Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Essay

TAKE-HOME TENTAMEN RECLASSERING 2021

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Cijfer
8-9
Geüpload op
08-11-2022
Geschreven in
2020/2021

Het take-home tentamen bestaat uit vijf (5) open vragen. Elke vraag bestaat doorgaans uit een aantal deelvragen. Bevat de uitwerkingen van mijn beantwoordingen op de volgende vijf vragen: TENTAMENVRAAG 1: TAKEN VAN DE RECLASSERING, TENTAMENVRAAG 2: RISICOTAXATIE, TENTAMENVRAAG 3: WERKSTRAF, TENTAMENVRAAG 4: RECHTSPOSITIE I.K.V. TOEZICHT, TENTAMENVRAAG 5: Organisatie van de reclassering (persoonlijke keuze). Beoordeeld met een 8,3.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Vraag 1 – Taken van de reclassering
Naam: Jolijn de Waard
Studentnummer: 2634675
Aantal woorden (incl. verwijzingen): 951
Inleiding
Recidivecijfers onder ex-gedetineerden zijn hoog. Gemeenten en Rijksoverheid hebben een
gemeenschappelijk belang bij vermindering van recidive. Ex-gedetineerden kosten de
maatschappij veel geld aan maatschappelijke opvang, extra zorg, politie-inzet en detentie
(Rekenkamer Amsterdam, 2013). Met nazorg/re-integratieactiviteiten proberen het ministerie
van Veiligheid en Justitie, gemeenten en ketenpartners een succesvolle re-integratie van (ex-
)gedetineerden vanuit penitentiaire inrichtingen (PI’s) naar de samenleving te bevorderen en
recidive te verminderen. Deze nazorg focust op verbetering van vijf basisvoorwaarden: bezit
van een geldig identiteitsbewijs, huisvesting, inkomen (via werk of uitkering),
schuldhulpverlening en zorg. Gedetineerden worden hierop gescreend in PI’s. Startend tijdens
detentie wordt problematiek op deze basisvoorwaarden aangepakt (RSJ, 2017a). Er bestaat
onderscheid tussen vrijwillige en justitiële nazorg (Rekenkamer Amsterdam, 2013). Dit essay
gaat in op dat onderscheid, de gemeentelijke verantwoordelijkheid tot coördinatie van
vrijwillige nazorg, kortgestraften en waarom de vrijwillige nazorg ook een reclasseringstaak
zou moeten zijn.


Onderscheid vrijwillige en justitiële nazorg
Bij justitiële nazorg tijdens detentie worden re-integratieactiviteiten aangeboden door het
ministerie gebaseerd op een justitiële beslissing – zoals een voorwaardelijke invrijheidsstelling
(v.i.) of voorwaardelijke sanctionering - van een rechter of Officier van Justitie. Na detentie
faciliteert het ministerie nazorgtrajecten. De reclassering wordt belast met het toezicht op
nakoming van de voorwaarden en de begeleiding. De formele verantwoordelijkheid ligt bij het
ministerie en de directeur van de PI. Tijdens detentie is de reclassering al bij justitiële nazorg
betrokken (Rekenkamer Amsterdam, 2013).
Vrijwillige nazorg tijdens detentie betekent dat nazorg/re-integratie-activiteiten worden
aangeboden door het ministerie. Echter, niét gebaseerd op een justitiële beslissing.
Gedetineerden nemen niet verplicht deel. De reclassering is niet (altijd) belast met uitvoering
van vrijwillige nazorg. De coördinatie van vrijwillige nazorg na detentie ligt bij gemeenten
(Rekenkamer Amsterdam, 2013).

,De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor coördinatie van nazorg
Nazorg wordt opgevat als belangrijk element in de re-integratie en resocialisatie van
veroordeelden (RSJ, 2017a). De bevordering hiervan is kernopdracht van de reclassering en
heeft hierin ook veel expertise ontwikkeld (RSJ, 2017b). Toch staat de reclassering in
gemeenten vaak buiten spel betreffende vrijwillige nazorg. Mogelijk zorgt capaciteitsgebrek bij
de reclassering hiervoor. Daarnaast hebben gemeenten gebaseerd op onder andere de Wet
maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke
schuldhulpverlening relevante taken betreffende (ex-)gedetineerden. Bijvoorbeeld de
verantwoordelijkheid voor maatschappelijke zorg en toezichthouden op burgers. Ook hebben
gemeenten een publiekrechtelijke taak betreffende handhaving van de openbare orde en
veiligheid (Rekenkamer Metropool Amsterdam, 2018). Hiermee zijn gemeenten
verantwoordelijk voor coördinatie van vrijwillige nazorg aan (ex-)gedetineerden betreffende de
basisvoorwaarden (CCV, z.d.).
Gemeenten beroepen zich voor de uitvoering van nazorgactiviteiten op verscheidene
(gemeentelijke) instanties en organisaties. Er kan bijvoorbeeld een beroep worden gedaan op
de reclassering, maar ook op veiligheidshuizen. Informatie-uitwisseling over begin- en
einddatum van detentie en over de basisvoorwaarden tussen betrokken partijen is cruciaal. Het
gevangeniswezen moet bijvoorbeeld gemeenten informeren over het verloop en einde van
detentie betreffende (ex-)gedetineerden (VNG, 2009). Informatie-uitwisseling gaat niet altijd
goed. Gemeenten worden niet altijd (tijdig) geïnformeerd betreffende het verlaten van de PI
omtrent justitiële nazorgactiviteiten in geval van een v.i. of deelname aan penitentiair
programma. Ook gebeurt informatie-uitwisseling betreffende de basisvoorwaarden niet altijd
volledig (RSJ, 2017a).


