Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Antwoorden

Werkgroepopdrachten Arbeidsrecht 2015/2016

Beoordeling
3.0
(2)
Verkocht
6
Pagina's
35
Geüpload op
04-03-2016
Geschreven in
2015/2016

Alle werkgroepopdrachten (week 1 tot en met 8) van Arbeidsrecht. De opdrachten zijn nagekeken en dus correct. Bij sommige weken zijn ook de verplichte artikelen besproken en meegenomen in de antwoorden.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Werkgroepopdrachten Arbeidsrecht:
Ainsley Hoogeboom

Week 1:
Opdracht 1:
De arbeidsrechtelijke bepalingen worden onderverdeeld in dwingend, driekwart
dwingend, vijfachtste dwingend, semi dwingend en aanvullend recht.

a) Leg uit wat met deze termen wordt bedoeld.
Dwingend recht houdt in dat een afwijking van deze rechtsregel nietig of
vernietigbaar is (art. 3:40 BW). Nietig (zie lid 1) houdt in dat de
rechtsverhouding nooit bestaan heeft en er zijn dus geen rechtsgevolgen.
Op de vernietigbaarheid moet één van de partijen een beroep doen, doen
zij dit niet, dan kan de rechtshandeling blijven bestaan en de
rechtsgevolgen ook.
Driekwart dwingend recht houdt in dat een afwijking van de rechtsregel
alleen mogelijk is bij cao, of bij een regeling die opgesteld is door of
namens een bevoegd bestuursorgaan.
Vijf achtste dwingend recht betekent dat een afwijking alleen mogelijk is
bij cao of (als er geen cao is) bij schriftelijke overeenkomst met de
ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. Er wordt dan
afgeweken ten nadele van de werknemer.
Semi dwingend recht, hiervan kan alleen afgeweken worden als dit op
schrift is gesteld.
Aanvullend recht, hierbij is een afwijking door partijen altijd geoorloofd.
Vangnet indien er in de cao of arbeidsovereenkomst niets is geregeld.
Ratio hierachter is het beschermen van de zwakkere partij (de werknemer).
Dit is natuurlijk zeker het geval bij dwingend recht en driekwart dwingend
recht.
- Onder welke categorie valt art. 7:652 BW?
Art. 7:652 BW valt onder de categorie dwingend recht. In lid 8 van het
artikel is bepaald dat elk beding waarbij een proeftijd is overeengekomen
nietig is indien aan één van de voorwaarden die in dat lid staan. Lid 7 is
driekwart dwingend. Lid 3 is dwingend, ‘ten hoogste 2 maanden’.
- Onder welke categorie vallen art. 5:1 t/m 5:16 Wet Arbeid en Zorg?
Art. 5:1 t/m 5:16 Wet Arbeid en Zorg vallen onder de categorie vijf achtste
dwingend recht, zie namelijk art. 5:16 Wet Arbeid en Zorg. Met
uitzondering van art. 5:15 Wet Arbeid en Zorg, dit is dwingend recht.
b) Mogen werkgever en werknemer op basis van het BW afwijken van art.
7:628 lid 1 BW?
In art. 7:628 lid 5 BW is bepaald dat van lid 1 kan worden afgeweken als
aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Bedingen in strijd met het
artikel (dus ten nadele van de werknemer) zijn nietig, zie art. 7:628 lid 9
BW. Semi-dwingend recht.

Opdracht 2:
a) In de arbeidsrechtelijke wetgeving staat het begrip werknemer centraal.
Dit begrip heeft
echter niet steeds dezelfde inhoud. Bestudeer het begrip werknemer in het
BW en dat in de WW en beantwoord daarna de volgende vragen:

Art. 7:610 BW: Werknemer treedt door een overeenkomst in dienst van de
werkgever (de andere partij) om gedurende een zekere tijd arbeid te
verrichten tegen een loon. Persoonlijke arbeidsverplichting (zich verbind,

, zie ook art. 7:659), tegenprestatie (loon), in dienst zijn (zie ook art. 7:660
BW)

Art. 3 lid 1 WW: Werknemer is de natuurlijke persoon, jonger dan de
pensioengerechtigde leeftijd, die in privaatrechtelijke of in
publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. Hier vallen dus onder:
 Natuurlijke personen, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd
o Met een privaatrechtelijke dienstbetrekking (dan val je onder
art. 7:610 BW). Zie arrest UWV/A, Gouden Kooi I en
Shovelmachinist.
o Met een publiekrechtelijke dienstbetrekking, denk aan
ambtenaren.
 Kijk wel naar de uitzonderingen van art. 6 WW. Beperking van het
begrip dienstbetrekking
 In het Rariteitenbesluit zijn bepaalde categorieën werknemers die
hier ook onder vallen:
o De thuiswerker (art. 1 KB)
o Musicus en artiesten (art. 4 KB)
o Topsporters (art. 4a KB)
o Restcategorie (art. 5 KB)
o Sekswerkers (art. 5a KB)
o Zie voor de uitzonderingen hierop art. 8 KB.

- Wie valt wel onder het BW, maar niet onder de WW?
Boven de pensioengerechtigde leeftijd val je nog wel onder het begrip
werknemer in de zin van de BW, maar niet meer van de WW.
- Wie valt wel onder de WW, maar niet onder het BW?
Werklozen vallen onder de WW ook onder het begrip werknemer, bij het
BW niet. De categorieën werknemers die hier genoemd worden vallen hier
ook onder. De personen die onder art. 4 en 5 WW vallen, vallen dus wel
onder de WW, maar niet onder het BW.

b) In cao’s wordt ook het begrip werknemer gebruikt. Bestudeer het begrip
werknemer in de VVT-cao. Hierin worden uitzonderingen gegeven. Vallen
deze uitzonderingen wel onder het begrip werknemer van de WW? (Op de
‘uurdocent’ hoef je niet in te gaan.)
Zie punt 2 ‘Werknemer’ in de VVT-cao. Als je op basis van een
arbeidsovereenkomst werkzaam bent bij je werkgever ben je werknemer.
Uitzonderingen:
  Als je directeur en eindverantwoordelijke bent. Deze uitzondering
valt wel onder het begrip werknemer van de WW, want daarin wordt
geen onderscheid gemaakt op basis van functies.
  Je werkzaam bent als vakantiekracht. Om volgens het WW recht te
hebben op een uitkering moet je een bepaalde tijd minimaal hebben
gewerkt (in de 36 weken voor dat je werkloos wordt, minimaal 26
weken gewerkt). Deze wekeneis is niet van invloed op het begrip
werknemer in de zin van art. 3 WW.

Opdracht 3:
De bedrijfsleider van een supermarkt wil onderstaande afspraken maken met
Anna en John en
vraagt u om juridisch advies inzake het navolgende:
-Hoe moet de overeenkomst met Anna en John worden gekwalificeerd?

,-Is de overeenkomst met Anna rechtsgeldig? En heeft zij recht op het
minimumloon?
-Is John werknemer in de zin van de WW?

Met de 16-jarige Anna, die op de havo zit, wil de bedrijfsleider afspreken dat zij
vanaf 1 maart gedurende twaalf uur per week zal werken als caissière, en wel op
donderdag, vrijdag en zaterdag, steeds vier uur en dat hij haar hiervoor € 156
per maand zal betalen.
Dit kan men kwalificeren als een arbeidsovereenkomst volgens art. 7:610 BW.
Anna gaat voor een zekere tijd arbeid verrichten voor de supermarkt en krijgt
hier loon voor. De overeenkomst met Anna is rechtsgeldig op grond van art.
7:612 BW. Anna is minderjarig, maar heeft de leeftijd van 16 jaar bereikt en wordt
dus als bekwaam beschouwd tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst.
Anna heeft recht op een minimumjeugdloon, het minimumjeugdloon geldt
namelijk voor mensen onder de 23 jaar. Hiervoor moet men kijken naar de Wet
inhoudende minimumloon en minimumvakantiebijslag, art. 7 lid 3 geeft hier de
mogelijkheid tot een algemene maatregel van bestuur waardoor Anna ook
aanspraak kan maken op het minimumloon wat bedoeld wordt in art. 7 lid 1.

Met de 45-jarige John, een grafisch ontwerper die vanuit zijn woonhuis voor
allerlei
opdrachtgevers werkt, wil de bedrijfsleider afspreken dat hij vanaf 1 maart
maandelijks een flyer van acht pagina’s, passend bij de bedrijfsstijl, zal
ontwerpen met de maandaanbiedingen van de supermarkt, dat John op de 12e
van elke maand een overzicht zal krijgen van de aanbiedingen, uiterlijk de 20e
zijn ontwerp zal aanleveren en dat de supermarkt hem hiervoor € 200 per maand
zal betalen.
Dit kan gekwalificeerd worden als een overeenkomst van opdracht, art. 7:400 BW.
In de casus staat dat John voor allerlei opdrachtgevers werkt, hij werkt dus op
freelance basis. Om te kijken of John een werknemer is in de zin van de WW
moeten we kijken naar art. 3 lid 1 WW:
 Een natuurlijke persoon  Ja, John is een natuurlijk persoon.
 Jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd  Ja, John is 45.
 Met privaatrechtelijke dienstbetrekking  Ja, art. 7:400 BW.
Art. 5 WW  Kijken naar het Rariteitenbesluit, art. 1 lid 1 valt John onder, maar
art. 1 lid 2 gooit roet in het eten: bruto inkomen is te laag.
Zie ook HR Groen/Schoevers

