De Geo - havo (verschenen in 2020)
Leerboek isbn: 9789006988055
Paragraaf 1 t/m 4 (De vorming van de Alpen, Rivieren van ijs, Het
stroomgebied van de Rijn, Kustvormen)
§1 De vorming van de Alpen
Hoe zijn de Alpen Op de plek waar nu de Alpen liggen, lag 100 miljoen jaar geleden een
ontstaan? enorme tropische zee. Lagen van resten van dode planten en dieren in
deze zee veranderden in sedimentgesteenten.
● Door endogene krachten zijn breuken in de aardkorst ontstaan. De
schollen of platen die hierdoor zijn ontstaan, bewegen. Ze kunnen uit
elkaar bewegen, langs elkaar glijden en op elkaar botsen. Bij het botsen
ontstaan gebergten.
● Ongeveer 80 miljoen jaar geleden begon de plaat waarop Afrika ligt,
naar het noorden te bewegen. De sedimentgesteenten van de tropische
zeebodem plooiden en braken. Zo’n 30 miljoen jaar geleden werden ze
tegen Europa aangeduwd. Afrika schoof over de lagen heen. Hierbij
ontstonden de Alpen. De Alpen zijn een voorbeeld van een
plooiingsgebergte.
■ De Alpen zijn een hooggebergte.
Sedimentatiegesteente Gesteente dat is ontstaan uit materiaal dat is aangevoerd door ijs, water
of wind.
Endogene kracht Kracht die de aardkorst van binnenuit verandert (B97)
Breuk Barst of scheur in de aardkorst.
Aardkorst Dunne laag gesteente om de aarde, met een dikte van gemiddeld 8 km
onder oceanen en 35 km onder continenten.
Plaat Stuk van de aardkorst. Heet ook schol.
Plooiingsgebergte Gebergte dat is ontstaan door plooiing van stukken van de aardkorst.
Hooggebergte Gebied met bergen die hoger zijn dan 1.500 m.
Wat zijn de verschillen De Alpen zijn een jong gebergte. Jonge gebergten zijn hoog en
tussen een oud en een hebben steile hellingen, spitse bergtoppen en diepe dalen. Jonge
jong gebergte en gebergten worden afgebroken door exogene krachten. Door verwering
waardoor die valt het gesteente uiteen. Het puin dat bij verwering ontstaat, heet
verschillen zijn verweringsmateriaal.
ontstaan? ● Kenmerk voor verwering is dat het afgebroken gesteente blijft liggen.
1
, Jong gebergte Gebergte dat ‘pas’ enkele tientallen miljoenen jaar oud is.
Oud gebergte Gebergte dat enkele honderden miljoenen jaren oud is.
Verweringsmateriaal Puin dat ontstaat bij verwering (B115).
Wat is het verschil Verwering ontstaat door weer en plantgroei. Erosie vindt plaats
tussen verwering en doordat verweringsmateriaal niet blijft liggen, maar verder vervoerd
erosie? wordt door gletsjers, rivieren, de zee of de wind. Zo wordt het een soort
schuurmiddel (zie figuur 4.34 bij B116). Tijdens deze verplaatsing vindt
erosie, verdere afbraak van het landschap, plaats.
● Als het meegevoerde materiaal ergens wordt neergelegd, is er sprake
van sedimentatie.
Erosie Het uitschuren en afschuren van hard gesteente door met
verweringsmateriaal geladen water, ijs of wind (116).
Sedimentatie Afzetting van materiaal dat is meegenomen door water, wind of ijs.
Opdrachten De ingevulde W1
§2 Rivieren van ijs
Hoe draagt een Het ontstaan van gletsjers
gletsjer bij aan de ► Duizenden jaren geleden waren de Alpen bedekt met enorme
afbraak en de opbouw gletsjers. Door de lagere temperatuur was er sprake van een ijstijd of
van het landschap? glaciaal.
● In een ijstijd valt veel neerslag in de vorm van sneeuw. Op de
lagergelegen delen in de bergen heeft de firn zich opgehoopt in een
firnbekken. Dit is het begin van een gletsjer.
● De bovenkant van een gletsjer ziet er grauw uit. Dit komt door het stof
en het puin afkomstig van de bergwanden. Daar treedt mechanische
verwering op. Zo ontstaan zijmorenen en grondmorenen. Dit
gletsjerpuin ligt onder het ijs. Aan het eind van de gletsjer liggen de
eindmorenen.
Het einde van een gletsjer
Op weg naar het dal schuift de gletsjer het puin voor zich uit en
treedt er erosie op. Zo ontstaat uit een door een rivier gevormd V-dal
een U-dal met steile wanden en een vlakke bodem.
● Laag in het dal zorgt het smeltwater onder in de gletsjer voor een
gletsjertunnel. Bij de gletsjerpoort komt het smeltwater naar buiten en
vormt dan een gletsjerrivier.
Na de ijstijd
► Na de laatste ijstijd is de temperatuur gaan stijgen en zijn veel
gletsjers gesmolten.
● Sporen in het landschap daarvan zijn eindmorenen die laten zien tot
hoever de gletsjertongen vroeger kwamen. Het smeltwater kwam
terecht in de vele meren.
● Door klimaatverandering smelten de gletsjers nu versneld af.
2