HOORCOLLEGES PEDAGOGIEK 1.2 DIVERSITEIT IN OPVOEDEN
HOORCOLLEGE 1
Wat verstaan we onder diversiteit?
- Soorten
o Etniciteit (sociaal-culturele identiteit)
o Klasse
o Levensfase
o Talent/handicap
o Religie/levensbeschouwing
o Sekse/gender
o Seksuele oriëntatie
o Socialisatie
- Diversiteit als voorwaarde: internationale verdragen
Superdiversiteit
- Kwantitatieve transitie
o Interculturele verschillen (tussen = inter)
Toename migranten (grote groepen geworden) hebben andere
opvattingen
Nederlander is in de etnische minderheid (aanpassing is dus voor
iedereen)
- Kwalitatieve transitie
o Intraculturele verschillen (binnen = intra)
Binnen verschillende groepen ook diversiteit
Diversiteit binnen diversiteit (verschillen binnen groepen)
Theoriegeladenheid van de waarneming
- Meervoudig kijken
o Open houding hebben
o Niet alleen vanuit je eigen reverentiekader kijken naar unieke individu
o Een eendimensionale benadering doet geen recht aan complexiteit
Meervoudig kijken (vanuit verschillende perspectieven)
Diversiteitsbenaderingen!!
1. Deficietbenadering (deficiet = tekort)
o Inhalen of wegwerken van achterstanden
o Niet alle burgers beschikken over dezelfde mogelijkheden om volwaardig
deel te nemen aan de samenleving
o Probleem benadering: probleem bij minderheden neergelegd, moeten het
zelf oplossen
2. Differentiebenadering
o Overbruggen van culturele verschillen door goede interculturele
communicatie
o Gelijkwaardigheid tussen culturen
o Probleem benadering: cultuur relativisme (geen oordeel over culturen, gaat
soms te ver)
, 3. Discriminatiebenadering
o Tegengaan van uitsluiting en paternalisme (belerende houding naar een
ander)
o Discriminatie door dominante groep
o Probleem benadering: eenzijdig vertrek discriminatie, mensen in
slachtofferpositie (waardoor soms grotere verschillen ontstaan)
4. Doelgroepenbenadering
o 3-in-1 gecombineerd
o Vooraf gestelde doelgroepen
o Probleem benadering: geen oog intra-problemen tussen groepen (reductie
naar een aspect van identiteit)
5. Diversiteitsbenadering
o Verschillen en overeenkomsten tussen mensen herkennen/onderkennen
o Verscheidenheid, diversiteit is krachtig en kansrijk
o Onttrekken van eigen reverentiekader en breder te kijken
Intersectionaliteit en kruispuntdenken
Platte diversiteit Intersectionele diversiteit
Verschillen zijn dichotoom Verschillen zijn continue
Verschillen zijn machtsneutraal Verschillen zijn machtsgeladen
Verschillen zijn eendimensionaal Verschillen zijn meerdimensionaal
Verschillen zijn statisch Verschillen zijn dynamisch
Verschillen zijn onafhankelijk van Verschillen zijn afhankelijk van elkaar
elkaar
HOORCOLLEGE 2
Grofmazige tabel met geschiedenis diversiteit in NL
1945-1959 1960-1979 1980-1989 2000-2019
Structuur Verzuiling Ontzuiling Pluraliteit en
superdiversiteit
Emancipatie De- Vrouwen Emancipatie LHBTI+
bewegingen kolonisatie emancipatie homo’s en BLM
Seksuele lesbi’s Anti- ‘woke’
emancipatie Pedo-
emancipatie
(’70-’80)
migratiecontex (voormalige) Arbeidsmigratie EU, EU,
t koloniën arbeidsmigratie arbeidsmigratie
en en
vluchtelingen vluchtelingen
, Twee groepen
- Vluchtelingen
o Vrees voor vervolging.
o Stress: voor, tijdens en na vlucht
o Stroperige procedures
- Migrant
o Vrijwillig verlaten veilig land
o Ruimte om plannen te maken
o Soms ook: stroperige procedures en stress
Nieuwe cultuur
- Segregatie (weinig aanpassen)
- Integratie (behouden eigen cultuur, maar past zich ook aan)
- Marginalisatie (loslaten eigen cultuur)
- Assimilatie (veel aanpassen, weinig eigen cultuur)
Ecologisch model van Bronfenbrenner
(1979)*
Macro
Exo
Meso
Micro
, - Macrosysteem: wetgeving, cultuur en geloof.
