Communicatieleer
H2 De taal van het lichaam
We nemen aan dat de mens twee uitdrukkingsmogelijkheden heeft: lichaamstaal
en woordentaal.
Dus verbaal en non-verbaal:
Non-verbale communicatie is een gesprek voeren anders dan met woorden.
Minstens 70% van de communicatie is non-verbaal. Non-verbale communicatie
wordt ook wel lichaamstaal genoemd. Dit is de taal die je lichaam spreekt.
Zonder woorden vertellen we welsprekend wat we van onszelf en anderen
vinden.
Verschil analoog en digitaal communiceren:
Analoog = direct, beeldend en gelijkend op werkelijkheid (mens die een hond
nadoet, blaft).
Digitaal = opgebouwd uit symbolen (letters en cijfers). Bijvoorbeeld een naam
van iemand opschrijven om diegene ‘’uit te beelden’’.
Bijna alle verbale communicatie is digitaal en bijna alle lichaamstaal analoog.
De digitale taal moet volledig worden geleerd. Het is alleen te begrijpen voor
iemand die hetzelfde leerproces heeft ondergaan.
Communicatie en metacommunicatie:
- Inhoudsniveau = letterlijke inhoud van woorden.
- Betrekkingsniveau = geeft aan hoe die woorden moeten worden opgevat.
Communiceren op betrekkingsniveau kan op twee manieren: met of zonder
woorden.
In beide gevallen noemen we dat Metacommunicatie: communicatie over de
communicatie.
In feite zijn de boodschappen op betrekkingsniveau verzoeken of bevelen.
De metacommunicatie geeft de bedoelingen van de zender weer. Meestal dus
zonder woorden.
Metacommunicatie is de belangrijkste functie van non-verbale communicatie.
Metacommunicatie kun je op verschillende manieren tegenkomen:
- Bij interpersoonlijke communicatie
- Bij geschreven taal, bijvoorbeeld ‘schreeuwende’ koppen in de krant.
Metacommunicatie kan de inhoudelijke boodschap ondersteunen of
tegenspreken.
Non-verbale communicatie wordt eerlijk geloofd. Mensen kunnen beter liegen in
woorden dan in lichaamstaal.
Andere functies van non-verbale communicatie:
- Aanvullen van de boodschap om het te verduidelijken
- Benadrukken van de boodschap kracht bijzetten
- Vervangen van de boodschap voorbeeld: iemand bedanken in het
verkeer en een hand opsteken.
H2 De taal van het lichaam
We nemen aan dat de mens twee uitdrukkingsmogelijkheden heeft: lichaamstaal
en woordentaal.
Dus verbaal en non-verbaal:
Non-verbale communicatie is een gesprek voeren anders dan met woorden.
Minstens 70% van de communicatie is non-verbaal. Non-verbale communicatie
wordt ook wel lichaamstaal genoemd. Dit is de taal die je lichaam spreekt.
Zonder woorden vertellen we welsprekend wat we van onszelf en anderen
vinden.
Verschil analoog en digitaal communiceren:
Analoog = direct, beeldend en gelijkend op werkelijkheid (mens die een hond
nadoet, blaft).
Digitaal = opgebouwd uit symbolen (letters en cijfers). Bijvoorbeeld een naam
van iemand opschrijven om diegene ‘’uit te beelden’’.
Bijna alle verbale communicatie is digitaal en bijna alle lichaamstaal analoog.
De digitale taal moet volledig worden geleerd. Het is alleen te begrijpen voor
iemand die hetzelfde leerproces heeft ondergaan.
Communicatie en metacommunicatie:
- Inhoudsniveau = letterlijke inhoud van woorden.
- Betrekkingsniveau = geeft aan hoe die woorden moeten worden opgevat.
Communiceren op betrekkingsniveau kan op twee manieren: met of zonder
woorden.
In beide gevallen noemen we dat Metacommunicatie: communicatie over de
communicatie.
In feite zijn de boodschappen op betrekkingsniveau verzoeken of bevelen.
De metacommunicatie geeft de bedoelingen van de zender weer. Meestal dus
zonder woorden.
Metacommunicatie is de belangrijkste functie van non-verbale communicatie.
Metacommunicatie kun je op verschillende manieren tegenkomen:
- Bij interpersoonlijke communicatie
- Bij geschreven taal, bijvoorbeeld ‘schreeuwende’ koppen in de krant.
Metacommunicatie kan de inhoudelijke boodschap ondersteunen of
tegenspreken.
Non-verbale communicatie wordt eerlijk geloofd. Mensen kunnen beter liegen in
woorden dan in lichaamstaal.
Andere functies van non-verbale communicatie:
- Aanvullen van de boodschap om het te verduidelijken
- Benadrukken van de boodschap kracht bijzetten
- Vervangen van de boodschap voorbeeld: iemand bedanken in het
verkeer en een hand opsteken.