Week 1
Introductieopdracht
1. Of de woonark roerend of onroerend is.
2. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de woonark kwalificeert als
onroerende zaak.
Meerkeuzevragen
1. B
2. C
3. C
4. C
5. A
6. C
7. A
8. B
9. B
10. A
Casus ‘Volkswagen Kever’
Vraag 1:
Aan welke twee eisen moet zijn voldaan wil er volgens artikel 3:2 BW sprake zijn van een
zaak?
1. Menselijke beheersing
2. Vatbare stoffelijke objecten
Vraag 2:
Aan welke twee eisen moet zijn voldaan wil er volgens artikel 3:3 lid 1 BW sprake zijn van
een onroerende zaak?
1. Zaak met de grond verenigd
2. Duurzame vereniging
Vraag 3:
Hoe kwalificeer je de Volkswagen juridisch volgens de artikelen 3:1, 3:2 en 3:3 BW?
- Volgens artikel 3:2 BW is de auto een zaak. De auto is een voor menselijke
beheersing vatbaar stoffelijk object. De auto is een roerende zaak volgens
artikel 3:3 lid 2 BW. Daarmee is de auto volgens artikel 3:1 BW een goed.
Vraag 4:
Geef een voorbeeld van een bestanddeel van de Volkswagen Kever.
Motor à op grond van de verbinding, een auto zonder verbinding doet niks.
Vraag 5:
Is de Volkswagen een registergoed?
Nee geen registergoed want het is niet van belang om een auto in te schrijven bij de
overdracht (het maakt dus niet op welke naam hij staat behalve voor de verzekering)
, Week 2
Week 2 les 4
Introductieopdracht
Meerkeuzevragen
1. C
2. B
3. B
4. C
5. B
6. B
7. A
8. A
9. B
10. C
Casus
Vraag 1
Wat is goederenrechtelijke positie* van Cassandra ten opzichte van de jas voordat zij deze
uitleent?
Ze is eigenaar. Voordat ze de jas uitleent is ze onmiddellijk bezitter te goeder trouw.
Vraag 2
Van welke bevoegdheid maakt Cassandra gebruik als zij haar jas uitleent aan de vriendin.
Noem relevant(e) wetsartikelen.
De gebruiksbevoegdheid van Artikel 1:5 lid 2 BW.
Vraag 3
Karin wil de jas niet teruggeven en voor zichzelf houden. Wat is haar goederenrechtelijke
positie ten opzichte van de jas.
Ze is onmiddelijke houder van de jas, ze blijft ook houder (art. 111 lid 3).
Vraag 4
Van welke recht maakt Cassandra gebruik als zij haar leren jas opeist? Noem relevant(e)
wetsartikelen.
Revindicatie artikel 5:2 BW.
Vraag 5
Wie moet de eigendom van de jas bewijzen? Noem relevant(e) wetsartikel.
Cassandra
Introductieopdracht
1. Of de woonark roerend of onroerend is.
2. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de woonark kwalificeert als
onroerende zaak.
Meerkeuzevragen
1. B
2. C
3. C
4. C
5. A
6. C
7. A
8. B
9. B
10. A
Casus ‘Volkswagen Kever’
Vraag 1:
Aan welke twee eisen moet zijn voldaan wil er volgens artikel 3:2 BW sprake zijn van een
zaak?
1. Menselijke beheersing
2. Vatbare stoffelijke objecten
Vraag 2:
Aan welke twee eisen moet zijn voldaan wil er volgens artikel 3:3 lid 1 BW sprake zijn van
een onroerende zaak?
1. Zaak met de grond verenigd
2. Duurzame vereniging
Vraag 3:
Hoe kwalificeer je de Volkswagen juridisch volgens de artikelen 3:1, 3:2 en 3:3 BW?
- Volgens artikel 3:2 BW is de auto een zaak. De auto is een voor menselijke
beheersing vatbaar stoffelijk object. De auto is een roerende zaak volgens
artikel 3:3 lid 2 BW. Daarmee is de auto volgens artikel 3:1 BW een goed.
Vraag 4:
Geef een voorbeeld van een bestanddeel van de Volkswagen Kever.
Motor à op grond van de verbinding, een auto zonder verbinding doet niks.
Vraag 5:
Is de Volkswagen een registergoed?
Nee geen registergoed want het is niet van belang om een auto in te schrijven bij de
overdracht (het maakt dus niet op welke naam hij staat behalve voor de verzekering)
, Week 2
Week 2 les 4
Introductieopdracht
Meerkeuzevragen
1. C
2. B
3. B
4. C
5. B
6. B
7. A
8. A
9. B
10. C
Casus
Vraag 1
Wat is goederenrechtelijke positie* van Cassandra ten opzichte van de jas voordat zij deze
uitleent?
Ze is eigenaar. Voordat ze de jas uitleent is ze onmiddellijk bezitter te goeder trouw.
Vraag 2
Van welke bevoegdheid maakt Cassandra gebruik als zij haar jas uitleent aan de vriendin.
Noem relevant(e) wetsartikelen.
De gebruiksbevoegdheid van Artikel 1:5 lid 2 BW.
Vraag 3
Karin wil de jas niet teruggeven en voor zichzelf houden. Wat is haar goederenrechtelijke
positie ten opzichte van de jas.
Ze is onmiddelijke houder van de jas, ze blijft ook houder (art. 111 lid 3).
Vraag 4
Van welke recht maakt Cassandra gebruik als zij haar leren jas opeist? Noem relevant(e)
wetsartikelen.
Revindicatie artikel 5:2 BW.
Vraag 5
Wie moet de eigendom van de jas bewijzen? Noem relevant(e) wetsartikel.
Cassandra