Lesbrief 7: Europa
Hoofdstuk 1: Waar produceren?
Arbeidsmigratie
- De trek naar een ander land om daar te gaan werken.
Internationale handel
- Handel met andere landen, omdat sommige producten in eigen land niet te maken
zijn.
Openeconomie
- Een land handelt veel met het buitenland, dus relatief veel importeert en exporteert.
De concurrentiepositie
- Geeft de mate weer waarin een bedrijf in staat is hetzelfde product beter en/of
goedkoper te produceren dan de andere bedrijven.
Internationale handel is internationale ruil. Landen specialiseren zich in dingen waar ze goed
in zijn, dit is namelijk beter voor de internationale handel. De oorzaken hiervan zijn;
● Natuurlijke omstandigheden
● Infrastructuur
● Loonkosten & kwaliteit van product
● Stabiliteit
Innovatie, zorgt voor goede kwaliteit bij lage productie kosten. Innovatie ontstaat door
investeringen, nieuwe productieprocessen en hoge scholingsgraad.
Vrije internationale handel, leidt ertoe dat landen datgene produceren waar ze relatief goed
en goedkoop zijn.
Protectionisme, wanneer landen of groepen landen de binnenlandse producenten
beschermen door subsidies te geven en buitenlandse producten van de binnenlandse markt
weren met allerlei maatregelen.
Tarifaire maatregelen
→ invoerrechten/importheffingen
→ exportsubsidie
Non-tarifaire maatregelen
→ invoercontingenten; beperkingen op de hoeveelheid of waarde van de
geïmporteerde producten.
→ zware kwaliteitseisen.
Redenen voor deze maatregelen
● Infant Industry → beschermen eigen kleine bedrijven.
● Werkgelegenheid.
● Antidumping Argument, dat de producten voor de ware prijs worden verkocht.
Hoofdstuk 2: Samenwerken in Europa
Sommige problemen zoals milieuproblemen zijn niet door één land op te lossen, hierbij
moeten landen samenwerken en internationale afspraken maken. Deze samenwerking
tussen Europese landen begon met zes landen. De belangrijkste reden om samen te werken
Hoofdstuk 1: Waar produceren?
Arbeidsmigratie
- De trek naar een ander land om daar te gaan werken.
Internationale handel
- Handel met andere landen, omdat sommige producten in eigen land niet te maken
zijn.
Openeconomie
- Een land handelt veel met het buitenland, dus relatief veel importeert en exporteert.
De concurrentiepositie
- Geeft de mate weer waarin een bedrijf in staat is hetzelfde product beter en/of
goedkoper te produceren dan de andere bedrijven.
Internationale handel is internationale ruil. Landen specialiseren zich in dingen waar ze goed
in zijn, dit is namelijk beter voor de internationale handel. De oorzaken hiervan zijn;
● Natuurlijke omstandigheden
● Infrastructuur
● Loonkosten & kwaliteit van product
● Stabiliteit
Innovatie, zorgt voor goede kwaliteit bij lage productie kosten. Innovatie ontstaat door
investeringen, nieuwe productieprocessen en hoge scholingsgraad.
Vrije internationale handel, leidt ertoe dat landen datgene produceren waar ze relatief goed
en goedkoop zijn.
Protectionisme, wanneer landen of groepen landen de binnenlandse producenten
beschermen door subsidies te geven en buitenlandse producten van de binnenlandse markt
weren met allerlei maatregelen.
Tarifaire maatregelen
→ invoerrechten/importheffingen
→ exportsubsidie
Non-tarifaire maatregelen
→ invoercontingenten; beperkingen op de hoeveelheid of waarde van de
geïmporteerde producten.
→ zware kwaliteitseisen.
Redenen voor deze maatregelen
● Infant Industry → beschermen eigen kleine bedrijven.
● Werkgelegenheid.
● Antidumping Argument, dat de producten voor de ware prijs worden verkocht.
Hoofdstuk 2: Samenwerken in Europa
Sommige problemen zoals milieuproblemen zijn niet door één land op te lossen, hierbij
moeten landen samenwerken en internationale afspraken maken. Deze samenwerking
tussen Europese landen begon met zes landen. De belangrijkste reden om samen te werken