Bachelor Rechtsgeleerdheid jaar 1 blok 5
Introductie video
, Economie Verklaren en voorspellen menselijk keuzegedrag
Recht Beïnvloeden menselijk keuzegedrag
Rationele keuzetheorie: gaat er vanuit dat je het alternatief kiest waarvan je denkt dat deze het beste voor
je is. Hierbij kan er sprake zijn van rationele geïnformeerdheid (niet altijd algemene voorwaarden lezen). Ook is
er aandacht voor gedragseconomie (inzichten uit psychologie om niet rationeel gedrag te verklaren).
Recht vervult een functie. Bij samenleven ontstaan conflicten (schaarse middelen) en die veroorzaken kosten.
Recht biedt oplossingen. REM stelt dat het recht de samenlevingskosten wil verlagen. Dit kan door prikkels te
geven (zoals vergunningsvoorwaarden, aansprakelijkheid).
Rechtseconomische rechtsregelanalyse: kijkt naar hoe het recht het gedrag kan beïnvloeden. Hierbij zijn
er drie soorten kosten:
Prikkelkosten -> Welke gedragsprikkels geeft het recht? Gedrag beïnvloedt samenlevingskosten en
prikkels beïnvloeden gedrag. Prikkelkosten zijn dus relevant.
Transactiekosten -> Kunnen partijen het probleem zelf oplossen? Zo niet, dan transactiekosten:
onderhandelingskosten, vastleggingskosten, controlekosten en afdwingkosten. Het
recht kan deze kosten verlagen en de uitkomst nastreven die bij lage transactie
kosten (bv. wanneer partijen het wel onderling kunnen oplossen) zou zijn bereikt.
Risicokosten -> Recht beïnvloedt verdeling en spreiding van risico’s.
De beste rechtsregel is de regel die de optelsom van prikkelkosten, transactiekosten
en risicokosten minimaliseert. Inschattingen en vuistregels volstaan.
Uitgangspunt van REM: recht in functie van verlagen samenlevingskosten. Dit is ook relevant voor andere
vakken, alle vakken maken onderdeel uit van samenhangend systeem.
Week 1 – Economische wijze van rechtsregelanalyse – Inleiding speltheorie I
Speltheorie is een manier om in een interactiesituatie het gedrag van de betrokken partijen te kunnen
beschrijven en voorspellen. Partijen worden hier spelers genoemd en het gedrag van de één heeft invloed om
gedrag van de ander. Je moet dus rekening houden met reactie van de ander. Spelers proberen dat resultaat te
behalen wat voor hun het beste is.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen simultaan (spelmatrix – spelers handelen tegelijkertijd) en sequentieel
(spelboom – spelers handelen na elkaar).
Prisoners dilemma: Twee personen (A en B) worden samen verdacht van overtreding (1 jaar) en misdrijf (5
jaar). Er is genoeg bewijs voor overtreding, niet voor misdrijf. Getuigenis van de één tegen de ander zou
voldoende bewijs geven voor veroordeling misdrijf. OvJ zet A en B apart en stelt deal voor: 1 jaar
strafvermindering in ruil voor getuigenis. Wat gaan A en B doen?
Spelmatrix:
A B Zwijgen Getuigen
Zwijgen -1 -1 -5 0
Getuigen 0 -5 -4 -4
A is hier de rijspeler. Voor A is het in alle gevallen het voordeligst als hij getuigd. Zou B zwijgen, dan krijgt A
bij getuigen 0 jaar in plaats van 1 jaar. Zou B getuigen dan krijgt A 4 jaar in plaats van 5 jaar. A heeft hier een
dominante strategie voor getuigen, ongeacht wat de andere speler doet. B is hier de kolomspeler. Voor
hem geldt hetzelfde. Ook hij heeft een dominante strategie om te getuigen. Door beide spelers te combineren
vind je evenwicht, hier getuigen.
Beide spelers hebben een coöperatieve strategie (samenwerken en zwijgen) en een niet-coöperatieve strategie
(niet samenwerken en getuigen). Het is individueel rationeel om niet-coöperatief te zijn (dominante strategie).
Maar dit leidt collectief tot de slechtste uitkomst. Coöperatief evenwicht was het beste geweest. Maar
ontsnappen is moeilijk, want kun je elkaar voldoende vertrouwen?