hoofdstuk 4 het aanbod:
aanbodfunctie >> Qa
= wat de producent/bedrijf wil leveren
• positief verband > een stijging zal een stijging veroorzaken en een daling zal een daling
veroorzaken.
• waarom positief verband > als de prijs stijgt wil de producent meer aanbieden
ceteris-paribus voorwaarde >> de veronderstelling dat alle andere factoren die het aanbod
beïnvloeden constant blijven. Het individuele aanbod is hierbij alleen afhankelijk van een
prijsverandering.
• verschuiving over of langs de aanbodlijn > de aangeboden hoeveelheid stijgt/daalt als gevolg
van een prijsverandering
• verschuiving van de aanbodlijn zelf > wanneer verandering komt van andere factoren
andere factoren:
• (productie)kosten stijgen/dalen door bijv.:
- verandering inkoopprijzen
- technologische ontwikkeling,
waardoor verandering arbeidsproductiviteit
• het aantal aanbieders > als een bedrijf failliet gaat
is het aanbod lager, als er meer bedrijven komen
zijn er meer aanbieders
prijselasticiteit van het aanbod (Ea) > het effect van een prijsverandering op het aanbod van een
ander product.
• Bereken je door:
Vraaglijn (Qv) > consument Aanbodlijn (Qa) = producent/bedrijven
P = negatief verband P = positief verband
120 - - - - - - - - - Aanbod
-----------
100 - - - - - - Aanbod
---------
---------
Q 200 1000 1200 Q
Qa naar rechts = toename aanbod bij
dezelfde verkoopprijzen
Qa naar links = afname aanbod bij
dezelfde verkoopprijzen
aanbodfunctie >> Qa
= wat de producent/bedrijf wil leveren
• positief verband > een stijging zal een stijging veroorzaken en een daling zal een daling
veroorzaken.
• waarom positief verband > als de prijs stijgt wil de producent meer aanbieden
ceteris-paribus voorwaarde >> de veronderstelling dat alle andere factoren die het aanbod
beïnvloeden constant blijven. Het individuele aanbod is hierbij alleen afhankelijk van een
prijsverandering.
• verschuiving over of langs de aanbodlijn > de aangeboden hoeveelheid stijgt/daalt als gevolg
van een prijsverandering
• verschuiving van de aanbodlijn zelf > wanneer verandering komt van andere factoren
andere factoren:
• (productie)kosten stijgen/dalen door bijv.:
- verandering inkoopprijzen
- technologische ontwikkeling,
waardoor verandering arbeidsproductiviteit
• het aantal aanbieders > als een bedrijf failliet gaat
is het aanbod lager, als er meer bedrijven komen
zijn er meer aanbieders
prijselasticiteit van het aanbod (Ea) > het effect van een prijsverandering op het aanbod van een
ander product.
• Bereken je door:
Vraaglijn (Qv) > consument Aanbodlijn (Qa) = producent/bedrijven
P = negatief verband P = positief verband
120 - - - - - - - - - Aanbod
-----------
100 - - - - - - Aanbod
---------
---------
Q 200 1000 1200 Q
Qa naar rechts = toename aanbod bij
dezelfde verkoopprijzen
Qa naar links = afname aanbod bij
dezelfde verkoopprijzen