6.2.1 Tegengestelde ideologieën
Vrijheid komt voor in het kapitalisme. In het kapitalisme staat de vrijemarkteconomie
centraal: vraag en aanbod bepalen wat en hoeveel producten er gemaakt worden en tegen
welke prijs. De overheid probeert zich er zo min mogelijk mee te bemoeien.
Hier tegenover staat het communisme, hier staat gelijkheid centraal. Hier is er van elk
product maar 1 merk en bepaalt de overheid de prijs ervan: dit noem je planeconomie.
Tussen 1917 en 1991 was de Sovjet-Unie een éénpartijstaat, waar de regering van de
communistische partij alles in de politiek, economie en cultuur bepaalde.
De VS was bang dat de SU het communisme wilde verspreiden en de SU was bang dat de VS
hun macht wilde uitbreiden: dit wantrouwen leidde tot het ontstaan van de Koude Oorlog.
6.2.2 ‘Vrienden’ onder spanning
De 3 belangrijkste geallieerde landen, de Grote Drie, kwamen in 1945 bij elkaar in de Duitse
plaats Potsdam. Tijdens de Conferentie van Potsdam bleken de geallieerden het niet eens te
zijn met elkaar:
- De Engelse oorlogspremier Churchill werd vervangen door premier Attlee.
- Amerikaanse president Roosevelt stierf nieuwe opvolger Truman mocht Stalin niet
- Truman maakte Stalin duidelijk dat ze niet teveel moesten proberen omdat ze een
werkende atoombom in hun bezit hadden
- Truman wilde heel Europa kapitalistisch hebben, vrijemarkteconomie en democratie
- Stalin wilde een bufferzone tussen de SU en West-Europa. Stalin eiste dus invloed op
een aantal landen in Oost-Europa, deze invloedssfeer werd communistisch.
Duitsland werd vervolgens opgedeeld in 4 bezettingszones, een deel was van Frankrijk, een
ander van Engeland, weer een ander van Amerika en de laatste van de SU. Frankrijk,
Engeland en Amerika gingen samenwerken en er ontstond Oost- en West-Duitsland.
6.2.3 Truman en Marshall tegen Stalin
In 1947 sprak Truman zich uit door middel van de Trumandoctrine. De scheiding tussen het
oosten en westen van Europa wordt het IJzeren gordijn genoemd.
George Marshall ontwikkelde in deze tijd het Marshallplan, om 4 doelen te bereiken:
1. Helpen met de wederopbouw in Europa na de 2e Wereldoorlog
2. Voorkomen dat mensen op communistische partijen zouden stemmen
3. Nieuwe markt voor hun handelsproducten opzetten
4. Hopen dat Europese landen beter zouden gaan samenwerken