Burgerlijk recht – kernbegrippen
Het burgerlijk wetboek:
Dateert uit de eerste helft van de 19e eeuw
Bestaat uit acht boeken (op tentamen: zie SDU)
o Elk boek begint met art. 1
o Bijv.: art.2:285 boek 2, artikel 285
Indeling burgerlijk recht:
o Het personen- en familierecht
o Het rechtspersonenrecht
o Vermogensrecht
Vermogensrecht:
- Vermogen het geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten dat iemand heeft.
- Vermogensrecht alle subjectieve rechten en plichten die onderdeel van een vermogen
kunnen zijn. Hoort bij objectief recht. Valt uiteen in:
o Goederenrecht de verhoudingen tussen een persoon en een goed.
Bijv. eigendomsrecht
Ook van de eigendom afgeleide rechten (bijv. recht op hypotheek)
Onderwerpen als eigenaar zijn en eigendom overdragen
o Verbintenissenrecht de verhouding tussen twee (+) mensen.
Gaat om de aanspraak van de ene persoon jegens de andere persoon.
Het rechtssubject:
- Rechtssubject drager van rechten en plichten binnen het objectief recht.
- Twee soorten: natuurlijke personen en rechtspersonen.
o Natuurlijke personen mensen van vlees en bloed.
Rechtssubjectiviteit het drager zijn van rechten en plichten.
o Rechtspersonen bepaalde groepen en organisaties van mensen die worden
aangewezen als rechtssubject.
Twee soorten:
Privaatrechtelijke rechtspersonen
o Vereniging
o Stichting
o Besloten vennootschap (BV)
o Naamloze vennootschap (NV)
Publiekrechtelijke rechtspersonen
o De staat
o Provincies
o Gemeenten
o Waterschappen
- Rechtspersoon staat qua vermogensrecht gelijk aan een natuurlijk persoon.
- Rechtspersoon wordt vertegenwoordigd door natuurlijk persoon.
Rechtsfeiten:
Rechtsfeiten een feit waaraan het recht een of meer rechtsgevolgen verbindt (bijv.
geboorte, dood, koop, etc.).