Hoofdstuk 15 Externe verslaggeving
15.1 Belanghebbenden en publicatieplicht
Er zijn verschillende belanghebbenden van externe verslaggeving: de eigenaren
van de onderneming, de werknemers, de fiscus en de kredietverschaffers.
Externe verslaggeving heeft een extra dimensie ten opzichte van interne
verslaggeving. Externe verslaggeving kan een rooskleuriger beeld geven van de
financiële positie dan in werkelijkheid het geval is, dit staat ook wel bekend als
creative accounting. De accountant dient dit tegen te gaan.
De overheid heeft besloten om ondernemingen die als rechtspersoon worden
gedreven, te verplichten, informatie over hun financiële presteren openbaar te
maken. Dit noemen we publicatieplicht. De publicatie geschiedt in de vorm van
een jaarverslag (annual report), dat drie onderdelen omvat: de jaarrekening, het
verslag van de directie en overige gegevens.
Publicatieplicht geldt
voor: naamloze
vennootschap,
besloten vennootschap
met beperkte
aansprakelijkheid,
coöperatie, onderlinge
waarborgmaatschappij,
vereniging en stichting,
mits commerciële
activiteiten uitoefent
die een jaarlijkse
omzet opleveren van
ten minste €4,4
miljoen.
Bij de criteria (zie
figuur hiernaast)
moeten de volgende
kanttekeningen worden
geplaatst:
Indien een onderneming voldoet aan twee van de drie criteria die voor de
betreffende klasse gelden, wordt zij in die klasse geplaatst.
Indeling in een andere klasse gaat altijd met één jaar vertraging (dus moet
twee jaar in één klasse zitten)
Indien de betreffende onderneming dochterondernemingen heeft, dienst
uitgegaan te worden van de geconsolideerde cijfers (het geheel van een
concern).
, 15.2 Jaarrekening
De jaarrekening (financial statements) bestaat uit de balans (balance sheet), de
resultatenrekening (income statement) en een toelichting op beide stukken
(notes to the financial statements).
Binnen de Europese Unie gelden twee verschillende sets van regelgeving met
betrekking tot de jaarrekeningen:
Alle beursgenoteerde ondernemingen zijn verplicht om de International
Financial Reporting Standards (IFRS) toe te passen, die zijn opgesteld
door de International Accounting Standard Boards (IASB). De IASB is
een organisatie die zich ten doel stelt om op mondiaal niveau te komen tot
eenduidige verslaggevingsregels. De IFRS zijn erop gericht vergelijking van
winstcijfers mogelijk te maken tussen internationaal opererende
onderneming. Ze zijn zeer gedetailleerd en bieden weinig keuzevrijheid bij
het opstellen van de jaarrekening. Deze regels gelden alleen voor de
geconsolideerde jaarrekening (consolidated financial statements). De
vennootschappelijke jaarrekening (seperate financial statements),
mag opgesteld worden volgens de nationale wetgeving.
Niet beursgenoteerde ondernemingen vallen onder de wettelijke regels van
het land van vestiging. In Nederland zijn de wettelijke regels te vinden in
Boek 2, Titel 9 van het Burgerlijk Wetboek (BW 2.9). Niet beursgenoteerde
ondernemingen mogen er in Nederland zelf voor kiezen om de strengere
IFRS-regels toe te passen.
Voor het opstellen van een jaarrekening gelden basisprincipes. Deze
basisprincipes hebben als doel om de jaarrekening een relevant en betrouwbaar
document te laten zijn. Onder relevantie (relevance) wordt verstaan dat de lezer
van de jaarrekening daar nuttige informatie aan ontleent. Betrouwbaarheid
(reliability) wilt zeggen dat de lezer van de jaarrekening ervan uit mag gaan dat
de gepresenteerde informatie een goede weergave is van de financiële positie
van de onderneming. Betrouwbaarheid houdt tevens controleerbaarheid
(verifiability) in: een externe accountant moet in staat zijn een gedegen oordeel
te vellen over de jaarrekening.
De jaarrekening is niet gebaseerd op een ontvangsten-uitgavenconfrontatie,
maar op een opbrengsten-kostenconfrontatie. Opbrengsten en kosten dienen te
worden toegerekend aan de juiste periode. Deze toerrekening (accrual) leidt
ertoe dat het opstellen van de jaarrekening gepaard gaat met een bepaalde mate
van subjectiviteit. De ondernemingsleiding dient aannames en schattingen te
doen. Regels voor toerekening worden aan de opbrengstenkant gegeven door het
realisatieprincipe en aan de kostenkant door het matchingprincipe.
Het realisatieprincipe (realization principle) schrijft voor dat de omzet geboekt
dient te worden als de onderneming de risico’s met betrekking tot het geleverde
definitief heeft overgedragen aan de klant. Dan is de overeengekomen prestatie
door de onderneming geleverd. Het realisatiemoment is normaliter bereikt op het
moment dat verkoop en levering hebben plaatsgevonden. Er mag dus niet
gewacht worden met winst, totdat de klant betaald heeft. Indien er kans is op
wanbetaling, kan hiermee rekening worden gehouden door het vormen van een
voorziening dubieuze debiteuren.
