Paragraaf 9,5 en 10,3 Organisatiekunde
Henry Mintzberg heeft een synthese van de belangrijkste theorieën betreffende de wijze
waarop organisaties gestructureerd zouden moeten worden. Een organisatiestructuur
komt volgens Mintzberg tot stand tot het met elkaar in overeenstemming brengen van
een aantal eigenschappen.
De volgende eigenschappen zijn bepalend voor een organisatiestructuur:
- Organisatiedelen
- Coördinatiemechanismen
- Ontwerpparameters
- Contingentiefactoren (situationele factoren)
Organisatiedelen:
Je hebt verschillende organisatiedelen zoals:
- Uitvoerende kern (medewerkers)
- Strategische top (directie)
- Middenniveau (managers)
- Technische staf (werkvoorbereiders, planners)
- Ondersteunende staf (Administratie, public relations)
Het aanwezige werk binnen organisaties moet worden verdeeld onder de werknemers
(arbeidsverdeling) en het moet worden gecoördineerd. Dit om te zorgen dat de
werkzaamheden ook effectief worden uitgevoerd. Er zijn volgens Mintzberg 5 (6) vormen
waarop je werkzaamheden kunt coördineren:
- Onderlinge afstemming
- Rechtstreeks toezicht
- Standaardisatie van werkzaamheden
- Standaardisatie van resultaten
- Standaardisatie van bekwaamheden
Onderlinge afstemming:
Communicatie tussen werknemers. Regelmatig werkoverleg, evaluatie gesprekken,
stages, vergaderingen etc.
Rechtstreeks toezicht:
Een leidinggevende geeft opdrachten een aanwijzingen aan werknemers over de uit te
voeren werkzaamheden. Dit kan bijvoorbeeld bij het voeren van
functioneringsgesprekken.
Standaardisatie van werkzaamheden:
De technische staf maken handboeken, procedures of een instructie over de uit te voeren
werkzaamheden. Dit is mechanisering en automatisering denk hierbij aan
standaardteksten voor offertes etc.
Standaardisatie van resultaten:
Er vindt een specificatie plaats van de resultaten. Denk hierbij aan kwaliteitscriteria van
te ontwikkelen producten.
Standaardisatie van bekwaamheden:
De werkzaamheden worden gecoördineerd op grond van de hiermee verband houdende
opleiding van de uitvoerders. Bijvoorbeeld een Chirurg en een Anesthesist spelen op
elkaars procedures in.
Ontwerpparameters:
, Die zijn bepalend voor de arbeidsverdelingen binnen een organisatie. De belangrijkste
onderwerpen hiervan zijn:
- Functiespecificatie (aantal taken per functie)
- Omvang van afdelingen of groepen (aantal werknemers)
- Centralisatie of decentralisatie (bevoegdheden)
- Formalisering van het gedrag (regels)
Contingentiefactoren:
Dat zijn de factoren van de situatie waarin een organisatie zich vind. Je hebt de volgende
factoren:
- Het technisch systeem van een organisatie: machines, automatisering
- De omgevingskenmerken van de organisatie: organisaties met een dynamische
hebben een organieke organisatiestructuur. Bij een complexe omgevingen zal men
kiezen voor decentralisatie van verantwoordelijkheden.
- De leeftijd en omvang. Hoe ouder een organisatie is en/of hoe groter hij wordt zal
zij ook formeler van aard zijn.
Er zijn 7 soorten organisatie vormen:
- Ondernemersorganisatie
- Machineorganisatie
- Professionele organisatie
- Gedivisionaliseerde organisatie
- Innovatieve organisatie
- Zendingsorganisatie
- Politieke organisatie
Ondernemersorganisatie:
Heeft geen stafafdelingen en er is geen plaats voor het midden management.
Rechtstreeks toezicht, Strategische top, gecentraliseerd, Organische structuur , Kleine
(jonge) organisatie of in crisistijd, Dynamische, eenvoudige omgeving, Geen staf,
nauwelijks specialisatie.
• Kenmerkend organisatiedeel: strategische top
• Coördinatiemechanisme: rechtstreekse leiding
• Ontwerpparameters: gecentraliseerde structuur
• Situationele factoren: - ontwikkeld technische
systeem
- overzichtelijke en
- dynamische omgeving
- jonge en kleine org.
Machine organisaties:
Belangrijk: ook wel machinebureaucratie genoemd! Standaardisatie van werkprocessen,
Technische staf, Beperkte horizontale decentralisatie
Formeel, taakspecialisatie, F-indeling , Oude, grote organisatie, Eenvoudige stabiele
omgeving.
• Kenmerkend organisatiedeel: technische staf
• Coördinatiemechanisme: standaardisatie van
werkzaamheden
• Ontwerpparameters: formalisering gedrag
• Situationele factoren: - overzichtelijke en
stabiele omgeving
- grote en volwassen org.
