Samenvatting Nederlands gele boekje woordsoorten:
Lidwoorden:
- de
- het
- een
Zelfstandignaamwoord:
- mens, dier, plant, ding, namen
- alle woorden waar je de/het voor kan zetten.
Bijvoegelijk naamwoord:
- zegt iets over het zelfstandignaamwoord.
Hulpwerkwoord:
- Helpt het zelfstandig werkwoord
Zelfstandig werkwoord:
- belangrijkste werkwoord in de zin
- geeft de handeling aan
Persoonlijk voornaamwoord: !
- verwijst naar de persoon/personen
- ik, jij, hij, wij, jullie
Bezittelijk voornaamwoord:
- het geeft een bezit aan
- jouw, mijn, zijn, haar, uw, hun
Voorzetsel:
- op, naast, in, achter, voor,
Werkwoordstijden:
Stap 1 Staat er een voltooitdeelwoord in de zin?
Ja voltooide zin = V
Nee onvoltooide zin = O
Stap 2 Staat de pv in de vt of tt
VT verleden tijd = vt
TT tegenwoordige tijd = tt
VTT : Ik heb gewerkt Ik heb gelezen
VVT : Ik had gewerkt Ik had gelezen
OTT : Ik werk Ik lees
OVT : Ik werkte Ik las
Lidwoorden:
- de
- het
- een
Zelfstandignaamwoord:
- mens, dier, plant, ding, namen
- alle woorden waar je de/het voor kan zetten.
Bijvoegelijk naamwoord:
- zegt iets over het zelfstandignaamwoord.
Hulpwerkwoord:
- Helpt het zelfstandig werkwoord
Zelfstandig werkwoord:
- belangrijkste werkwoord in de zin
- geeft de handeling aan
Persoonlijk voornaamwoord: !
- verwijst naar de persoon/personen
- ik, jij, hij, wij, jullie
Bezittelijk voornaamwoord:
- het geeft een bezit aan
- jouw, mijn, zijn, haar, uw, hun
Voorzetsel:
- op, naast, in, achter, voor,
Werkwoordstijden:
Stap 1 Staat er een voltooitdeelwoord in de zin?
Ja voltooide zin = V
Nee onvoltooide zin = O
Stap 2 Staat de pv in de vt of tt
VT verleden tijd = vt
TT tegenwoordige tijd = tt
VTT : Ik heb gewerkt Ik heb gelezen
VVT : Ik had gewerkt Ik had gelezen
OTT : Ik werk Ik lees
OVT : Ik werkte Ik las