Leerdoelen deeltentamen 2
Hoofdstuk 9: Cel signaling
• De studenten kunnen aangeven hoe cellen kunnen communiceren en hoe zij een respons geven
op bepaalde signalen.
Communicatie door direct contact of door moleculen die worden uitgescheiden.
• De studenten weten dat communicatie tussen cellen op lokale afstand kan plaatsvinden, maar
ook over grote afstanden (via bijvoorbeeld groeifactoren en hormonen).
Direct contact:
Cell junctions
- Gap junctions (dierlijke cellen).
- Plasmodesmata (planten cellen)
- Stoffen kunnen diffunderen door de kanaaltjes.
Cell-cell recognition
- Moleculen aan de oppervlakje van cellen binden aan elkaar.
- Signaal wordt doorgegeven aan binnenkant van de cel.
Communicatie door uitgescheiden moleculen:
Lokaal
- Paracrien (ook autocrien)
- Synaptisch
Lange afstand
- Endocrien
- Signaalstof is hormoon
• Studenten kunnen de drie stadia van cel signalering aangeven (receptie, transductie en respons).
,• Studenten kunnen aangeven dat een signaal molecuul bindt aan een specifieke receptor eiwit
wat leidt tot een conformatie verandering in de receptor.
,
Hoofdstuk 9: Cel signaling
• De studenten kunnen aangeven hoe cellen kunnen communiceren en hoe zij een respons geven
op bepaalde signalen.
Communicatie door direct contact of door moleculen die worden uitgescheiden.
• De studenten weten dat communicatie tussen cellen op lokale afstand kan plaatsvinden, maar
ook over grote afstanden (via bijvoorbeeld groeifactoren en hormonen).
Direct contact:
Cell junctions
- Gap junctions (dierlijke cellen).
- Plasmodesmata (planten cellen)
- Stoffen kunnen diffunderen door de kanaaltjes.
Cell-cell recognition
- Moleculen aan de oppervlakje van cellen binden aan elkaar.
- Signaal wordt doorgegeven aan binnenkant van de cel.
Communicatie door uitgescheiden moleculen:
Lokaal
- Paracrien (ook autocrien)
- Synaptisch
Lange afstand
- Endocrien
- Signaalstof is hormoon
• Studenten kunnen de drie stadia van cel signalering aangeven (receptie, transductie en respons).
,• Studenten kunnen aangeven dat een signaal molecuul bindt aan een specifieke receptor eiwit
wat leidt tot een conformatie verandering in de receptor.
,