Medewerker Jaartal: 2011-2012
marketing en
Kwalificatiedossier communicatie
:
Kwalificaties: 90532 Marketingmedewerker Niveau: 4
905321 Assistent-communicatiemedewerker
90534 Medewerker evenementenorganisatie
Kennisonderdeel: Economie en recht Vakkennis en vaardigheden:
Toetsvorm: gesloten vragen - Relevante vakgebieden als algemene economie
Hulpmiddelen: rekenmachine en recht NB Het vakgebied bedrijfseconomie
komt aan de orde in het tentamen Financiën,
Toetsduur: 90 minuten
begroten en budgetteren.
Cesuur: 55% rekening houdend met de kansscore
Onderwerp Code Toetsterm Aantal Taxonomie Aantal
vragen K B T punten
1 Markten en 1.1 De kandidaat kan voor een gegeven bedrijf in een 1 x 1
marketingomgev marktcontext voorbeelden noemen van relevante
ing ontwikkelingen op macro, meso- en microniveau.
(32%) 1.2 De kandidaat kan bepalen welke omgevingsfactoren, 1 x 1
omgevingsontwikkelingen en marktpartijen, zoals bedrijven,
instellingen en overheden, een gegeven bedrijf beïnvloeden
op macro-, meso- en microniveau.
1.3 De kandidaat kan de verschillen uitleggen tussen een 1 x 1
concrete en een abstracte markt.
1.4 De kandidaat kan voor een gegeven markt bepalen of het een 1 x 1
kopersmarkt, verkopersmarkt, consumentenmarkt of
business-to-businessmarkt is.
1.5 De kandidaat kan de verschillen uitleggen tussen een 1 x 1
kopersmarkt, verkopersmarkt, consumentenmarkt en
business-to-businessmarkt benoemen.
1.6 De kandidaat kan de kenmerken van de primaire, secundaire, 1 x 1
tertiaire en quartaire sectoren benoemen.
Documentnummer: Versiedatum: Status: concept
1
, M1 Economie en recht
De kandidaat kan 1 x 1
voorbeelden noemen
1.7 van organisaties in de primaire, secundaire, tertiaire en
quartaire sector.
1.8 De kandidaat kan voor een gegeven organisatie bepalen of 1 x 1
deze zich in de
primaire, secundaire, tertiaire of quartaire sector bevindt.
1.9 De kandidaat kan de begrippen schaarste, behoefte, 1 x 1
economische goederen, en vrije goederen omschrijven.
1.10 De kandidaat kan de verschillen uitleggen tussen goederen 1 x 1
en diensten.
1.11 De kandidaat kan de begrippen welvaart, welzijn, 1 x 1
producthuishouding, consumptiehuishouding en economisch
handelen omschrijven.
1.12 De kandidaat kan de productie- en consumptiehuishouding en 1 x 1
de productiefactoren van een eenvoudige economische
kringloop benoemen.
1.13 De kandidaat kan de richting en aard van de goederen- en 1 x 1
geldstromen van een eenvoudige economische kringloop
benoemen.
1.14 De kandidaat kan voor een gegeven productiefactor bepalen 1 x 1
of het om natuurlijke hulpbronnen, arbeid of kapitaal gaat.
2 Concurrentienive 2.1 De kandidaat kan voor een gegeven situatie bepalen welk 1 x 1
aus en -gedrag concurrentieniveau van toepassing is.
(12%) 2.2 De kandidaat kan de verschillen uitleggen tussen de 1 x 1
marktvormen monopolie, oligopolie, monopolistische
concurrentie en volledige mededinging.
2.3 De kandidaat kan voor een gegeven marktsituatie bepalen 1 x 1
welke marktvorm van toepassing is.
2.4 De kandidaat kan voor een marktleider, marktvolger, nicher 1 x 1
of marktuitdager benoemen welke strategie geschikt is.
Documentnummer: Versiedatum: Status: concept
1