Hoorcollege 1
1 september 2015
Hoofdstuk 1
Het tentamen is in week 7 (week 42):
- Bestaat uit 60 meerkeuzevragen
Theorie toetsen
Case toepassen
Berekenen (zorg voor een rekenmachine)
Marketing:
- Toegevoegde waarde.
- Hogere omzet.
- Zorgt voor een duurzame relatie tussen de producent en de
consument.
- Doelgroepen.
Inspelen op wensen en behoeften van de consument: probleemoplossend
gericht.
4 instrumenten (marketingmix):
- Prijs
- Product
- Promotie (marketingcommunicatie)
- Plaats (vorm van distributie, hoe ben je aan een product gekomen?)
Producten, diensten en ideeën worden afgestemd op de doelgroep met
behulp van de 4 P’s. Kernbegrip bij 4 P’s: ruil (tussen verkoper en koper,
aanbieder en vrager).
3 marketingniveaus:
- Micromarketing: binnen het bedrijf, kan gestuurd worden en is
beïnvloedbaar.
- Mesomarketing: de omgeving van het bedrijf, kan niet gestuurd
worden, maar is enigszins beïnvloedbaar.
Bedrijfskolom: producent -> groothandel ->
detailhandel -> consument.
Producent -> consument: product en productinfo.
Consument -> producent: geld en marktinformatie.
Alle bedrijven of instanties waarmee een product in
aanraking komt tussen het maken en het gekocht
worden.
- Macromarketing: bijvoorbeeld de complete economie, kan niet
gestuurd worden en is ook niet beïnvloedbaar.
Op niveau van gehele maatschappij:
Vergrijzing;
Technologische ontwikkelingen versneld;
Etc.
, Vanaf 1900: productiegericht: hoe bevorder ik de productie van mijn
product?
Vanaf 1940: productgericht: hoe verbeter ik mijn product?
Vanaf 1950: verkoopconcept: hoe verkoop ik mijn product beter?
(reclame)
Vanaf 1970: marketingconcept:
- 1990: relatiemarketing: hoe verbeter ik de relatie met de
consument?
- Vanaf nu: maatschappelijk verantwoord ondernemen: Fair
trade, etc.
Marketingconcept zorgt voor:
- Tevreden klanten.
- Winstbijdrage: nodig voor voortbestaan van bedrijf.
- Geïntegreerde aanpak: alles afgestemd op de consument.
- Breed omschreven werkterrein: onderscheiden van een ander.
(wij verkopen geen parfum, maar hoop!) -> promoten.
- Concurrentieanalyse: nodig voor voortbestaan van bedrijf.
- Marktonderzoek en doelgroepkeuze: product afstemmen op een
bepaald probleem of doelgroep.
3 R’en:
- Reputatie: -> sterk merkimago en positieve emoties (betrouwbaar,
goedkoop, etc.) -> veel nieuwe klanten zijn snel geneigd het product
uit te proberen.
- Relatie: communiceren naar de consument -> klantenbinding.
Klanten zijn geneigd terug te komen: vaste klanten.
- Respons: goed aanbod -> positieve respons of aankoop. (->
klantenbinding)
Costumer equity: de hoeveelheid aan contant geld die je kan
verwachten als bedrijf van een toekomstige klant.
- Verhogen: efficiënt klanten werven, bevorderen klantentrouw,
hogere marges en lagere kosten.
- Verlagen: wanneer een klant een product koopt, maar teleurgesteld
raakt -> koopt het product niet meer.
Hoorcollege 2
7 september 2015
Hoofdstuk 2
-> Boek mee voor het werkcollege
Nut van marketing: zinvolle doelen stellen, zodat er groeistrategieën
kunnen worden opgesteld, waarna het marketingplan kan worden
opgesteld.
Marketeer moet mee met de ontwikkeling in de toekomst, omdat hij de
ontwikkelingen van het product moet proberen af te stemmen op de