15.1 Belanghebbenden en publicatieplicht
Er zijn verschillende belanghebbenden van externe verslaggeving: de eigenaren
van de onderneming, de werknemers, de fiscus en de kredietverschaffers.
Externe verslaggeving heeft een extra dimensie ten opzichte van interne
verslaggeving. Externe verslaggeving kan een rooskleuriger beeld geven van de
financiële positie dan in werkelijkheid het geval is, dit staat ook wel bekend als
creative accounting. De accountant dient dit tegen te gaan.
De overheid heeft besloten om ondernemingen die als rechtspersoon worden
gedreven, te verplichten, informatie over hun financiële presteren openbaar te
maken. Dit noemen we publicatieplicht. De publicatie geschiedt in de vorm van
een jaarverslag (annual report), dat drie onderdelen omvat: de jaarrekening, het
verslag van de directie en overige gegevens.
Publicatieplicht geldt
voor: naamloze
vennootschap,
besloten vennootschap
met beperkte
aansprakelijkheid,
coöperatie, onderlinge
waarborgmaatschappij,
vereniging en stichting,
mits commerciële
activiteiten uitoefent
die een jaarlijkse
omzet opleveren van
ten minste €4,4
miljoen.
Bij de criteria (zie
figuur hiernaast)
moeten de volgende
kanttekeningen worden
geplaatst:
Indien een onderneming voldoet aan twee van de drie criteria die voor de
betreffende klasse gelden, wordt zij in die klasse geplaatst.
Indeling in een andere klasse gaat altijd met één jaar vertraging (dus moet
twee jaar in één klasse zitten)
Indien de betreffende onderneming dochterondernemingen heeft, dienst
uitgegaan te worden van de geconsolideerde cijfers (het geheel van een
concern).
, 15.2 Jaarrekening
De jaarrekening (financial statements) bestaat uit de balans (balance sheet), de
resultatenrekening (income statement) en een toelichting op beide stukken
(notes to the financial statements).
Binnen de Europese Unie gelden twee verschillende sets van regelgeving met
betrekking tot de jaarrekeningen:
Alle beursgenoteerde ondernemingen zijn verplicht om de International
Financial Reporting Standards (IFRS) toe te passen, die zijn opgesteld
door de International Accounting Standard Boards (IASB). De IASB is
een organisatie die zich ten doel stelt om op mondiaal niveau te komen tot
eenduidige verslaggevingsregels. De IFRS zijn erop gericht vergelijking van
winstcijfers mogelijk te maken tussen internationaal opererende
onderneming. Ze zijn zeer gedetailleerd en bieden weinig keuzevrijheid bij
het opstellen van de jaarrekening. Deze regels gelden alleen voor de
geconsolideerde jaarrekening (consolidated financial statements). De
vennootschappelijke jaarrekening (seperate financial statements),
mag opgesteld worden volgens de nationale wetgeving.
Niet beursgenoteerde ondernemingen vallen onder de wettelijke regels van
het land van vestiging. In Nederland zijn de wettelijke regels te vinden in
Boek 2, Titel 9 van het Burgerlijk Wetboek (BW 2.9). Niet beursgenoteerde
ondernemingen mogen er in Nederland zelf voor kiezen om de strengere
IFRS-regels toe te passen.
Voor het opstellen van een jaarrekening gelden basisprincipes. Deze
basisprincipes hebben als doel om de jaarrekening een relevant en betrouwbaar
document te laten zijn. Onder relevantie (relevance) wordt verstaan dat de lezer
van de jaarrekening daar nuttige informatie aan ontleent. Betrouwbaarheid
(reliability) wilt zeggen dat de lezer van de jaarrekening ervan uit mag gaan dat
de gepresenteerde informatie een goede weergave is van de financiële positie
van de onderneming. Betrouwbaarheid houdt tevens controleerbaarheid
(verifiability) in: een externe accountant moet in staat zijn een gedegen oordeel
te vellen over de jaarrekening.
De jaarrekening is niet gebaseerd op een ontvangsten-uitgavenconfrontatie,
maar op een opbrengsten-kostenconfrontatie. Opbrengsten en kosten dienen te
worden toegerekend aan de juiste periode. Deze toerrekening (accrual) leidt
ertoe dat het opstellen van de jaarrekening gepaard gaat met een bepaalde mate
van subjectiviteit. De ondernemingsleiding dient aannames en schattingen te
doen. Regels voor toerekening worden aan de opbrengstenkant gegeven door het
realisatieprincipe en aan de kostenkant door het matchingprincipe.
Het realisatieprincipe (realization principle) schrijft voor dat de omzet geboekt
dient te worden als de onderneming de risico’s met betrekking tot het geleverde
definitief heeft overgedragen aan de klant. Dan is de overeengekomen prestatie
door de onderneming geleverd. Het realisatiemoment is normaliter bereikt op het
moment dat verkoop en levering hebben plaatsgevonden. Er mag dus niet
gewacht worden met winst, totdat de klant betaald heeft. Indien er kans is op
wanbetaling, kan hiermee rekening worden gehouden door het vormen van een
voorziening dubieuze debiteuren.