Communicatieleer
H4 De taal van de ruimte en de taal van de tijd
Elke ruimte spreekt.
Een kantoor van een machtige directeur ziet er heel anders uit dan een kerk.
Vormgeving en inrichting van de ruimte heeft invloed op de communicatie.
Voorbeeld: in een bibliotheek of wachtkamer ga je niet snel een goed gesprek
hebben met iemand terwijl dat in een gezellige woonkamer wel zo is.
De inrichting van het meubilair heeft ook zeker invloed. Bijvoorbeeld bij beroepen
waar goed contact met cliënten een voorwaarde is, bijvoorbeeld therapeuten,
docenten en artsen.
Ruimte kan ook macht en status uitdrukken. Dit kun je terugzien in een aantal
zaken:
- Meer ruimte is beter dan minder
- Privéruimte is beter dan gedeelde ruimte
- Hoge ligging is beter dan laag gelegen (directiekantoren liggen vaak op de
bovenste verdieping)
- Dicht bij de machthebbers is beter dan achteraf
- Binnen is beter dan buiten
De taal van de tijd:
Tijd spreekt een ‘stille taal’. Het praat zelf voortdurend mee, regelt onze daden,
beïnvloedt onze gevoelens en laat zien hoe we over anderen denken. Daarnaast
bepalen de seizoenen, maanden, weken, dagen, uren en minuten wat we doen,
waar, met wie en hoelang.
Tijdsbesef en tijdsgebruik verschillen sterk per cultuur en binnen samenlevingen.
Professor Hall onderscheidt drie soorten tijd, die we door en naast elkaar
gebruiken:
- Technische tijd = wordt gebruikt in de astronomie (zonnejaar, sterrenjaar
etc.)
- Formele tijd = onze indeling van tijd in jaren, maanden, dagen, uren,
minuten en seconden
- Informele tijd = geeft ons tijdsbesef en tijdsgebruik weer, wat doe je, op
welk moment van de dag, hoelang en met wie?
In de informele tijd worden dezelfde tijdsaanduidingen gebruikt als in de formele
tijd. Ze betekenen alleen wat anders (afhankelijk van de situatie).
Voorbeeld: In een uur zitten 60 minuten. Alleen is een uur wandelen in de zon in
een park heel anders dan een uur met een kaakontsteking wachten bij de
tandarts.
Informele tijdsaanduidingen kunnen zijn eventjes, straks, over een uurtje of
ogenblikje.
Bij mensen lijken vooral de volgende aspecten van informeel tijdsgebruik van
belang:
- Het aantal en de lengte van ontmoetingen
- Het tijdstip van de dag waarop we ontmoetingen laten gebeuren
- De wachttijd en punctualiteit
H4 De taal van de ruimte en de taal van de tijd
Elke ruimte spreekt.
Een kantoor van een machtige directeur ziet er heel anders uit dan een kerk.
Vormgeving en inrichting van de ruimte heeft invloed op de communicatie.
Voorbeeld: in een bibliotheek of wachtkamer ga je niet snel een goed gesprek
hebben met iemand terwijl dat in een gezellige woonkamer wel zo is.
De inrichting van het meubilair heeft ook zeker invloed. Bijvoorbeeld bij beroepen
waar goed contact met cliënten een voorwaarde is, bijvoorbeeld therapeuten,
docenten en artsen.
Ruimte kan ook macht en status uitdrukken. Dit kun je terugzien in een aantal
zaken:
- Meer ruimte is beter dan minder
- Privéruimte is beter dan gedeelde ruimte
- Hoge ligging is beter dan laag gelegen (directiekantoren liggen vaak op de
bovenste verdieping)
- Dicht bij de machthebbers is beter dan achteraf
- Binnen is beter dan buiten
De taal van de tijd:
Tijd spreekt een ‘stille taal’. Het praat zelf voortdurend mee, regelt onze daden,
beïnvloedt onze gevoelens en laat zien hoe we over anderen denken. Daarnaast
bepalen de seizoenen, maanden, weken, dagen, uren en minuten wat we doen,
waar, met wie en hoelang.
Tijdsbesef en tijdsgebruik verschillen sterk per cultuur en binnen samenlevingen.
Professor Hall onderscheidt drie soorten tijd, die we door en naast elkaar
gebruiken:
- Technische tijd = wordt gebruikt in de astronomie (zonnejaar, sterrenjaar
etc.)
- Formele tijd = onze indeling van tijd in jaren, maanden, dagen, uren,
minuten en seconden
- Informele tijd = geeft ons tijdsbesef en tijdsgebruik weer, wat doe je, op
welk moment van de dag, hoelang en met wie?
In de informele tijd worden dezelfde tijdsaanduidingen gebruikt als in de formele
tijd. Ze betekenen alleen wat anders (afhankelijk van de situatie).
Voorbeeld: In een uur zitten 60 minuten. Alleen is een uur wandelen in de zon in
een park heel anders dan een uur met een kaakontsteking wachten bij de
tandarts.
Informele tijdsaanduidingen kunnen zijn eventjes, straks, over een uurtje of
ogenblikje.
Bij mensen lijken vooral de volgende aspecten van informeel tijdsgebruik van
belang:
- Het aantal en de lengte van ontmoetingen
- Het tijdstip van de dag waarop we ontmoetingen laten gebeuren
- De wachttijd en punctualiteit