o Theorie A – Intervallen en stijgen en dalen
[ = getal doet mee: gesloten
< = getal doet niet mee: open
Noteer de intervallen:
< ←,-1] <1,2] [4,6] <7, →>
o Theorie B – Soorten van stijgen en dalen
Voorbeeld: Welke soorten stijgen en dalen zie je in dit figuur?
Afnemende stijging : <←,3>
1
Toenemende daling : <3,4 >
2
1
Toenemende daling : <42,6>
Toenemende stijging : <6,→>
, o Theorie C – Maximum en Minimum
- Gaat een grafiek over van stijgen naar dalen, dan heeft de grafiek een
maximum.
- Gaat een grafiek over van dalen naar stijgend, dan heeft de grafiek een
minimum.
- Ook kunnen bij randpunten op een interval maxima en minima optreden.
Voorbeeld:
a. Op welke punten is er een maximum?
Zie figuur: (4,800) en 16,10000)
b. en een minimum?
Zie figuur: (12,400) , (0,300) en (22,600)
c. Noteer het absolute maximum en het absolute
Minimum
Zie figuur: absolute maximum =(16,1000)
absolute Minimum = (0,300)