STUDIETAKEN MB – BLOK 1.1
Inhoudsopgave
Week 2 – anatomie spieren en energiesystemen............................................................................................2
Week 3 – duur- en krachttraining................................................................................................................... 5
Week 4 – vermoeidheid................................................................................................................................. 8
Week 5........................................................................................................................................................ 12
Week 6 – het hart........................................................................................................................................ 18
Week 7 – de longen..................................................................................................................................... 24
Week 8 – gassen en drukken, spieraanpassingen en spierpijn.......................................................................28
Week 9 – Training van patiëntgroepen......................................................................................................... 32
,Week 2 – anatomie spieren en energiesystemen
Studietaak 1
Begrip Betekenis
Mono- articulaire spieren Spier die zijn functie uitoefent over 1
gewricht
Bi- articulaire spieren Spier die zijn functie uitoefent over 2
gewrichten
Poly- articulaire spieren Spier die over meer dan 2 gewrichten loopt
Agonist De spier die actief aan het werk is
Antagonist De passieve tegenhanger van de agonist
Synergist Meewerkende spier, begeleidt de agonist
Concentrische contractie Spier verkort
Excentrische contractie Spier verlengt
Statische contractie Er is geen beweging
Dynamische contractie Er is wel beweging
Isometrische contractie Contractie vasthouden, spierlengte blijft
gelijk
Isokinetische contractie Spier verkort in constante snelheid over de
gehele ROM
Isotone contractie De spanning van de spier blijft hetzelfde,
maar de lengte van de spier verandert wel
(concentrisch + excentrisch)
Studietaak 2
Verschillende soorten spieren:
Skeletspieren Hartspier Gladde spieren
Locatie in het Zitten vast aan Het hart Holle organen
lichaam botten (behalve het hart)
Uiterlijk Enkele, zeer lange, Vertakte ketens van Spoelvormig,
cilindrische, cellen; eenkerning, eenkerning en geen
meerkernige cellen cilindervormige strepen
strepen
Bindweefsel Epimysium, Endomysium aan Endomysium
perimysium en het skelet van het
endomysium hart vast
Regulatie van Zelf aan te sturen Onvrijwillig; Onvrijwillig;
contractie zenuwstelsel, zenuwstelsel,
hormonen, homonen,
pacemaker chemicaliën, rek
Snelheid van Langzaam tot snel Langzaam Heel langzaam
contractie
Ritmische Nee Ja In sommige gladde
contractie spieren
,
, Macroscopische anatomie van de spier:
1. Epimysium – bindweefsel om de
gehele spier
2. Perimysium – bindweefsel om de
spierbundels
3. Endomysium – bindweefsel om de
spiercellen
Microscopische anatomie van de spier:
1. Sarcolemma – celmembraan om
spiercel
2. Sarcoplasmatisch reticulum –
bewaart calcium en geeft dit vrij
3. T-tubuli – verbonden met SR
4. Myofibrillen – bundels myofilamenten
5. Sarcomeer – van Z-disc tot Z-disc
6. Myofillamenten – actine + myosine
Sarcomeer:
- Z-disc= onderscheidt elk sarcomeer
- H-zone= alleen myosine
- M-lijn= houd myosinefilamenten
bijelkaar
Myofilamenten:
- Actine= dun filament, I-band
- Myosine= dik filament, A-band
Inhoudsopgave
Week 2 – anatomie spieren en energiesystemen............................................................................................2
Week 3 – duur- en krachttraining................................................................................................................... 5
Week 4 – vermoeidheid................................................................................................................................. 8
Week 5........................................................................................................................................................ 12
Week 6 – het hart........................................................................................................................................ 18
Week 7 – de longen..................................................................................................................................... 24
Week 8 – gassen en drukken, spieraanpassingen en spierpijn.......................................................................28
Week 9 – Training van patiëntgroepen......................................................................................................... 32
,Week 2 – anatomie spieren en energiesystemen
Studietaak 1
Begrip Betekenis
Mono- articulaire spieren Spier die zijn functie uitoefent over 1
gewricht
Bi- articulaire spieren Spier die zijn functie uitoefent over 2
gewrichten
Poly- articulaire spieren Spier die over meer dan 2 gewrichten loopt
Agonist De spier die actief aan het werk is
Antagonist De passieve tegenhanger van de agonist
Synergist Meewerkende spier, begeleidt de agonist
Concentrische contractie Spier verkort
Excentrische contractie Spier verlengt
Statische contractie Er is geen beweging
Dynamische contractie Er is wel beweging
Isometrische contractie Contractie vasthouden, spierlengte blijft
gelijk
Isokinetische contractie Spier verkort in constante snelheid over de
gehele ROM
Isotone contractie De spanning van de spier blijft hetzelfde,
maar de lengte van de spier verandert wel
(concentrisch + excentrisch)
Studietaak 2
Verschillende soorten spieren:
Skeletspieren Hartspier Gladde spieren
Locatie in het Zitten vast aan Het hart Holle organen
lichaam botten (behalve het hart)
Uiterlijk Enkele, zeer lange, Vertakte ketens van Spoelvormig,
cilindrische, cellen; eenkerning, eenkerning en geen
meerkernige cellen cilindervormige strepen
strepen
Bindweefsel Epimysium, Endomysium aan Endomysium
perimysium en het skelet van het
endomysium hart vast
Regulatie van Zelf aan te sturen Onvrijwillig; Onvrijwillig;
contractie zenuwstelsel, zenuwstelsel,
hormonen, homonen,
pacemaker chemicaliën, rek
Snelheid van Langzaam tot snel Langzaam Heel langzaam
contractie
Ritmische Nee Ja In sommige gladde
contractie spieren
,
, Macroscopische anatomie van de spier:
1. Epimysium – bindweefsel om de
gehele spier
2. Perimysium – bindweefsel om de
spierbundels
3. Endomysium – bindweefsel om de
spiercellen
Microscopische anatomie van de spier:
1. Sarcolemma – celmembraan om
spiercel
2. Sarcoplasmatisch reticulum –
bewaart calcium en geeft dit vrij
3. T-tubuli – verbonden met SR
4. Myofibrillen – bundels myofilamenten
5. Sarcomeer – van Z-disc tot Z-disc
6. Myofillamenten – actine + myosine
Sarcomeer:
- Z-disc= onderscheidt elk sarcomeer
- H-zone= alleen myosine
- M-lijn= houd myosinefilamenten
bijelkaar
Myofilamenten:
- Actine= dun filament, I-band
- Myosine= dik filament, A-band