Empirical Legal Studies
Bachelor Rechtsgeleerdheid jaar 1 blok 8
, Week 1 – Webcasts Week 1
Empirical Legal studies onderzoekt wat de rol van het recht is in de praktijk, law in action. Belangrijke vragen hier-
bij zijn:
• Waarom worden wetten al dan niet nageleefd?
• Welke factoren kunnen de naleving bevorderen?
• Hoe komt wetgeving tot stand?
• Hoe functioneren instituties van het recht en de betrokken actoren?
Empirische onderzoeksmethoden
In de rechtswetenschap draait het om het vaststellen van wat geldend recht is (en zou moeten zijn). Bij de empiri-
sche bestudering van het recht gaat het om het vaststellen van hoe de werkelijkheid in elkaar zit, de wisselwer-
king van recht en maatschappij. Bronnen hierbij zijn empirische data uit onderzoeksmethoden.
Er zijn twee benaderingen: de positivistische (verklarende) benadering en de interpretatieve benadering. De po-
sitivistische benadering bestudeerd sociale fenomenen net zo als natuurlijke fenomenen. Neutrale insteek is es-
sentieel. Durkheim is hierbinnen een bekende socioloog. De interpretatieve benadering stelt dit ter discussie. Het
is juist een meerwaarde als de onderzoeker kennis heeft van de populatie, niet neutraal. Ze zijn niet geïnteres-
seerd in causale verbanden. Weber is een bekende socioloog hierbinnen.
Kwantitatief onderzoek past binnen de positivistische benadering, verklaren door causale relaties. Doel is be-
schrijven en voorspellen door wetmatigheden. Hierbij is weinig aandacht voor context, het is deductief en werkt
met rapportage m.b.v.. cijfers, percentages en statistiek.
Kwalitatief onderzoek is verklaren door interpretatie. Het doel is begrijpen waarbij er veel aandacht is voor de
context. Het is inductief onderzoek. Wat inhoud dat er wordt begonnen met het verzamelen van data, waarna er
vervolgens algemene regels worden gegeneraliseerd. Rapportage gebeurt m.b.v. woorden.
Kwantitatief onderzoek Kwalitatief onderzoek
Enquêtes Participerende observaties
Analyse van statistische gegevens Diepte interviews
Experimenten Analyse van kwalitatieve gegevens
Observaties Experimenten
Geen methode is per definitie beter, afhankelijk van de onderzoeksvraag. Combineren, triangulatie, is wenselijk.
Voorbeeld 1: Geschilbeslechtingsonderzoek.
De geschilbeslechtingsdelta is een vijfjaarlijkse enquête onder een representatieve steekproef. Dit is een kwanti-
tatief onderzoek. Mein & De Meere bouwen hierop voort met semigestructureerde interviews, uitgevoerd met
rechtszoekenden en rechtshulpverleners. Dit om te onderzoeken hoe je een zaak al dan niet voor de rechter kunt
brengen.
Voorbeeld 2: Juridisch medewerkers
Deze kijkt naar hoe juridisch medewerkers bij een rechtbank betrokken zijn bij de besluitvorming. Het proefschrift
van Holvast kijkt hierna door participerende observaties en diepte-interviews met rechters en juridisch medewer-
kers. Mascini & Holvast gaan hierop verder met enquêtes onder rechters met daarin een experiment.
Empirisch onderzoek moet aan verschillende eisen voldoen:
• Controleerbaar
• Weerlegbaar/falsificeerbaar
• Betrouwbaarheid
• Generaliseerbaarheid
• Representativiteit
Bachelor Rechtsgeleerdheid jaar 1 blok 8
, Week 1 – Webcasts Week 1
Empirical Legal studies onderzoekt wat de rol van het recht is in de praktijk, law in action. Belangrijke vragen hier-
bij zijn:
• Waarom worden wetten al dan niet nageleefd?
• Welke factoren kunnen de naleving bevorderen?
• Hoe komt wetgeving tot stand?
• Hoe functioneren instituties van het recht en de betrokken actoren?
Empirische onderzoeksmethoden
In de rechtswetenschap draait het om het vaststellen van wat geldend recht is (en zou moeten zijn). Bij de empiri-
sche bestudering van het recht gaat het om het vaststellen van hoe de werkelijkheid in elkaar zit, de wisselwer-
king van recht en maatschappij. Bronnen hierbij zijn empirische data uit onderzoeksmethoden.
Er zijn twee benaderingen: de positivistische (verklarende) benadering en de interpretatieve benadering. De po-
sitivistische benadering bestudeerd sociale fenomenen net zo als natuurlijke fenomenen. Neutrale insteek is es-
sentieel. Durkheim is hierbinnen een bekende socioloog. De interpretatieve benadering stelt dit ter discussie. Het
is juist een meerwaarde als de onderzoeker kennis heeft van de populatie, niet neutraal. Ze zijn niet geïnteres-
seerd in causale verbanden. Weber is een bekende socioloog hierbinnen.
Kwantitatief onderzoek past binnen de positivistische benadering, verklaren door causale relaties. Doel is be-
schrijven en voorspellen door wetmatigheden. Hierbij is weinig aandacht voor context, het is deductief en werkt
met rapportage m.b.v.. cijfers, percentages en statistiek.
Kwalitatief onderzoek is verklaren door interpretatie. Het doel is begrijpen waarbij er veel aandacht is voor de
context. Het is inductief onderzoek. Wat inhoud dat er wordt begonnen met het verzamelen van data, waarna er
vervolgens algemene regels worden gegeneraliseerd. Rapportage gebeurt m.b.v. woorden.
Kwantitatief onderzoek Kwalitatief onderzoek
Enquêtes Participerende observaties
Analyse van statistische gegevens Diepte interviews
Experimenten Analyse van kwalitatieve gegevens
Observaties Experimenten
Geen methode is per definitie beter, afhankelijk van de onderzoeksvraag. Combineren, triangulatie, is wenselijk.
Voorbeeld 1: Geschilbeslechtingsonderzoek.
De geschilbeslechtingsdelta is een vijfjaarlijkse enquête onder een representatieve steekproef. Dit is een kwanti-
tatief onderzoek. Mein & De Meere bouwen hierop voort met semigestructureerde interviews, uitgevoerd met
rechtszoekenden en rechtshulpverleners. Dit om te onderzoeken hoe je een zaak al dan niet voor de rechter kunt
brengen.
Voorbeeld 2: Juridisch medewerkers
Deze kijkt naar hoe juridisch medewerkers bij een rechtbank betrokken zijn bij de besluitvorming. Het proefschrift
van Holvast kijkt hierna door participerende observaties en diepte-interviews met rechters en juridisch medewer-
kers. Mascini & Holvast gaan hierop verder met enquêtes onder rechters met daarin een experiment.
Empirisch onderzoek moet aan verschillende eisen voldoen:
• Controleerbaar
• Weerlegbaar/falsificeerbaar
• Betrouwbaarheid
• Generaliseerbaarheid
• Representativiteit