Als er en kracht op je lichaam wordt uitgeoefend, kun je dat vaak voelen. Bijvoorbeeld als
iemand je duwt of als het waait. Krachten kun je niet zien, maar wel de verandering die de
kracht veroorzaakt.
Een vervorming kan elastisch of plastisch zijn. Bij en elastische vervorming komt de oude
vorm van het voorwerp weer terug na de verandering van de kracht, maar bij een plastische
vervorming blijft het voorwerp na de kracht hetzelfde
Er zijn verschillende krachten: spierkracht (Fspier), veerkracht (Fveer), zwaartekracht (Fz) en
spankracht (Fspan).
- Spierkracht: bal gooien; fietsen
- Veerkracht: balpen indrukken, je voelt het knopje tegen je vinger aanduwen
- Zwaartekracht: de kracht die alles naar de aarde trekt
- Spankracht: slee vooruit trekken in de sneeuw
Krachten worden gemeten met een veerunster (krachtmeter).
Fz = m x g
- Fz = zwaartekracht van het voorwerp in Newton (N)
- M = massa van het voorwerp in kilogram
- G = gravitatie constante, op aarde standard 9,81
Krachtpijl (ook wel vector genoemd)
Vector geeft de
- grootte van de kracht aan
- richting van de kracht aan
- aangrijpingspunt op het voorwerp aan
Als je een kracht gaat tekenen, maak je eerst een krachtenschaal —> 1 cm = 5 N
EIk voorwerp heeft een zwaartepunt Z, deze ligt vaak in het midden van het voorwerp.