Internationaal privaatrecht
Onderwijsgroep 1
Taak 1
Analyseer de twee gebeurtenissen uit de casus en formuleer de rechtsvragen die
beantwoord moeten worden. Welke van de 3 IPR-hoofdvragen moet(en) t.a.v. de 2
gebeurtenissen worden beantwoord?
Huwelijk 1
Jordaanse Aysha moet tegen haar zin in trouwen met haar neef. Ze zouden daarna ook in
Jordanië gaan wonen. Ze is 17 jaar. Zijn nationaliteit en woonplaats zijn onbekend.
Factoren:
- Leeftijd van beiden
- Nationaliteit van beiden Stel dat ze allebei de Jordaanse nationaliteit hebben?
- Woonplaats van beiden Als de neef in Jordanië zou wonen en Aysha hier, dan is de
zaak per definitie grensoverschrijdend.
- Toekomstige woonplaats
- Plaats huwelijk
- Soort huwelijk – tegen haar zin in of niet
Rechtsvragen:
1. Mag dit huwelijk gesloten worden? Hoofdvraag: Conflictregel (welk recht is van
toepassing). Voor het huwelijk hoef je niet naar de rechter, dus de eerste hoofdvraag is
niet zonder meer van toepassing. Maar het huwelijk wordt gesloten door een trouw-
ambtenaar dus moet er wel zeker recht toegepast worden. De vraag naar toepasselijk
recht rijst voor de hoofdvraag naar conflictregel.
2. Zo ja, wordt het huwelijk dan erkend? Hoofdvraag: Erkenning en tenuitvoerlegging
van beslissingen in het buitenland.
Vraag 1
Kun je in Nederland trouwen? Is de ambtenaar bevoegd? Ja, want ze heeft een woonplaats
in Nederland (art. 10:28 BW).
In art. 10:28 BW zijn de volgende hoofdvraag geregeld: Conflict/toepasselijk recht sub a
gaat over Nederlands recht en sub b gaat over andere nationaliteiten. Dit is een typische
conflictregel.
Je kunt in Nederland alleen trouwen als tenminste een van de twee Nederlandse nationaliteit
heeft of tenminste een van de twee in Nederland woont (nieuw art. 10:44 BW, via oud art.
10:43 BW).
Kunnen Aysha en Otman trouwen (dus: Is een huwelijk an sich mogelijk)? Ja, want zij woont
in Nederland.
Naar welk recht moet beoordeeld worden of zij aan de voorwaarden voldoen om hier te
trouwen? Conflictregel via artikel 10:28 BW jo. Haags Huwelijksverdrag.
Het Haags Huwelijksverdrag heeft rechtstreekse werking. Het geeft conflictregels in de
eerste artikelen van het verdrag. Zowel boek 10 BW als de eerste artikelen van het verdrag
zijn conflictregels (dus IPR), dus zou je het Nederlandse personen- en familierecht (materieel
recht) moeten volgen. Boek 10 BW is in werking getreden na het verdrag, omdat in nationaal
recht mogelijk leemtes uit verdragen kunnen worden aangevuld. Is het verdrag ook van
toepassing voor staten die niet aangesloten zijn bij het verdrag (formeel toepassingsgebied)?
Onderwijsgroep 1
Taak 1
Analyseer de twee gebeurtenissen uit de casus en formuleer de rechtsvragen die
beantwoord moeten worden. Welke van de 3 IPR-hoofdvragen moet(en) t.a.v. de 2
gebeurtenissen worden beantwoord?
Huwelijk 1
Jordaanse Aysha moet tegen haar zin in trouwen met haar neef. Ze zouden daarna ook in
Jordanië gaan wonen. Ze is 17 jaar. Zijn nationaliteit en woonplaats zijn onbekend.
Factoren:
- Leeftijd van beiden
- Nationaliteit van beiden Stel dat ze allebei de Jordaanse nationaliteit hebben?
- Woonplaats van beiden Als de neef in Jordanië zou wonen en Aysha hier, dan is de
zaak per definitie grensoverschrijdend.
- Toekomstige woonplaats
- Plaats huwelijk
- Soort huwelijk – tegen haar zin in of niet
Rechtsvragen:
1. Mag dit huwelijk gesloten worden? Hoofdvraag: Conflictregel (welk recht is van
toepassing). Voor het huwelijk hoef je niet naar de rechter, dus de eerste hoofdvraag is
niet zonder meer van toepassing. Maar het huwelijk wordt gesloten door een trouw-
ambtenaar dus moet er wel zeker recht toegepast worden. De vraag naar toepasselijk
recht rijst voor de hoofdvraag naar conflictregel.
2. Zo ja, wordt het huwelijk dan erkend? Hoofdvraag: Erkenning en tenuitvoerlegging
van beslissingen in het buitenland.
Vraag 1
Kun je in Nederland trouwen? Is de ambtenaar bevoegd? Ja, want ze heeft een woonplaats
in Nederland (art. 10:28 BW).
In art. 10:28 BW zijn de volgende hoofdvraag geregeld: Conflict/toepasselijk recht sub a
gaat over Nederlands recht en sub b gaat over andere nationaliteiten. Dit is een typische
conflictregel.
Je kunt in Nederland alleen trouwen als tenminste een van de twee Nederlandse nationaliteit
heeft of tenminste een van de twee in Nederland woont (nieuw art. 10:44 BW, via oud art.
10:43 BW).
Kunnen Aysha en Otman trouwen (dus: Is een huwelijk an sich mogelijk)? Ja, want zij woont
in Nederland.
Naar welk recht moet beoordeeld worden of zij aan de voorwaarden voldoen om hier te
trouwen? Conflictregel via artikel 10:28 BW jo. Haags Huwelijksverdrag.
Het Haags Huwelijksverdrag heeft rechtstreekse werking. Het geeft conflictregels in de
eerste artikelen van het verdrag. Zowel boek 10 BW als de eerste artikelen van het verdrag
zijn conflictregels (dus IPR), dus zou je het Nederlandse personen- en familierecht (materieel
recht) moeten volgen. Boek 10 BW is in werking getreden na het verdrag, omdat in nationaal
recht mogelijk leemtes uit verdragen kunnen worden aangevuld. Is het verdrag ook van
toepassing voor staten die niet aangesloten zijn bij het verdrag (formeel toepassingsgebied)?