Nazorg aan kortgestraften
Veel gedetineerden hebben een korte detentieduur: 55 procent verblijft korter dan één maand
in detentie, 75 procent korter dan drie maanden (DJI, 2018). Kortgestraften – helemaal bij een
straf korter dan vier weken – worden niet of moeilijk bereikt. Screening op de basisvoorwaarden
en opstelling van een detentie- en re-integratieplan blijft vaak achterwege.
Het aangevoerde argument voor de geringe aandacht voor kortgestraften is hun
detentieduur, die te kort is om nazorgactiviteiten op te kunnen starten. Hierdoor wordt in
gevallen van kortgestraften veelal slechts het detentieverblijf en detentie-einde doorgegeven
aan de herkomstgemeenten door PI’s. Kortgestraften moeten zelf initiatief nemen voor zaken
rondom hun re-integratie. Kortgestraften hebben echter vergelijkbare problematiek betreffende

, de basisvoorwaarden als langer gestraften. Ook de kans op recidive is vergelijkbaar (RSJ,
2017a). Ook lijken kortgestraften minder gemotiveerd betreffende nazorgactiviteiten (NSCR,
2020).
Zonder nazorg blijft de kans op recidive bestaan bij kortgestraften en daarmee bij
merendeel van de gestraften. Mijns inziens moet elke gedetineerde gescreend worden om te
zien wat moet gebeuren qua interventies of ter voorbereiding op het einde van detentie. De
reclassering zou hierbij ook een rol moeten krijgen, ook met de kortgestraften moet aan de slag
worden gegaan.


Vrijwillige nazorg als reclasseringstaak
Onderscheid tussen vrijwillige en justitiële nazorg leidt tot onduidelijkheid. Een voorbeeld
hiervan is de gebrekkige informatie-uitwisseling. Daarnaast start goede nazorg/re-integratie
met maatwerk betreffende strafadvisering en strafoplegging. Cruciale nazorgactiviteiten
gebaseerd op justitiële voorwaarden zijn hierdoor makkelijker te realiseren dan vrijwillige
nazorg (RSJ, 2017a). Voorts kan reclasseringstoezicht dienen als justitiële stok achter de deur
(Abraham, Van Dijk & Zwaan, 2007; RSJ, 2017a).
Ondanks de gemeentelijke verantwoordelijkheid tot maatschappelijke zorg, ben ik het
eens met de stelling dat naast verplichte nazorg ook vrijwillige nazorg een taak zou moeten zijn
voor de reclassering. De coördinerende taak betreffende vrijwillige nazorg van de gemeente
verzekert namelijk geen onbelemmerde uitvoering. Continuïteit van vrijwillige nazorg
betreffende betrokken organisaties, uitvoering en tijd vormt hierbij een belangrijk knelpunt.
Gemeenten beroepen zich op verscheidene gemeentelijke en maatschappelijke instanties en
organisaties voor de uitvoering van nazorgactiviteiten (RSJ, 2017a). Bemoeienis van veel
verschillende organisaties kost tijd en de informatie-uitwisseling loopt stroef. Daarnaast
beginnen nazorgactiviteiten meestal pas na detentie. In geval van justitiële nazorg is meer
sprake van continuïteit. De reclassering is immers al tijdens detentie bij justitiële nazorg
betrokken en houdt ook na detentie toezicht en biedt begeleiding (Rekenkamer Amsterdam,
2013).
Mijns inziens zou één organisatie belast moeten zijn met de gehele uitvoering van
nazorg/re-integratieactiviteiten – zowel tijdens als na detentie -, zodat continuïteit van nazorg
wordt gewaarborgd. Gemeenten zorgen voor de coördinatie van nazorg, maar voor de
uitvoering, begeleiding en toezicht van het nazorgtraject is de reclassering het meest geschikt.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
8 november 2022
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2020/2021
Type
ESSAY
Docent(en)
Onbekend
Cijfer
8-9

Onderwerpen

$17.84
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
jolijndewaard Hogeschool van Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
30
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
28
Documenten
0
Laatst verkocht
6 maanden geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen