Hoorcollege 1
Correlationeel onderzoek
- Overal te vinden
- Verzameld aan hand van vragenlijsten, meningen.
- Verschillende soorten data:
o Klanten tevredenheid.
o Politieke polls, peilingen vooraf/achteraf verkiezingen, peilingen verschillende
onderwerpen politiek.
o Data verzameld door overheid.
▪ Inkomsten, uitgaven, meningen bepaalde onderwerpen, belasting, inkomen,
etc.
- Hoeveelheid data die verzameld wordt exponentieel gegroeid, mede door opkomst internet.
• Correlationele data verschillende manier verzameld
o Incidenteel: mensen willen zelf iets aan data creëren. Is niet iets dat echt moet, maar
mensen vinden het leuk.
▪ Social media (foto posten)
▪ Transacties (bankpasjes, bonus kaart)
o Opzettelijk: met specifiek doel verzameld.
▪ Experimenten
▪ Vragenlijsten
▪ Administratieve: verzameld door belastingdienst bijvoorbeeld.
• Correlationele data (designed)
o Causaal verband vaststellen
o Generaliseren naar een grotere groep.
o Omschrijft de sociale realiteit.
• Inferentiele doelen:
o Beschrijving
o Causaal verband
o Voorspelling
Vragenlijsten
• Verschillende manieren:
o Face-to-face (CAPI) Computer Assistant Personal Interview
o Mail (post)
o Telefoon (CATI) Computer Assistent Telephone Interview
o Internet
o Gemixte methoden, twee van de vier samengepakt worden.
• Verschillen tussen de verschillende manieren
, o Hoeveel de interviewer is betrokken
o Hoeveel interactie met de respondent.
o Privacy speelt rol
o Manieren van communicatie
▪ Visueel
▪ Auditief
o Technologie gebruik
Overzicht verschillende methoden
Survey methoden in Nederland
• Populatie registratie & over 90% internet gebruikers
o Telefoon surveys
o Random digit dialing wordt weinig gebruikt in Nederland.
• Mixed methoden
o Post met uitnodiging internet survey
o Telefoon component als nummers bekend zijn.
• Markt onderzoekers gebruiken probability en nonprobability online panels.
• Mixed-device surveys
o Computer/smartphone
Verschillende soorten mixed-mode design
• Ene vorm voor sommige respondenten en andere vorm voor andere helft.
o Kan je kijken of er verschillen zijn tussen de antwoorden bij de verschillende
manieren, bijvoorbeeld bij gevoelige vragen.
o Ene methoden voor werving en andere voor survey administratie
▪ Email post en online survey
o Ene methode voor data verzameling en andere voor herinnering
o Een methode voor het belangrijkste deel van interview en andere voor
deelverzameling van vragen.
o Een methode dat je de ene keer ene vorm gebruikt en andere keer andere vorm.
Cross-sectional and panel surveys
• Panel surveys interview respondenten over tijd.
o Inhoud vaak hetzelfde, maar kan verschillen.
• Voordelen:
o Veranderingen over tijd tracken
o Rekening houden met variabelen, zoals leeftijd van respondenten en hoe mensen
over de jaren heen veranderen. Ook rekening met cohort effecten.
, • Mogelijke nadelen:
o Flink wat uitval, allerlei redenen.
o Leer effect. Je leert jezelf aan dat je altijd hetzelfde antwoord geeft op een bepaalde
vraag.
• Problemen bij de resultaten van de survey over zomertijd
o De publieke raadpleging is geen representatieve survey. Het is niet goed
vertegenwoordigd, aangezien mensen met een sterkere mening voor verandering de
survey eerder gaan invullen.
o Het vormt niet de publieke stem.
Theorie-data cyclus
Survey lifecycle
, Total Survey Error Framework
Bij KOM al behandeld:
• Sampling error = steekproeffout
• Coverage error = dekkingsfout
• Nonresponse error = non-response fout
Je steekproefkader komt niet overeen met je doelgroep, waardoor er een dekkingsfout is.
Er kan ook een dekkingsfout zijn, aangezien 25% van de mensen boven de 75 in Nederland geen
internet hebben en dus geen online survey kunnen invullen.
Algemene idee steekproeffout:
• Hoe kleiner de steekproef hoe groter de standaardfout.
• Veel spreiding-> detecteren van verschillen veel moeilijker, dan bij weinig spreiding.
o Komt voor wanneer niet elke member van de covered populatie are sampled
o Lijdt tot onzekerheid
Nonresponse error komt voor wanneer de geselecteerde mensen voor een survey die niet reageren
verschillen in meningen tussen de mensen die wel antwoorden.
Unit-nonresponse= mensen die helemaal niet meedoen met de survey
Item-nonresponse= als je een bepaalde vraag of bepaalde set aan vragen niet invult