Opdracht 4:
In het maatschappelijk gebruik worden diverse benamingen gebruikt voor
uiteenlopende arbeidsverhoudingen. Geef de juridische kwalificatie van deze
arbeidsverhoudingen: onder welke omstandigheden is hier sprake van een
arbeidsovereenkomst in de zin van het BW?
Hier volgen twee van deze benamingen:
a) oproepwerk.
De kwalificatie van het oproepwerk hangt af van het feit of de werknemer wel
of niet verplicht is om te komen werken na de oproep.
 Arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieverplichting. De
oproepkracht moet komen werken en dan is er sprake van een
arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zie ook arrest UWV/A
 Voorovereenkomst: De oproepkracht is dan niet verplicht te komen
werken. Als hij wel gaat werken ontstaat er een arbeidsovereenkomst
voor bepaalde tijd.

, b) freelance werk.
Dit is incidentele arbeid voor verschillende opdrachtgevers en kan beschouwd
worden als een overeenkomst van opdracht. Soms kan er sprake zijn van een
arbeidsovereenkomst, dat wordt door de rechter bepaald en hangt af van
verschillende omstandigheden.

Opdracht 5:
Pieter Truyens werkt sinds 2002 voor Elsevier Science BV als ‘indexer’ van
wetenschappelijke artikelen op medisch gebied, dat wil zeggen dat hij
samenvattingen daarvan maakt, die vervolgens worden opgenomen in uitgaven
van Elsevier.
Toen Truyens in 2002 met de werkzaamheden begon, was dat op basis van een
arbeidsovereenkomst. Hij deed het werk deels op kantoor, deels thuis en werd
per artikel betaald op zijn privérekening.
Eind 2011 heeft Truyens echter in overleg met Elsevier een BV opgericht, P.
Truyens Pharmaco BV. Vervolgens hebben partijen een nieuw contract gesloten,
met als aanhef “overeenkomst van opdracht”, waarin de volgende punten zijn
opgenomen:
- Truyens doet het werk als indexer voortaan thuis;
- aangezien het om specialistisch werk gaat, mag het werk niet door derden
worden gedaan;
- Elsevier zal het werk elektronisch aanleveren;
- Elsevier stelt Truyens een computer ter beschikking en betaalt hem
maandelijks een vaste vergoeding voor de internetverbinding;
- de door Elsevier per artikel verschuldigde vergoeding wordt betaald op de
rekening van P. Truyens Pharmaco BV, op basis van declaraties die de BV stuurt.
Zowel aan het begin van 2014 als aan het begin van 2015 stuurt Elsevier aan
Truyens een jaarplanning, waarin hem een bepaalde hoeveelheid werk wordt
toegezegd en hem aanwijzingen worden gegeven omtrent de inrichting van de
geleverde indexen in de vorm van een handleiding.
In 2014 en 2015 (t/m augustus) werkt Truyens gemiddeld drie dagen per week
voor Elsevier, waarmee hij gemiddeld € 3.000 per maand verdient. Elsevier is
zijn enige opdrachtgever.

September 2015 besluit Elsevier de samenwerking te beëindigen omdat er
minder indexers nodig zijn.

a) Bestaat tussen partijen een arbeidsovereenkomst in de zin van het BW,
zodat Elsevier
zich aan het ontslagrecht moet houden?
Hiervoor is van belang het arrest Groen/Schoevers.
 Allereerst moet men kijken naar de bedoeling van partijen. Hadden de
partijen een arbeidsovereenkomst beoogd?
 Het formele gezagscriterium. Is de werknemer in de organisatie
ingebed?
 Het materiële gezagscriterium. Is de werknemer niet ingebed in de
organisatie, dan kan er alsnog sprake zijn van een
arbeidsovereenkomst, omdat de werkgever inhoudelijke instructies gaf
aan de werknemer.
 De maatschappelijke positie van partijen. Hoe zijn de onderlinge
verhoudingen tussen partijen? Doet de werknemer het werk als ‘extra’
werk, dan hoeft er wellicht geen sprake te zijn van een
arbeidsovereenkomst.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
4 maart 2016
Aantal pagina's
35
Geschreven in
2015/2016
Type
Antwoorden
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

$4.79
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
9 jaar geleden

9 jaar geleden

3.0

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
1
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Ainsley Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
49
Lid sinds
12 jaar
Aantal volgers
31
Documenten
24
Laatst verkocht
5 jaar geleden

3.3

9 beoordelingen

5
0
4
5
3
2
2
2
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen