vrijwilligersmanagement
Les 1: geschiedenis van het sociaal werk
- Zorg voor elkaar is van alle tijden
- In de Koran komt het woord ‘barmhartigheid’ 400 keer voor
Zeven werken van barmhartigheid:
1. Het spijzigen van hongerigen (voorbeeld: gaarkeukens voor daklozen)
2. Het laven van dorstigen
3. Het kleden van naakten
4. Het herbergen van vreemdelingen
5. Het bezoeken van zieken
6. Het bezoeken van gevangenen
7. Het begraven van doden
Barmhartigheid:
- Innerlijke drang om hulp te verlenen aan mensen die in geestelijke of lichamelijke
nood verkeren
- De barmhartige verwijst naar de liefdevolle genade die God aan alle schepselen
geeft, ook als ze zijn genade niet verdienen
Geschiedenis sociaal werk
- Eerste opleiding voor sociaal werk in Amsterdam 1899
- Helena Mercier was 1 van de grondleggers van het maatschappelijk werk in
Nederland
- Zorg voor bejaarde ouders of zorgbehoevende door familie tot ver in de 20 e eeuw
- Wederopbouw na WO2 (1945)
→ ontstaan verzorgingsstaat en verschuiving uitvoering informele zorg
Zorg voor bejaarde ouders of zorgbehoevende door familie tot ver in de 20e eeuw. Tijdens
de wederopbouw na de tweede wereldoorlog (1945) kwam daar verandering in. Het
ontstaan van de verzorgingsstaat leidde namelijk tot de verschuiving in de uitvoering van de
informele zorg. Dat begon tijdens de oorlog in 1942 in Engeland waar mensen aan de
onderkant van de samenleving leden aan zogezegd 5 grote kwalen. Buurten,
ongeletterdheid, gebrek aan basisvoorzieningen, gebrekkige gezondheid.
William Beveridge (Engeland, 1942): ontwerper van de verzorgingsstaat
1. Verval van buurten
2. Onoplettendheid
3. Gebrek aan basisvoorzieningen
4. Apathie
5. Gebrekkige gezondheid
Winston Churchill (England, 1943): het was tijd voor sociale verzekering van wieg tot graf.
- Burger heeft plicht om zijn rechten te verdedigen, heeft ook sociale plicht zich
maximaal te ontwikkelen om de samenleving overeind te houden (bijvoorbeeld
voorzichtig omgaan met recht om te staken).
, Willem Drees (Nederland, 1947): waarborgstaat in plaats van verzorgingsstaat (sociaal
burgerschap)
1957: AOW (algemene ouderdomswet)
1965: ABW (algemene bijstandswet)
1967: WAO (wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering)
1968: AWBZ (algemene wet bijzondere ziektekosten)
Er kwam een proces van professionalisering opgang. Burgers gaan minder sociale hulp
verlenen.
Overheid bood dus schild tegen onredelijke achterstand, moet gezien worden in het tijdbeeld
van toen (met duidelijke patronen en verzuiling). Veel rechten voor burger, weinig plichten.
Sociaal burgerschap heeft op negatieve manier bijgedragen aan de de-traditionalisatie van
de samenleving:
- Klassieke patronen van onderlinge zorg en verantwoordelijkheid (in de zuilen)
verdwijnen zonder dat er nieuwe vormen van zorg en verantwoordelijkheid voor
terugkwamen (Menno Hurenkamp, 2017).