorlog met katholieke vorsten tegen protestantse
vorsten. 1555: Vrede van Augsburg: cuius regio eius religio (wiens gebied, diens
godsdienst). 1521: Karel V stelt inquisitie in die ketters moest opsporen en
berechten. 1550: Bloedplakkaat: alle ketters moeten worden gedood, ook bezit
van ketterse boeken en onderdak aan ketters. Alle bezittingen afgenomen, zodat
ook nabestaanden werden getroffen. Protestanten waren kleine minderheid.
Bestuurders vonden inquisitie hard en nutteloos, ook aantasting privileges.
Volgens privileges konden burgers alleen door hun stedelijke rechtbank worden
berecht, inquisitie nam die berechting in geloofszaken over en voerde burgers
zelfs uit hun stad weg. Karel vond dat hij absoluut gezag had, daarom meende hij
dat hij de privileges mocht aantasten als hij dat nodig vond. Vanaf 1560: Calvijn.
Luther: gelovigen moeten overheid gehoorzamen. Calvijn: zo nodig zonder
toestemming overheid kerken vormen en desnoods opstand. Filips trad hard op,
1565: hoge edelen vragen om ketters minder hard aan te pakken. Willem van
Oranje (stadhouder Holland, Zeeland, Utrecht) vroeg toestaan meerdere geloven.
Filips gaf Margaretha van Parma, landvoogdes, opdracht het bloedplakkaat streng
uit te voeren. 1566: lage adel trekt naar paleis in Brussel, vragen in smeekschrift
kettervervolging te staken. Margaretha vroeg inquisitie minder hard op te treden.
Calvinisten: openlijk bijeenkomsten buiten stadsmuren en daarna Beeldenstorm.
Filips stuurt Alva met groot leger. Alva stelt Raad van Beroerten (rechtbank) in,
die schuldigen moest straffen. Bloedraad liet 1100 mensen executeren, ook
graven Egmont en Hoorne, omdat ze niet genoeg tegen het calvinisme zouden
hebben gedaan. Vanuit zijn ballingschap in Duitsland riep Oranje op tot verzet.
1568: huurleger valt de Nederlanden binnen, maar invasie mislukte. Alleen steun
calvinistische vluchtelingen op schepen, watergeuzen guerilla-acties. 1 april
1572: Inname Den Briel. Juli 1572 Statenvergadering Oranje leider en opnieuw
stadhouder benoemd.