- Exosysteem: invloedsysteem waar het kind niet direct in participeert (werk van
ouders, klas van brusjes, media)
- Mesosysteem: afstemming tussen systemen waar het kind in participeert.
- Microsysteem: opvoedingssituaties waarin het kind zich begeeft (gezin, school,
etc.)
VB van Marokko…
Macrosysteem: het gezin beweegt zich in een soenitisch islamitische cultuur.
Exosysteem: vader en moeder hebben veel vrienden.
Mesosysteem: soepele afstemming en wederzijds begrip tussen school en gezin.
Microsysteem: opvoeding in de moskee, de school en het gezin.
Theorie van de developmental niche
- Het gezin als een klein systeem, met eigen patronen en een eigen cultuur. Drie
aspecten:
1. Fysieke en sociale setting (waar slaapt het kind? Hoe groot is het gezin?)
2. Praktijken en gewoontes (dragen kinderen zorg voor brusjes?)
3. Psychologie van de opvoeders (wat zijn de opvattingen van ouders?)
- Al deze aspecten kunnen beïnvloed zijn door de cultuur waarin de ouders zijn
opgegroeid.
Opvoedingsdoelen
- Doelen ontstaan in context (maatschappelijke status, aanleiding migratie, etc.)
- Doelen: autonomie, prestatie, sociabiliteit, conformisme/religieuze vorming.
Verklaring mogelijke verschillen?
- Sociale positie
- Onbekend zijn met nieuwe cultuur
- Verschil in cultuur
- Individualistisch vs collectivistisch
- Masculien vs feminiem
- Hierarchisch vs egalitair
De kracht van meerdere culturen
- Toegang tot meerdere werelden
- Bewegen tussen twee culturen
- Perspectieven aan elkaar verbinden
- Maar ook knelpunten:
HOORCOLLEGE 1
Wat verstaan we onder diversiteit?
- Soorten
o Etniciteit (sociaal-culturele identiteit)
o Klasse
o Levensfase
o Talent/handicap
o Religie/levensbeschouwing
o Sekse/gender
o Seksuele oriëntatie
o Socialisatie
- Diversiteit als voorwaarde: internationale verdragen
Superdiversiteit
- Kwantitatieve transitie
o Interculturele verschillen (tussen = inter)
Toename migranten (grote groepen geworden) hebben andere
opvattingen
Nederlander is in de etnische minderheid (aanpassing is dus voor
iedereen)
- Kwalitatieve transitie
o Intraculturele verschillen (binnen = intra)
Binnen verschillende groepen ook diversiteit
Diversiteit binnen diversiteit (verschillen binnen groepen)
Theoriegeladenheid van de waarneming
- Meervoudig kijken
o Open houding hebben
o Niet alleen vanuit je eigen reverentiekader kijken naar unieke individu
o Een eendimensionale benadering doet geen recht aan complexiteit
Meervoudig kijken (vanuit verschillende perspectieven)
Diversiteitsbenaderingen!!
1. Deficietbenadering (deficiet = tekort)
o Inhalen of wegwerken van achterstanden
o Niet alle burgers beschikken over dezelfde mogelijkheden om volwaardig
deel te nemen aan de samenleving
o Probleem benadering: probleem bij minderheden neergelegd, moeten het
zelf oplossen
2. Differentiebenadering
o Overbruggen van culturele verschillen door goede interculturele
communicatie
o Gelijkwaardigheid tussen culturen
o Probleem benadering: cultuur relativisme (geen oordeel over culturen, gaat
soms te ver)
, 3. Discriminatiebenadering
o Tegengaan van uitsluiting en paternalisme (belerende houding naar een
ander)
o Discriminatie door dominante groep
o Probleem benadering: eenzijdig vertrek discriminatie, mensen in
slachtofferpositie (waardoor soms grotere verschillen ontstaan)
4. Doelgroepenbenadering
o 3-in-1 gecombineerd
o Vooraf gestelde doelgroepen
o Probleem benadering: geen oog intra-problemen tussen groepen (reductie
naar een aspect van identiteit)
5. Diversiteitsbenadering
o Verschillen en overeenkomsten tussen mensen herkennen/onderkennen
o Verscheidenheid, diversiteit is krachtig en kansrijk
o Onttrekken van eigen reverentiekader en breder te kijken
Intersectionaliteit en kruispuntdenken
Platte diversiteit Intersectionele diversiteit
Verschillen zijn dichotoom Verschillen zijn continue
Verschillen zijn machtsneutraal Verschillen zijn machtsgeladen
Verschillen zijn eendimensionaal Verschillen zijn meerdimensionaal
Verschillen zijn statisch Verschillen zijn dynamisch
Verschillen zijn onafhankelijk van Verschillen zijn afhankelijk van elkaar
elkaar
HOORCOLLEGE 2
Grofmazige tabel met geschiedenis diversiteit in NL
1945-1959 1960-1979 1980-1989 2000-2019
Structuur Verzuiling Ontzuiling Pluraliteit en
superdiversiteit
Emancipatie De- Vrouwen Emancipatie LHBTI+
bewegingen kolonisatie emancipatie homo’s en BLM
Seksuele lesbi’s Anti- ‘woke’
emancipatie Pedo-
emancipatie
(’70-’80)
migratiecontex (voormalige) Arbeidsmigratie EU, EU,
t koloniën arbeidsmigratie arbeidsmigratie
en en
vluchtelingen vluchtelingen
, Twee groepen
- Vluchtelingen
o Vrees voor vervolging.
o Stress: voor, tijdens en na vlucht
o Stroperige procedures
- Migrant
o Vrijwillig verlaten veilig land
o Ruimte om plannen te maken
o Soms ook: stroperige procedures en stress
Nieuwe cultuur
- Segregatie (weinig aanpassen)
- Integratie (behouden eigen cultuur, maar past zich ook aan)
- Marginalisatie (loslaten eigen cultuur)
- Assimilatie (veel aanpassen, weinig eigen cultuur)
Ecologisch model van Bronfenbrenner
(1979)*
Macro
Exo
Meso
Micro
, - Macrosysteem: wetgeving, cultuur en geloof.
- Exosysteem: invloedsysteem waar het kind niet direct in participeert (werk van
ouders, klas van brusjes, media)
- Mesosysteem: afstemming tussen systemen waar het kind in participeert.
- Microsysteem: opvoedingssituaties waarin het kind zich begeeft (gezin, school,
etc.)
VB van Marokko…
Macrosysteem: het gezin beweegt zich in een soenitisch islamitische cultuur.
Exosysteem: vader en moeder hebben veel vrienden.
Mesosysteem: soepele afstemming en wederzijds begrip tussen school en gezin.
Microsysteem: opvoeding in de moskee, de school en het gezin.
Theorie van de developmental niche
- Het gezin als een klein systeem, met eigen patronen en een eigen cultuur. Drie
aspecten:
1. Fysieke en sociale setting (waar slaapt het kind? Hoe groot is het gezin?)
2. Praktijken en gewoontes (dragen kinderen zorg voor brusjes?)
3. Psychologie van de opvoeders (wat zijn de opvattingen van ouders?)
- Al deze aspecten kunnen beïnvloed zijn door de cultuur waarin de ouders zijn
opgegroeid.
Opvoedingsdoelen
- Doelen ontstaan in context (maatschappelijke status, aanleiding migratie, etc.)
- Doelen: autonomie, prestatie, sociabiliteit, conformisme/religieuze vorming.
Verklaring mogelijke verschillen?
- Sociale positie
- Onbekend zijn met nieuwe cultuur
- Verschil in cultuur
- Individualistisch vs collectivistisch
- Masculien vs feminiem
- Hierarchisch vs egalitair
De kracht van meerdere culturen
- Toegang tot meerdere werelden
- Bewegen tussen twee culturen
- Perspectieven aan elkaar verbinden
- Maar ook knelpunten: