Par 1:
Natuurlijke materialen zijn materialen die van oorsprong in de natuur te vinden zijn.
Steen, hout etc.
synthetische materialen zijn materialen die je met behulp van grondstoffen door een
chemisch process kan maken. Ijzer, glas etc.
Grondstoffen zijn stoffen die je moet gebruiken om andere materialen te maken.
Ijzererts, steenkool etc.
Biologische grondstoffen zijn hernieuwbare grondstoffen die niet opraken.
Kunstof is na de eerste wereldoorlog ontdekt en is een synthetische stof. Wordt gemaakt
door aardolie.
Stof eigenschap is wanneer je praat over een zuivere stof.
Materiaal eigenschappen is wanneer je praat over een materiaal.
Dichtheid Hoe zwaar iets is de eenheid van dichtheid
is kg/L
Elasticiteit Hoe goed iets mee kan buigen
Elektrische geleidbaarheid Hoe goed iets elektriciteit kan geleiden
Hardheid Steen is hard je moeder niet.
Hydrofiel hydrofoob Hydrofoob is wanneer water er niet
doorheen kan. Hydrofiel Juist wel
Kookpunt/smeltpunt Bij welke temperatuur een stof smelt/ kookt.
Oplosbaarheid Of een stof makkelijk oplost in een andere
stof.
Warmtegeleiding Hoe goed stoffen warmte kunnen
vasthouden
Dit is de driehoek van dichtheid
Composiet is een materiaal gemaakt uit verschillende materialen om een betere stof te
krijgen.
Par2:
, Het deeltjesmodel is gwn een tekening van moleculen waarin er vanuit wordt gegaan dat ze
even groot als elkaar zijn. Is niet zo in het echt.
Belangrijke punten:
- Elke stof is opgebouwd uit moleculen
- Elke stof heeft haar eigen unieke moleculen.
- Moleculen hebben een bepaalde bewegingsenergie. Als de bewegingsenergie hoog
is stijgt de temperatuur.
- Moleculen trekken elkaar, hoe dichter ze bij elkaar zijn, hoe sterker de
aantrekkingskracht.
- Tussen Moleculen zit afstand die afstand wordt bepaald door de fase waar de stof in
zit.
Macroniveau is wat jij ziet.
Microniveau is wat onder de telescoop ziet.
Deeltjesmodel in de drie verschillende fase:
Kook en smeltpunt zuiver water.
Wat je dus ziet is dat de linker kookpunt is en de rechter kooktraject
Voor het geleiden van warmte moeten moleculen dicht tegen elkaar aanliggen om de
warmte door te kunnen geven.
Als de moleculen groot en zwaar zijn en dicht tegen elkaar aan liggen is de dichtheid groter.
Paragraaf 3: Zuivere stoffen & mengsels