HAVO/VWO
Memo 2B (exemplaar uit 2020)
Hoofstuk 4 De industriële revolutie
Tijd van burgers en stoommachines
Paragraaf 4.1 t/m 4.4 (Van handwerk naar machine, De industriële
samenleving, Nederland in 1848, Arbeiders strijden voor hun rechten)
§4.1 Van handwerk naar machine
Wat houdt De opkomst van producten in fabrieken. Hallen waar machines stonden
industrialisatie in? en grote aantallen arbeiders werkten.
Fabrieken Bedrijf waar op grote schaal met machines producten worden gemaakt.
Huisnijverheid Werd dat mensen thuis voor een ondernemer doen om wat extra geld
te verdienen. Voorbeeld: boeren die (vooral in de winter) aan huis
wollen stoffen vervaardigden.
Industriële revolutie Grote verandering in West-Europa door de komst van fabrieken en
nieuwe vervoersmiddelen aan het eind van de 18e en in de 19e eeuw.
Wat zijn de 5 Oorzaken:
belangrijkste oorzaken - Bevolkingsgroei. De vraag naar katoenen kleding groeide omdat de
van de industriële Britse bevolking groeide. Ondernemers zagen in dat ze hier geld aan
revolutie? konden verdienen. Ze bouwden textielfabrieken.
- Toename arbeidskrachten. Door efficiëntere landbouw raakten veel
boeren werkeloos. Ze zochten werk in de industriegebieden. Ze
namen genoegen met lage lonen zodat de ondernemers de prijzen
van producten laag konden houden.
- Goedkope grondstoffen door de koloniën in Amerika en Azië.
- Brandstof zoals steenkool en ijzererts was volop aanwezig in Groot-
Brittannië. Daardoor konden de ondernemers de stoommachines
goedkoop laten draaien en er was genoeg ijzer om het vervoer te
verbeteren (spoorwegen, bruggen).
- Er werden nieuwe machines uitgevonden. Na een tijd werden bijna
alle producten machinaal gemaakt. Zo bleven producten goedkoop,
bleef de vraag stijgen en kwamen er steeds meer fabrieken.
Waarom spreken we De gevolgen van de nieuwe uitvindingen waren zo groot dat we spreken
van een revolutie? van een geheel nieuwe tijd: de moderne tijd.
(Industriële revolutie) 4 Gevolgen:
- In een eeuw tijd (tussen 1750 – 1850) veranderde Groot-Brittannië
van een agrarisch-stedelijke samenleving in een industriële
samenleving. Landbouw was niet langer het belangrijkste
samenleving. Huisnijverheid maakte plaats voor massaproductie. Er
was wel verzet, maar de meeste mensen vonden het fijn dat ze zich
steeds meer spullen konden veroorloven.
- De infrastructuur verbeterde. Transport werd nieuwer en sneller
voornamelijk om alle grondstoffen en producten goed te vervoeren.
1
, - Landelijke gebieden veranderden in grote, dichtbevolkte steden. De
Britse bevolking groeide in een eeuw van 6 naar 17,5 miljoen. In de
steden was werk te vinden.
- De opwarming van de aarde is begonnen met de industrialisatie.
Door het toenemende gebruik van steenkool kwam er veel roet in
de lucht, wat slecht is voor de gezondheid. Maar lang wisten we niet
dat dit ook broeikasgassen in de lucht bracht.
Industriële samenleving Samenleving waarin industrie het belangrijkste middel van bestaan is.
Massaproductie Met machines grote hoeveelheden van dezelfde producten maken.
Moderne tijd De periode vanaf 1800.
Infrastructuur Alle wegen, spoorlijnen, waterwegen en andere verbindingen in een
gebied.
§4.2 De industriële samenleving
Hoe waren de werk- en De omstandigheden waren slecht. Arbeiders werden zelden ouder dan
leefomstandigheden 50 en de kindersterfte was enorm. 6 Voorbeelden:
van de arbeiders? 1. Ondernemers hielden de lonen zo laag mogelijk zo verdiende ze
meer. Je hoefde geen vakman te zijn voor het simpele
fabriekswerk dus er werden ook vrouwen en zelfs kinderen
ingezet, die kregen nog minder betaald voor hetzelfde werk.
2. De werkdagen waren lang, een werkweek duurde 6 dagen en
vakanties bestonden niet.
3. De omstandigheden in de fabriekshallen waren slecht: lucht
vervuild, smerige omgeving en machines oorverdovend.
4. Veiligheidsmaatregelen waren er niet terwijl het werk zeer
gevaarlijk was. Mensen verloren vingers of hele ledematen,
mijnen ontplofte, maar de ondernemers voelde zich niet
verantwoordelijk hiervoor.
5. Riskant om te protesteren tegen lage lonen, onveiligheid en
kinderarbeid. Je werd snel ontslagen.
6. Woonomstandigheden erg slecht. Mensen moesten in de buurt
van de fabrieken gaan wonen omdat er geen openbaar vervoer
was (urbanisatie). Voorbeelden van de omstandigheden:
- Veel mensen in kleine, donkere woningen.
- In de rook van de fabrieken.
- Afval en uitwerpselen kwamen in beerputten terecht of
rivieren en kanalen.
- Geen schoon drinkwater
- Hygiëne was slecht dus veel besmettelijke ziektes die
slachtoffers maakten.
Urbanisatie Het in korte tijd ontstaan van grote steden, ten koste van het
platteland. Ook verstedelijking genoemd.
2