Hoofdstuk 2 De Klassieke Oudheid
2.1 De Griekse democratie
2.2 Het Romeinse Rijk
2.3 Joden en Christenen
2.4 Het einde van het Romeinse Rijk
De Atheense democratie in de 5e eeuw v. Chr.
In Athene werden belangrijke beslissingen genomen door een Volksvergadering. Dit noemen we directe
democratie. Onze democratie is daarvan afgeleid en noemen we indirecte democratie. De kiezers kiezen
namelijk hun vertegenwoordigers in het parlement, die voor de beslissingen nemen, indirect dus.
In Griekenland was er sprake van honderden poleis (stadstaten) verspreid over het hele land. De meeste
stadstaten hadden maar een paar duizend inwoners, maar in Athene woonden in de 5e eeuw v. Chr. zo´n
300.000 mensen. In Athene mochten alleen Atheners die het burgerrecht hadden hun stem uitbrengen. Dat
burgerrecht in de Volksvergadering kon alleen worden uitgeoefend door de volwassen, vrije mannen, arm of
rijk, die van Atheense burgers afstamden.
Voordat Athene een democratie werd kende men er Aristocratie, waarbij een groep rijke en belangrijke
mannen de macht uitoefende en was ook Autocratie voorgekomen, daarbij had één man de macht uitgeoefend,
een tiran genoemd. Daar kwam echter verandering in omdat tijdens de oorlogvoering de gewone burgers steeds
belangrijker werden en daarom meer invloed eisten.
Men zorgde er nadien wel voor dat niet meer één iemand in staat bleek te veel macht te veroveren. De
belangrijkste beslissingen werden genomen in de Volksvergadering. Deze Volksvergadering koos een Raad van
500, als stadsbestuur, voor één jaar. Vanuit deze Raad werden 50 raadsleden gekozen voor het dagelijks
bestuur, voor een maand. Dit rouleerde telkens.
De Atheense rechtbank was in handen van een volksjury, die door het lot werden aangewezen en ook de 10
generaals van het leger werden elk jaar opnieuw gekozen door de Volksvergadering. Dit allemaal om een tiran
te voorkomen. Dreigde dit toch te gebeuren dan kon de Volksvergadering een 'schervengericht' houden. Hierbij
schreven de burgers dan op een potscherf welke persoon te veel macht had. Die persoon werd dan uit de poleis
verbannen. We noemen dat ostracisme.
2.1 De Griekse democratie
2.2 Het Romeinse Rijk
2.3 Joden en Christenen
2.4 Het einde van het Romeinse Rijk
De Atheense democratie in de 5e eeuw v. Chr.
In Athene werden belangrijke beslissingen genomen door een Volksvergadering. Dit noemen we directe
democratie. Onze democratie is daarvan afgeleid en noemen we indirecte democratie. De kiezers kiezen
namelijk hun vertegenwoordigers in het parlement, die voor de beslissingen nemen, indirect dus.
In Griekenland was er sprake van honderden poleis (stadstaten) verspreid over het hele land. De meeste
stadstaten hadden maar een paar duizend inwoners, maar in Athene woonden in de 5e eeuw v. Chr. zo´n
300.000 mensen. In Athene mochten alleen Atheners die het burgerrecht hadden hun stem uitbrengen. Dat
burgerrecht in de Volksvergadering kon alleen worden uitgeoefend door de volwassen, vrije mannen, arm of
rijk, die van Atheense burgers afstamden.
Voordat Athene een democratie werd kende men er Aristocratie, waarbij een groep rijke en belangrijke
mannen de macht uitoefende en was ook Autocratie voorgekomen, daarbij had één man de macht uitgeoefend,
een tiran genoemd. Daar kwam echter verandering in omdat tijdens de oorlogvoering de gewone burgers steeds
belangrijker werden en daarom meer invloed eisten.
Men zorgde er nadien wel voor dat niet meer één iemand in staat bleek te veel macht te veroveren. De
belangrijkste beslissingen werden genomen in de Volksvergadering. Deze Volksvergadering koos een Raad van
500, als stadsbestuur, voor één jaar. Vanuit deze Raad werden 50 raadsleden gekozen voor het dagelijks
bestuur, voor een maand. Dit rouleerde telkens.
De Atheense rechtbank was in handen van een volksjury, die door het lot werden aangewezen en ook de 10
generaals van het leger werden elk jaar opnieuw gekozen door de Volksvergadering. Dit allemaal om een tiran
te voorkomen. Dreigde dit toch te gebeuren dan kon de Volksvergadering een 'schervengericht' houden. Hierbij
schreven de burgers dan op een potscherf welke persoon te veel macht had. Die persoon werd dan uit de poleis
verbannen. We noemen dat ostracisme.