Samenvatting natuurkunde
H11 Astrofysica
Elektromagnetisch spectrum = Tabel 19 B BiNaS. Het elektromagnetisch
spectrum is uitgesplitst in zes
gebieden (naar aflopende
golflengte):
Radiogolven
Infraroodstraling
Zichtbaar licht
Ultraviolet straling
Röntgenstraling
Gammastraling
Lichtsnelheid = 2,9979 x 108
m/s
(BiNaS =)
Stralingsvermogen (lichtsterkte) = de hoeveelheid
energie per tijdseenheid van deze straling.
Kwadratenwet: het stralingsvermogen word verspreid
over een steeds groter oppervlak: Abol = 4πr2.
Intensiteit = het stralingsvermogen per oppervlakte-
eenheid.
Zoals in de afbeelding te zien is word met een verdubbeling van de afstand het
oppervlakte van stralingsvermogen 4 x zo groot. Het stralingsvermogen blijft dus
hetzelfde.
Wanneer je de afstand verdubbeld, maar je blijft hetzelfde oppervlak meten als
daarvoor, word de intensiteit van de straling dus kleiner, want het is nu ¼ van
het stralingsvermogen.
, Dus bij het eerste vlak is het stralingsvermogen hetzelfde als bij het tweede,
maar de intensiteit is 4x zo klein.
Zonneconstante = de gemiddelde intensiteit van de elektromagnetische straling
die vanaf de zon de aarde bereikt. Zie BiNaS tabel 32C.
Astronomische eenheid (AE) = de gemiddelde afstand van het midden van de
aarde tot het midden van de zon (BiNaS tabel 5). Deze eenheid word gebruikt om
de afstand tot sterren uit te drukken.
Lichtjaar = de afstand die licht in één jaar
aflegt (BiNaS tabel 5).
Zonmassa = de massa’s van sterren
(BiNaS tabel 32C). Grootheden van de zon
geef je vaak weer in index☉. Dus M☉ =
1,9884 x 1030 kg.
Stralingsspectrum = de straling die een
ster uitzendt.
Planckkromme = een stralingsspectrum
met een piek die zich bij verschillende
golflengtes kan bevinden afhankelijk van
de temperatuur en het oppervlak van een ster. (BiNaS tabel 22)
Wet van Wien:
De constante van Wien
staat in BiNaS tabel 7A.
Wet van Stefan-Boltzmann:
De constante van
Stefan-Boltzmann staat
in BiNaS tabel 7A.
H11 Astrofysica
Elektromagnetisch spectrum = Tabel 19 B BiNaS. Het elektromagnetisch
spectrum is uitgesplitst in zes
gebieden (naar aflopende
golflengte):
Radiogolven
Infraroodstraling
Zichtbaar licht
Ultraviolet straling
Röntgenstraling
Gammastraling
Lichtsnelheid = 2,9979 x 108
m/s
(BiNaS =)
Stralingsvermogen (lichtsterkte) = de hoeveelheid
energie per tijdseenheid van deze straling.
Kwadratenwet: het stralingsvermogen word verspreid
over een steeds groter oppervlak: Abol = 4πr2.
Intensiteit = het stralingsvermogen per oppervlakte-
eenheid.
Zoals in de afbeelding te zien is word met een verdubbeling van de afstand het
oppervlakte van stralingsvermogen 4 x zo groot. Het stralingsvermogen blijft dus
hetzelfde.
Wanneer je de afstand verdubbeld, maar je blijft hetzelfde oppervlak meten als
daarvoor, word de intensiteit van de straling dus kleiner, want het is nu ¼ van
het stralingsvermogen.
, Dus bij het eerste vlak is het stralingsvermogen hetzelfde als bij het tweede,
maar de intensiteit is 4x zo klein.
Zonneconstante = de gemiddelde intensiteit van de elektromagnetische straling
die vanaf de zon de aarde bereikt. Zie BiNaS tabel 32C.
Astronomische eenheid (AE) = de gemiddelde afstand van het midden van de
aarde tot het midden van de zon (BiNaS tabel 5). Deze eenheid word gebruikt om
de afstand tot sterren uit te drukken.
Lichtjaar = de afstand die licht in één jaar
aflegt (BiNaS tabel 5).
Zonmassa = de massa’s van sterren
(BiNaS tabel 32C). Grootheden van de zon
geef je vaak weer in index☉. Dus M☉ =
1,9884 x 1030 kg.
Stralingsspectrum = de straling die een
ster uitzendt.
Planckkromme = een stralingsspectrum
met een piek die zich bij verschillende
golflengtes kan bevinden afhankelijk van
de temperatuur en het oppervlak van een ster. (BiNaS tabel 22)
Wet van Wien:
De constante van Wien
staat in BiNaS tabel 7A.
Wet van Stefan-Boltzmann:
De constante van
Stefan-Boltzmann staat
in BiNaS tabel 7A.