Kennis en inzicht van:
Algemene functie spijsverteringsstelsel
Bouw spijsverteringskanaal en functies van de onderdelen
Bestanddelen van de voeding
Stofwisseling: Bouwstofwisseling en energie vrijmaken door afbraakstof
wisseling.
Metabolisme: Anabolisme en katabolisme, balans tussen opname en verbruik
van voedingsstoffen.
Homeostase: De samenstelling van het inwendig milieu constant houden. Als alle systemen goed
werken is er van iedere stof constant de juiste hoeveelheid.
Basaalstofwisseling: De stofwisselingsactiviteit in rust van de cellen.
De stofwisseling/ metabolisme: Zijn alle scheikundige veranderingen die in het lichaam plaatsvinden.
Zowel in de cel (intracellulair) als buiten de cel (extracellulair). Door de stofwisseling kunnen alle
animale en vegetatieve levensverrichtingen plaatsvinden.
Het doel van de stofwisseling:
- Bouwmaterialen voor de cellen.
- Warmte en energie.
Het stofwisselingsproces bestaat uit:
- Assimilatie/ anabolisme: Verwerking van voedingsstoffen tot lichaamseigen stoffen. Dit kost
energie. Voorbeelden zijn: keratine voor de hoornlaag, melanine (pigment), hemoglobine (voor
de rode bloedcellen), vet (als reserve stof) en glycogeen.
- Dissimilatie/ katabolisme: De afbraak/ ontleding van weefselbestanddelen. Dit levert warmte,
afvalstoffen en energie op. Voorbeelden zijn: vet, glycogeen, vertering van zetmeel, eiwitten
en vetten in de maag en darmen en glucose.
, Doel van de spijsvertering
- Opname van voedsel (eten)
- Mechanische afbraak van voedsel (kauwen)
- Transport van voedsel (slikken en peristaltiek)
- Ontleding voedsel door middel van enzymen (vertering)
- Overdracht van substraten/ voedingsstoffen aan circulatie (resorptie van
bijvoorbeeld vitaminen)
- Uitscheiding resten voedselafbraak (ontlasting)
Voedingsstoffen
- Koolhydraten: Energie dus een brandstof.
- Vetten: Energie dus een brandstof.
- Eiwitten: Bouwstof.
- Vitaminen: Regulatie stofwisselingsprocessen, zowel voor het bouwen als
voor het verbranden. (bijvoorbeeld vitamine D voor onze bot groei)
Vitaminen kunnen water oplosbaar zijn of vet oplosbaar. De vitamine die
vet oplosbaar zijn, zijn de volgende vitaminen: AFDEK! Vet oplosbare
vitaminen stapel je op als je ze teveel hebt, water oplosbare vitaminen
worden bij een teveel uit geplast.
- Mineralen: IJzer, magnesium.
- Water: Bouwstof, het dient als oplosmiddel, transport en als warmtebuffer.
Het zorgt tevens voor onze vochtbalans.
Opbouw van het spijsverteringskanaal, van binnen naar buiten toe:
- Slijmvlies (mucosa)
- Glad spierweefsel, onwillekeurig, hebben we geen invloed op
- Bindweefsellaag (submucosa)
- Spierlagen (circulair en langgerekt)
- Serosa (buikvlies)
Het spijsverteringskanaal bestaat achtereenvolgens uit: