Uitwerkingen toetscasussen diagnostiek CNA/RCA/ONCO
CORTEX CEREBRI............................................................................................................................................ 3
BASALE KERNEN............................................................................................................................................. 6
CEREBELLUM................................................................................................................................................. 9
COPD........................................................................................................................................................... 13
COPD........................................................................................................................................................... 16
sPAV............................................................................................................................................................ 21
sPAV............................................................................................................................................................ 25
OEDEEM...................................................................................................................................................... 27
,
, CORTEX CEREBRI
Klinisch beeld cortex laesie links:
Hemibeeld rechts-> halfzijdige motorisch, sensorisch en cognitieve stoornissen
Functie cortex cerebri: waar informatie uit lichaam ontvangen, geanalyseerd en
geïnterpreteerd wordt
Hulpvraag: veiligheid transfer ZIT-STAND verbeteren
FAC 3 (0-5) vanwege impulsiviteit -> de patiënt heeft voor de veiligheid supervisie nodig van
een persoon en behoeft hooguit verbale begeleiding tijdens het lopen. De patiënt heeft
echter geen fysiek contact nodig om te kunnen lopen
- Spierkracht -> verminderd
- Spiertonus -> geen bijzonderheden
- Spiersturing -> onbekend
- Sensibiliteit -> verminderd
Persoonlijke factoren: verminderd ziekte-inzicht en impulsief/ontremd
Anamnese:
- Hulpvraag: veiligheid transfer ZIT-STAND verbeteren
- ADL/andere activiteiten -> waar meeste moeite mee/hoe komt dat
- Hulp van partner/zorgverlener
- Balans/evenwicht
- Cognitie (eigen gedachtes)
- Emotie (gevoel sinds klacht)
- Gedrag (omgaan met klacht)
- Sociale gevolgen (leven aanpassen door klachten)
Aanvullende klinimetrie:
- NEADL - > nottingham extended activities of daily living index (voor ADL-activiteiten)
Onderzoek:
- Problematische handeling transfer ZIT-STAND observeren (wat voor stoel):
- Algemeen/globaal observeren:
- Wat valt het meeste op?
- Lukt het en is het veilig?
- Met of zonder hulp(middelen)?
- Kost het moeite?
- Hoe snel of langzaam gaat het?
- Specifiek observeren:
- Hoe verlopen de start-, midden- en eindfase?
- Wat zijn de bewegingen van hoofd/romp/extremiteiten?
- Wat zie je van het lichaamszwaartepunt en steunvlak?
- Hoe verlopen de deelbewegingen?
- Hoe groot zijn de amplitudes van de bewegingen (grote of kleine
bewegingen)?
CORTEX CEREBRI............................................................................................................................................ 3
BASALE KERNEN............................................................................................................................................. 6
CEREBELLUM................................................................................................................................................. 9
COPD........................................................................................................................................................... 13
COPD........................................................................................................................................................... 16
sPAV............................................................................................................................................................ 21
sPAV............................................................................................................................................................ 25
OEDEEM...................................................................................................................................................... 27
,
, CORTEX CEREBRI
Klinisch beeld cortex laesie links:
Hemibeeld rechts-> halfzijdige motorisch, sensorisch en cognitieve stoornissen
Functie cortex cerebri: waar informatie uit lichaam ontvangen, geanalyseerd en
geïnterpreteerd wordt
Hulpvraag: veiligheid transfer ZIT-STAND verbeteren
FAC 3 (0-5) vanwege impulsiviteit -> de patiënt heeft voor de veiligheid supervisie nodig van
een persoon en behoeft hooguit verbale begeleiding tijdens het lopen. De patiënt heeft
echter geen fysiek contact nodig om te kunnen lopen
- Spierkracht -> verminderd
- Spiertonus -> geen bijzonderheden
- Spiersturing -> onbekend
- Sensibiliteit -> verminderd
Persoonlijke factoren: verminderd ziekte-inzicht en impulsief/ontremd
Anamnese:
- Hulpvraag: veiligheid transfer ZIT-STAND verbeteren
- ADL/andere activiteiten -> waar meeste moeite mee/hoe komt dat
- Hulp van partner/zorgverlener
- Balans/evenwicht
- Cognitie (eigen gedachtes)
- Emotie (gevoel sinds klacht)
- Gedrag (omgaan met klacht)
- Sociale gevolgen (leven aanpassen door klachten)
Aanvullende klinimetrie:
- NEADL - > nottingham extended activities of daily living index (voor ADL-activiteiten)
Onderzoek:
- Problematische handeling transfer ZIT-STAND observeren (wat voor stoel):
- Algemeen/globaal observeren:
- Wat valt het meeste op?
- Lukt het en is het veilig?
- Met of zonder hulp(middelen)?
- Kost het moeite?
- Hoe snel of langzaam gaat het?
- Specifiek observeren:
- Hoe verlopen de start-, midden- en eindfase?
- Wat zijn de bewegingen van hoofd/romp/extremiteiten?
- Wat zie je van het lichaamszwaartepunt en steunvlak?
- Hoe verlopen de deelbewegingen?
- Hoe groot zijn de amplitudes van de bewegingen (grote of kleine
bewegingen)?