4.2 Vanderwaalsbindingen
De moleculen in een vaste stof en een vloeistof trekken elkaar aan. Deze (relatief
zwakke) aantrekkingskracht heet vanderwaalskracht. Daardoor ontstaat een
binding tussen de moleculen die we de vanderwaalsbinding noemen.
De vanderwaalsbinding wordt verbroken als een stof verdampt of sublimeert, het
kookpunt is dan bereikt. Hoe groter de molecuulmassa, hoe sterkte de
vanderwaalsbinding tussen de moleculen is en hoe hoger het kookpunt.
Als een stof oplost, worden vanderwaalsbindingen tussen moleculen van een stof
verbroken. Er ontstaan nieuwe vanderwaalsbindingen tussen de moleculen van
de opgeloste stof en de moleculen van het oplosmiddel.
4.3 Waterstofbruggen
Waterstofbruggen / H-bruggen komen alleen voor tussen moleculen die OH-
groepen en/of NH-groepen bevatten. Dat komt doordat de binding tussen een O-
atoom en een H-atoom in een OH-groep of tussen een B-atoom en een H-atoom
in een NH-groep een polaire binding is. de bindingselektronen bevinden zich
meer bij de O-/N-atomen. Daardoor zijn deze een beetje negatief geladen en het
H-atoom een beetje positief geladen. Het negatieve atoom van het ene molecuul
vormt dan een binding met het positieve H-atoom van een ander molecuul. Als er
meer OH-groepen/NH-groepen in een molecuul zitten, ontstaan er meer
waterstofbruggenper molecuul en is het kookpunt van de betreffende stof hoger.
4.4 Mengsels van moleculaire stoffen
Stoffen met OH-groepen en/of NH-groepen in hun moleculen lossen op in water
als er in de moleculen geen lange staart van C- en H-atomen voorkomt. Deze
moleculen vormen waterstofvruggen met watermoleculen. Hydrofiele stoffen
lossne op in wate, hydrofobe stoffen niet. Het oplossen van een moleculaire stof
in water kun je in een oplosreactie weergeven:
alcohol(l) alcohol (aq)
oplossen
C2H6O (l) C2H6O (aq)
zuivere oplossing moleculaire
moleculaire stof in water
stof
Oplosbaarheid van een stof geeft aan hoeveel gram van die stof maximaal kan
oplossen in 100 gram water van een bepaalde temperatuur. Voeg je minder toe
dan deze hoeveelheid, dan is de oplossing onverzadigd. Doe je precies deze
hoeveelheid in 100 gram water, dan is de oplossing verzadigd.