Henry Mintzberg heeft een synthese van de belangrijkste theorieën betreffende de wijze
waarop organisaties gestructureerd zouden moeten worden. Een organisatiestructuur
komt volgens Mintzberg tot stand tot het met elkaar in overeenstemming brengen van
een aantal eigenschappen.
De volgende eigenschappen zijn bepalend voor een organisatiestructuur:
- Organisatiedelen
- Coördinatiemechanismen
- Ontwerpparameters
- Contingentiefactoren (situationele factoren)
Organisatiedelen:
Je hebt verschillende organisatiedelen zoals:
- Uitvoerende kern (medewerkers)
- Strategische top (directie)
- Middenniveau (managers)
- Technische staf (werkvoorbereiders, planners)
- Ondersteunende staf (Administratie, public relations)
Het aanwezige werk binnen organisaties moet worden verdeeld onder de werknemers
(arbeidsverdeling) en het moet worden gecoördineerd. Dit om te zorgen dat de
werkzaamheden ook effectief worden uitgevoerd. Er zijn volgens Mintzberg 5 (6) vormen
waarop je werkzaamheden kunt coördineren:
- Onderlinge afstemming
- Rechtstreeks toezicht
- Standaardisatie van werkzaamheden
- Standaardisatie van resultaten
- Standaardisatie van bekwaamheden
Onderlinge afstemming:
Communicatie tussen werknemers. Regelmatig werkoverleg, evaluatie gesprekken,
stages, vergaderingen etc.
Rechtstreeks toezicht:
Een leidinggevende geeft opdrachten een aanwijzingen aan werknemers over de uit te
voeren werkzaamheden. Dit kan bijvoorbeeld bij het voeren van
functioneringsgesprekken.
Standaardisatie van werkzaamheden:
De technische staf maken handboeken, procedures of een instructie over de uit te voeren
werkzaamheden. Dit is mechanisering en automatisering denk hierbij aan
standaardteksten voor offertes etc.
Standaardisatie van resultaten:
Er vindt een specificatie plaats van de resultaten. Denk hierbij aan kwaliteitscriteria van
te ontwikkelen producten.
Standaardisatie van bekwaamheden:
De werkzaamheden worden gecoördineerd op grond van de hiermee verband houdende
opleiding van de uitvoerders. Bijvoorbeeld een Chirurg en een Anesthesist spelen op
elkaars procedures in.
Ontwerpparameters:
, Die zijn bepalend voor de arbeidsverdelingen binnen een organisatie. De belangrijkste
onderwerpen hiervan zijn:
- Functiespecificatie (aantal taken per functie)
- Omvang van afdelingen of groepen (aantal werknemers)
- Centralisatie of decentralisatie (bevoegdheden)
- Formalisering van het gedrag (regels)
Contingentiefactoren:
Dat zijn de factoren van de situatie waarin een organisatie zich vind. Je hebt de volgende
factoren:
- Het technisch systeem van een organisatie: machines, automatisering
- De omgevingskenmerken van de organisatie: organisaties met een dynamische
hebben een organieke organisatiestructuur. Bij een complexe omgevingen zal men
kiezen voor decentralisatie van verantwoordelijkheden.
- De leeftijd en omvang. Hoe ouder een organisatie is en/of hoe groter hij wordt zal
zij ook formeler van aard zijn.
Er zijn 7 soorten organisatie vormen:
- Ondernemersorganisatie
- Machineorganisatie
- Professionele organisatie
- Gedivisionaliseerde organisatie
- Innovatieve organisatie
- Zendingsorganisatie
- Politieke organisatie
Ondernemersorganisatie:
Heeft geen stafafdelingen en er is geen plaats voor het midden management.
Rechtstreeks toezicht, Strategische top, gecentraliseerd, Organische structuur , Kleine
(jonge) organisatie of in crisistijd, Dynamische, eenvoudige omgeving, Geen staf,
nauwelijks specialisatie.
• Kenmerkend organisatiedeel: strategische top
• Coördinatiemechanisme: rechtstreekse leiding
• Ontwerpparameters: gecentraliseerde structuur
• Situationele factoren: - ontwikkeld technische
systeem
- overzichtelijke en
- dynamische omgeving
- jonge en kleine org.
Machine organisaties:
Belangrijk: ook wel machinebureaucratie genoemd! Standaardisatie van werkprocessen,
Technische staf, Beperkte horizontale decentralisatie
Formeel, taakspecialisatie, F-indeling , Oude, grote organisatie, Eenvoudige stabiele
omgeving.
• Kenmerkend organisatiedeel: technische staf
• Coördinatiemechanisme: standaardisatie van
werkzaamheden
• Ontwerpparameters: formalisering gedrag
• Situationele factoren: - overzichtelijke en
stabiele omgeving
- grote en volwassen org.