1
Factoren die invloed kunnen hebben op de schrijfvaardigheid van kinderen
Tess C. Bartke
Vrije Universiteit Amsterdam
S2696224
J. Gladpootjes
P_BSTATIS_2: Statistiek 2
STAT 2 Werkgroep 101
03-04-2022
, 2
Factoren die invloed kunnen hebben op de schrijfvaardigheid van kinderen
De ontwikkeling van kinderen bij schoolse vaardigheden kan enorm verschillen. De
prestaties op de verschillende gebieden zoals lezen, schrijven en rekenen is voor ieder kind
anders. Linnenbrink & Pintrich (2002) besproken de motivatie van leerlingen als factor voor
schoolsucces. Daarnaast is er een onderzoek geweest naar verschillen in schrijfprestaties bij
kinderen van de eerste, tweede en derde graad van de basisschool (Meulenbroek & Van
Galen, 1986). Hieruit kwam naar voren dat er een niet-monotone ontwikkeling is van
prestaties op school. Aan de hand van het artikel en het onderzoek is er gekeken naar
verschillende factoren die een positieve uitwerking kunnen hebben op schrijfvaardigheid, om
zo de prestaties op het gebied van schrijfvaardigheid te verhogen. Hiervoor zijn er twee
hypotheses getoetst. De hypotheses gaan over de relatie tussen zelfregulatie, intrinsieke
motivatie en schrijfvaardigheid en het verschil in sterkte waarmee intrinsieke motivatie en
schrijfvaardigheid met elkaar correleren bij jongens en meisjes.
De eerste hypothese die getoetst is in dit onderzoek was; “Zelfregulatie en intrinsieke
motivatie hebben allebei een positief verband met schrijfvaardigheid.” Hierbij werd verwacht
dat een hoge mate van schrijfvaardigheid terug te leiden was naar een hoge mate zelfregulatie
en/of intrinsieke motivatie.
De tweede hypothese die getoetst is in dit onderzoek was; “De positieve relatie tussen
intrinsieke motivatie en schrijfvaardigheid is bij meisjes sterker dan bij jongens.”. Hierbij
werd verwacht dat een hoge mate van intrinsieke motivatie leidde tot een hoge mate van
schrijfvaardigheid, waarbij dit voor meisjes sterker terug te zien was dan bij jongens.
Methode
Participanten
De 200 deelnemers bestonden uit kinderen uit groep 6,7 en 8 van drie verschillende
basisscholen. Van alle deelnemers was 49% jongen en 51% meisje.
Materialen
In de vragenlijst werden verschillende vragen verwerkt over bijvoorbeeld
zelfeffectiviteit en zelfregulatie. Om de hypothesen te toetsen is er gebruik gemaakt van de
vragen die horen bij zelfregulatie en intrinsieke motivatie.
Zelfregulatie is gemeten met de MSLQ (Duncan & McKeachie, 2015). Deze bestond
uit negen items waarmee de mate waarin de deelnemer zelfregulatie ervaart, is gemeten. De
Factoren die invloed kunnen hebben op de schrijfvaardigheid van kinderen
Tess C. Bartke
Vrije Universiteit Amsterdam
S2696224
J. Gladpootjes
P_BSTATIS_2: Statistiek 2
STAT 2 Werkgroep 101
03-04-2022
, 2
Factoren die invloed kunnen hebben op de schrijfvaardigheid van kinderen
De ontwikkeling van kinderen bij schoolse vaardigheden kan enorm verschillen. De
prestaties op de verschillende gebieden zoals lezen, schrijven en rekenen is voor ieder kind
anders. Linnenbrink & Pintrich (2002) besproken de motivatie van leerlingen als factor voor
schoolsucces. Daarnaast is er een onderzoek geweest naar verschillen in schrijfprestaties bij
kinderen van de eerste, tweede en derde graad van de basisschool (Meulenbroek & Van
Galen, 1986). Hieruit kwam naar voren dat er een niet-monotone ontwikkeling is van
prestaties op school. Aan de hand van het artikel en het onderzoek is er gekeken naar
verschillende factoren die een positieve uitwerking kunnen hebben op schrijfvaardigheid, om
zo de prestaties op het gebied van schrijfvaardigheid te verhogen. Hiervoor zijn er twee
hypotheses getoetst. De hypotheses gaan over de relatie tussen zelfregulatie, intrinsieke
motivatie en schrijfvaardigheid en het verschil in sterkte waarmee intrinsieke motivatie en
schrijfvaardigheid met elkaar correleren bij jongens en meisjes.
De eerste hypothese die getoetst is in dit onderzoek was; “Zelfregulatie en intrinsieke
motivatie hebben allebei een positief verband met schrijfvaardigheid.” Hierbij werd verwacht
dat een hoge mate van schrijfvaardigheid terug te leiden was naar een hoge mate zelfregulatie
en/of intrinsieke motivatie.
De tweede hypothese die getoetst is in dit onderzoek was; “De positieve relatie tussen
intrinsieke motivatie en schrijfvaardigheid is bij meisjes sterker dan bij jongens.”. Hierbij
werd verwacht dat een hoge mate van intrinsieke motivatie leidde tot een hoge mate van
schrijfvaardigheid, waarbij dit voor meisjes sterker terug te zien was dan bij jongens.
Methode
Participanten
De 200 deelnemers bestonden uit kinderen uit groep 6,7 en 8 van drie verschillende
basisscholen. Van alle deelnemers was 49% jongen en 51% meisje.
Materialen
In de vragenlijst werden verschillende vragen verwerkt over bijvoorbeeld
zelfeffectiviteit en zelfregulatie. Om de hypothesen te toetsen is er gebruik gemaakt van de
vragen die horen bij zelfregulatie en intrinsieke motivatie.
Zelfregulatie is gemeten met de MSLQ (Duncan & McKeachie, 2015). Deze bestond
uit negen items waarmee de mate waarin de deelnemer zelfregulatie ervaart, is gemeten. De