Gynaecologie
Placenta praevia
De placenta is geheel (placenta preavia totalis) of gedeeltelijk(placenta preavia lateralis) over het
ostium internum van de cervix gelokaliseerd.
Bij een placenta praevia centralis valt het midden van de placenta over het ostium. Wanneer de rand
van de placenta aan het ostium grenst, is dit een placenta praevia marginalis.
Laagliggende placenta in de uturus (maar grenst niet aan het ostium) is een laagliggende placenta.
De lokalisatie van de placenta in de uturus is goed te beoordelen na een zwangerschapsduur van 20
weken.
Frequentie
0.2-0.3%, maar neemt toe met de leeftijd.
Etiologie
Onbekend. De innesteling van het vroege embryo is te dicht bij het ostium internum. Het chorion
frodosum dat hierom heen ontwikkelt, nestelt zich over het ostium. Predisponerend hiervoor zijn
uturuslittekens (na sectio of abortus), tweelingzwangerschap en roken.
Symptomen
Vaginaal bloedverlies, pijnloos. Het kan weinig tot overvloedig zijn, maar zelden fataal. De bloeding
is recidiverend, de kans op een bloeding neemt toe met het vorderen van de zwangerschap en kan
leiden door prikkeling van de uturus tot vroegtijdige contracties en vroeggeboorte.
Als de bloeding voor het eerst op treedt tijdens de geboorte kan deze fataal zijn.
Recidiverende liggingsafwijking, hoogstaand hoofd. Het hoofd van de foetus in hoofdligging bevindt
zich hoog boven de bekkeningang en kan niet goed in contact met het bekken worden gebracht.
Complicatie
Placenta accrata, groei in de baarmoederwand. De kans op deze complicatie is verhoogd bij een
placenta praevia in een uturus met een sectio litteken. De maternale mortaliteit is door hevig, snel
bloedverlies hoog. Ook morbiditeit is hoog tgv bloedtransfusies en operatief ingrijpen
(uturusextirpatie, blaas en ureterletsel).
Diagnose
NIET VAGINAAL TOUCHER. Kans op levensbedreigend bloedverlies.
Echo bij 16-20 weken. Frequentie is dan 9-15%. De latere werkelijke frequentie is 0.2-0.3% wordt
bepaald door de vorming van het onderste segement van de uturus in de tweede helft van de
zwangerschap. Daarom opnieuw een echo bij 25-28 weken.
Voorkeur van transvaginale echo boven transabdominaal, wegens nauwkeurigheid (nauwkeuriger
beeld van de relatie tussen de rand van de placenta en het ostium internum) en het vermijden van
contact met de cervix (met behukp van de transvaginale echotransducer)
MRI moet uitslag geven of er ook sprake is van een placenta accrata.
Therapie
Conservatief. Opname in het ziekenhuis, daar afhankelijk van de kliniek , blijvende opname of
huiswaarts met instructies.
Daling van Hb gehalte behandelen met ijzertherapie of bloedtransfusie.
Voorkeur voor sectio (ivm risico op bloeding)
Bij dreigende vroeggeboorte voor 34e week: cortico en weeënremmer.
Prognose
perinatale moraliteit is 5-10% verhoogd, met name door vroeggeboorte en foetale hypoxemie bij
maternaal bloedverlies. Door verscheuring van de placenta kan namelijk ook foetaal bloedverlies
optreden, met als gevolg een mogelijk, foetale, hypovolemische shock of foetale sterfte.
Onderzoek van Hb gehalte bij de foetus!
Placenta praevia
De placenta is geheel (placenta preavia totalis) of gedeeltelijk(placenta preavia lateralis) over het
ostium internum van de cervix gelokaliseerd.
Bij een placenta praevia centralis valt het midden van de placenta over het ostium. Wanneer de rand
van de placenta aan het ostium grenst, is dit een placenta praevia marginalis.
Laagliggende placenta in de uturus (maar grenst niet aan het ostium) is een laagliggende placenta.
De lokalisatie van de placenta in de uturus is goed te beoordelen na een zwangerschapsduur van 20
weken.
Frequentie
0.2-0.3%, maar neemt toe met de leeftijd.
Etiologie
Onbekend. De innesteling van het vroege embryo is te dicht bij het ostium internum. Het chorion
frodosum dat hierom heen ontwikkelt, nestelt zich over het ostium. Predisponerend hiervoor zijn
uturuslittekens (na sectio of abortus), tweelingzwangerschap en roken.
Symptomen
Vaginaal bloedverlies, pijnloos. Het kan weinig tot overvloedig zijn, maar zelden fataal. De bloeding
is recidiverend, de kans op een bloeding neemt toe met het vorderen van de zwangerschap en kan
leiden door prikkeling van de uturus tot vroegtijdige contracties en vroeggeboorte.
Als de bloeding voor het eerst op treedt tijdens de geboorte kan deze fataal zijn.
Recidiverende liggingsafwijking, hoogstaand hoofd. Het hoofd van de foetus in hoofdligging bevindt
zich hoog boven de bekkeningang en kan niet goed in contact met het bekken worden gebracht.
Complicatie
Placenta accrata, groei in de baarmoederwand. De kans op deze complicatie is verhoogd bij een
placenta praevia in een uturus met een sectio litteken. De maternale mortaliteit is door hevig, snel
bloedverlies hoog. Ook morbiditeit is hoog tgv bloedtransfusies en operatief ingrijpen
(uturusextirpatie, blaas en ureterletsel).
Diagnose
NIET VAGINAAL TOUCHER. Kans op levensbedreigend bloedverlies.
Echo bij 16-20 weken. Frequentie is dan 9-15%. De latere werkelijke frequentie is 0.2-0.3% wordt
bepaald door de vorming van het onderste segement van de uturus in de tweede helft van de
zwangerschap. Daarom opnieuw een echo bij 25-28 weken.
Voorkeur van transvaginale echo boven transabdominaal, wegens nauwkeurigheid (nauwkeuriger
beeld van de relatie tussen de rand van de placenta en het ostium internum) en het vermijden van
contact met de cervix (met behukp van de transvaginale echotransducer)
MRI moet uitslag geven of er ook sprake is van een placenta accrata.
Therapie
Conservatief. Opname in het ziekenhuis, daar afhankelijk van de kliniek , blijvende opname of
huiswaarts met instructies.
Daling van Hb gehalte behandelen met ijzertherapie of bloedtransfusie.
Voorkeur voor sectio (ivm risico op bloeding)
Bij dreigende vroeggeboorte voor 34e week: cortico en weeënremmer.
Prognose
perinatale moraliteit is 5-10% verhoogd, met name door vroeggeboorte en foetale hypoxemie bij
maternaal bloedverlies. Door verscheuring van de placenta kan namelijk ook foetaal bloedverlies
optreden, met als gevolg een mogelijk, foetale, hypovolemische shock of foetale sterfte.
Onderzoek van Hb gehalte bij de foetus!