16.1 Balans
Een balans is een overzicht van bezittingen, eigen vermogen en schulden van de
onderneming. Voordat we de verschillende balansposten nader gaan bespreken,
zullen we eerst stilstaan bij de betekenis van activum. Een activum dient aan
twee voorwaarden te voldoen: in de eerste plaats is de in de beschikkingsmacht
van de onderneming en in de tweede plaats levert het naar verwachting
economische voordelen voor de onderneming op. Voorbeeld: een vrachtauto die
wordt gekocht door een transportbedrijf is een activum, want het bedrijf kan met
de auto doen en laten wat hij wil (beschikkingsmacht) en door het inzetten van
de auto zal hij opbrengsten verkrijgen (economische voordelen). Er kunnen
situaties voordoen waarbij er twijfel is of er wel voldaan wordt aan beide
elementen van de definitie, het is dan de vraag of het op de balans gezet dient te
worden (on-balance) of buiten de balans (off-balance).
Nogmaals, IFRS regels zijn van toepassing op beursgenoteerde onderneming en
de wettelijke regels van de staat van vestiging op niet-beursgenoteerde
ondernemingen.
Balans
Vaste activa Eigen vermogen
Immateriële vaste activa Aandelen kapitaal
Materiële vaste activa Agio
Financiële vaste activa Reserves
Vlottende activa Voorzieningen
Voorraden
Vorderingen Langlopende schulden
Effecten
Liquide middelen Kortlopende schulden
AD 1: Vaste activa
Vaste activa kunnen onderverdeeld worden in immateriële vaste activa, materiële
en financiële vaste activa.
Het gaat bij de immateriële vaste activa (intangible fixed assets) om de ‘niet
grijpbare’ bedrijfsmiddelen. Er kan gedacht worden aan drie categorieën:
onderzoek en ontwikkeling, gekochte concessies, octrooien en merken én
betaalde goodwill. Onderzoeksuitgaven mogen volgens IFRS niet op de balans
gezet worden omdat er nog geen concrete verwachting van economisch voordeel
is. De onderzoekskosten dienen ten laste te komen van de periode waarin ze
gemaakt zijn. Voor de uitgaven die gedaan worden om een nieuw product op de
markt te zetten geldt dat ze wel geactiveerd dienen te worden op voorwaarde
van de activum. De verslaggevingsregels van de Nederlandse wet zijn soepeler:
de ondernemingsleiding is vrij om hetzij te kiezen voor activering van R&D-
uitgaven, hetzij ze onmiddellijk ten laste van het resultaat te brengen. Bij de
categorie gekochte concessies, octrooien en merken gaat het om redelijk ‘harde’
, immateriële vaste activa, omdat er sprake is van contractueel vastgelegde
rechten. De waarde van merken wordt steeds belangrijker. Als een ander bedrijf
het recht koopt om een bepaald merk te mogen voeren, dient dat volgens IFRS
op de balans gezet te worden. De Nederlandse wet geeft wederom keuzevrijheid.
Wanneer er een overname van een onderneming door een andere onderneming
gebeurd, wordt vaak meer betaald dan de waarde van de productiemiddelen van
het overgenomen bedrijf. Dit is de laatste categorie ‘betaalde goodwill’.
De posten die als immateriële vaste activa op de balans verschijnen, dienen te
worden afgeschreven over de geschatte economische gebruiksduur.
Onder de materiële vaste activa vallen bedrijfsterreinen, gebouwen, machines,
auto’s, computers en dergelijke. Bij deze categorie is het waarschijnlijk dat er aan
de twee voorwaardes van activum worden voldaan. Gekochte productiemiddelen
dienen op de balans te staan en gehuurde productiemiddelen niet. De huurkosten
moeten wel in de resultatenrekening worden vermeld. Productiemiddelen kunnen
ook via leasing verkregen worden. Er zijn twee vormen leasing te
onderscheiden:
Operational lease: sprake van een overeenkomst die op korte termijn
opzegbaar is en waarbij de onderhoudskosten voor rekening van de
leasemaatschappij zijn. Dit wordt off-balance geboekt.
Financial lease: er wordt een overeenkomst gesloten voor de geschatte
economische levensduur van het te leasen object. Deze overeenkomst is
tussentijds niet opzegbaar. De onderhoudskosten zijn voor de rekening van
de gebruiker. Bij deze leasevorm draagt de gebruiker het risico van
economische veroudering en het risico van tegenvallende
onderhoudskosten. Financial lease wordt on-balance verwerkt omdat de
gebruiker in economische zin de juridische eigenaar is.
Bij financiële vaste activa gaat het vooral om deelnemingen in het
aandelenkapitaal van andere ondernemingen.
AD 2: Vlottende activa
De aandacht zal gericht worden op de voorraden. Voor de externe verslaggeving
is het matchingprincipe van grote betekenis: kosten dienen te worden
toegerekend aan de periode waarin de daaruit voortvloeiende opbrengst
ontstaat. Voor de voorraadwaardering betekent dit dat de aanschafkosten in de
voorraadwaardering moeten worden opgenomen, zodat ze in de periode van
verkoop ten laste van het resultaat gebracht kunnen worden als ‘kostprijs
verkopen’. Directe kosten (kosten die direct aan de voorraad worden
toegerekend) moeten als product costs in de voorraadwaardering worden
opgenomen. De indirecte kosten mogen ofwel als period costs meteen ten laste
worden gebracht, ofwel van product costs.
Onder de voorraden valt ook onderhanden werk. Indien er sprake is van
langlopende werken (bijvoorbeeld een groot woningbouwproject), dan doet zich
de vraag voor of in dat geval strikt aan het realisatieprincipe moet worden
vastgehouden. Dit principe schrijft voor dat winst pas genomen mag worden als
er verkocht en afgeleverd is; bij langlopende werken is de winst dus bij oplevering
van het werk gerealiseerd. Deze manier van werken in de jaarrekening staat
bekend als de completed-contract-methode. Een kanttekening hiervan is dat
er een zeer grillig winstniveau is. Vandaar dat de voorkeur uitgaat naar