Hoofdstuk 2. Het zelf
2.3 Het interpersoonlijke zelf
Het zelfbeeld wordt sterk beïnvloed door reacties van ander. Het zelf wordt ook
op meer ongemerkte, ondergrondse manieren beïnvloed. Het idee dat je een
volstrekt oorspronkelijk en autonoom persoon bent en dat het lijkt alsof anderen
zich veel meer door hun omgeving laten beïnvloeden dan wijzelf, komt voor uit
de beperkingen van introspectie.
Het zelfbeeld wordt beïnvloed door de sociale omgeving (andere mensen,
cultuur, media). Het zelfbeeld heeft op zijn beurt weer invloed op de manier
waarop wij informatie over de sociale omgeving waarnemen.
2.3.1 Invloed van het zelf op sociale waarneming: sociale
projectie
Het begrip projectie kennen veel mensen en duikt zelfs af en toe op in het
dagelijks spraakgebruik. Projectie kan optreden en onbewust onze indrukken van
andere mensen beïnvloeden. We bespreken twee voorbeelden hiervan,
egocentrische en defensieve projectie.
Egocentrische projectie
Het vóórkomen van het eigen standpunt wordt bij anderen overschat: het false-
consensus-effect. Mensen zijn geneigd aan te nemen dat anderen hetzelfde
denken, vinden, voelen en doen als zijzelf. Het false-consensus-effect is een vorm
van sociale projectie: de neiging je eigen kenmerken (eigenschappen,
meningen, interesses, keuzes) bij anderen waar te nemen.
Het false-consensus-effect heeft verschillende oorzaken. Voor een deel wordt het
veroorzaakt doordat mensen vaker in contact komen met anderen die hetzelfde
denken en doen als zijzelf. Een andere factor die een belangrijke rol speelt is
egocentrisme, oftewel het onvermogen van mensen om zich voldoende in te
leven in het perspectief van de ander. Spotlight-effect: mensen zijn geneigd aan
te nemen dat anderen net zo letten op hun blunders, hun bad hair days en
andere bijzonderheden als zijzelf.
De egocentrische vertekening heeft voordelen. Door aan te nemen dat de
meeste mensen net zo zijn als jij, houd je het gevoel in stand dat jij heel normaal
en goed aangepast bent. Een ander voordeel treedt op in intieme relaties:
mensen die aannemen dat hun partner dezelfde meningen heeft als zijzelf, zijn
over het algemeen gelukkiger in hun relatie.
Daarentegen kan het in onderhandelingssituaties vaak handiger zijn om
accuraat waar te nemen waar de ander op uit is, dan om voetstoots aan te neme
dat jullie allebei hetzelfde willen. Nog een negatief gevolg van egocentrisme is
dat het altijd lijkt alsof mensen met een andere mening niet objectief zijn.
Defensieve projectie
, Behalve egocentrisme kan ook het zelfverheffingsmotief bijdragen aan sociale
projectie. Zo is false consensus voor negatieve eigenschappen veel groter dan
voor positieve: mensen zien hun tekortkomingen als heel normaal, terwijl ze hun
sterke kanten juist heel uniek vinden. Een ander aspect van zelfverheffing is dat
mensen soms hun negatieve kenmerken liever niet van zichzelf willen weten,
maar dat ze vervolgens die kenmerken juist wel bij anderen opmerken.
Defensieve functie, omdat mensen zich hiermee beschermen tegen de nare
gedachte dat zij onwenselijke motieven of eigenschappen hebben. Ze zoeken
toch een uitlaatklep; het wordt op anderen geprojecteerd. Dit wordt defensieve
projectie genoemd.
Uit onderzoek naar gedachtenonderdrukking was gebleken dat een
doelbewuste poging om ergens niet aan te denken ertoe kan leiden dat de
ongewenste gedachte juist steeds boven komt. Als je dan iemand anders iets ziet
doen wat maar enigszins met die eigenschappen te maken heeft, dan schuif je
onmiddellijk de onderdrukte eigenschap aan die persoon toe.
Wanneer je aanvankelijk iets onderdrukt, komt het later juist extra vaak en
makkelijk terug in je bewustzijn. Wegner noemde dit het boemerang-effect.
2.3.2 Het relatieve zelf: sociale vergelijking
Mensen doen voortdurend aan sociale vergelijking om te bepalen waar ze
staan met hun meningen, eigenschappen en talenten. De centrale aanname van
Festinger was dat mensen gemotiveerd zijn om hun eigen meningen en
bekwaamheden te evalueren, in lijn met het eerder besproken
accuraatheidsmotief. De behoefte aan accurate informatie over het zelf kan
worden bevredigd door zich met anderen te vergelijken. Je wilt jezelf het liefste
vergelijken met iemand die op je lijkt.
Ups en downs van sociale vergelijking
Omdat de behoefte aan zelfverheffing vaak de boventoon voert, kan
vergelijking met iemand die beter is dan jijzelf frustrerend zijn. Vanuit de
behoefte aan zelfverheffing vergelijken mensen zichzelf het liefst met iemand die
slechter af is: neerwaartse sociale vergelijking. Wil je daarentegen jezelf
verbeteren, dan wil je eerder jezelf vergelijken met iemand die beter is dan jij.
Er is dan opwaartse sociale vergelijking.
Of een vergelijking ontmoedigend werkt of niet hangt af van de vraag of je jezelf
contrasteert met de ander, of juist de gelijkenis tussen jezelf en de ander ziet. Zie
je de gelijkenis, dan is er sprake van assimilatie. Assimilatie-effecten kunnen
positief of negatief uitpakken.
Bij contrast zie je juist het verschil tussen jezelf en de vergelijkingsander.
Opwaartse assimilatie: hoop, zelfverbetering
Neerwaartse assimilatie: minder zelfvertrouwen
Opwaarts contrast: ontmoediging, minder zelfvertrouwen
Neerwaarts contrast: superioriteit, zelfverheffing
Het zelfverheffingsmotief is gericht op een contrast-effect bij neerwaartse
vergelijking: je kijkt naar iemand die slechter af is en in verhouding voel je je
daardoor beter. Het zelfverbeteringsmotief is juist gericht op assimilatie bij